Sarabande. Over Bach, Vestdijk, emoties en de mooiste melodie.

Eindelijk heb ik het boek in handen. Simon Vestdijk’s ‘Keurtroepen van Euterpe’. In de literatuur die ik over Bach heb verzameld wordt vaak verwezen naar het essay wat over deze componist in dit boek staat. Op de Noordermarkt tik ik het voor 10 euro op de kop. Even later, tijdens een lunchconcert in de Westerkerk lees ik het essay alvast diagonaal door. Het gaat o.a. over hoe Bach in zijn composities emoties losmaakt. Het Hoboconcert in G van Handel wordt uitgevoerd. Nota bene tijdens de Sarabande lees ik over Bach’s vijfde Franse suite de zinsnede: ‘Sarabande, misschien de mooiste melodie die Bach schreef’. Eerlijk gezegd interesseerde me het hele concert van Handel me niet meer, maar keek ik er naar uit om ‘s avonds thuis de Sarabande van Bach te beluisteren en te bekijken of het stuk niet te moeilijk zou zijn om in te studeren.
Bach componeerde zijn zes Franse suites in Köthen, rond 1722. Zelf heeft hij ze overigens nooit zo genoemd. Hij noemde ze gewoon: ‘Suites voor Klavecimbel’. Het is niet helemaal duidelijk waarom ze op een gegeven moment Franse suites zijn gaan heten. Misschien omdat de vorm en de stijl lijkt op gelijksoortige suites van de Franse componist Couperin. Gewoonlijk bestaat een suite uit een Prelude ‘gevolgd’ door een aantal dansen: Allemande, Courante,Sarabande, Gigue en Bourrée. Letterlijk betekent ‘suite’ gevolg, of reeks: opvolgend aan de Prelude. Bijzonder echter is dat de Franse suites van Bach niet met een Prelude beginnen. Zo Frans zijn ze dus niet.
De Sarabande zag er niet al te moeilijk uit. Een kruis, driekwartsmaat. Het lukte me redelijk de eerste maten prima vista te spelen en ik hoorde direct het rustige, eenvoudig en vriendelijk klinkende thema. Zeker een mooie melodie. Maar de mooiste? Toen de computer opgestart en op Youtube gezocht naar de Sarabande van de vijfde suite. Diverse uitvoeringen staan klaar, van amateurs en professionals. Ik bekijk en beluister er een aantal, zowel op klavecimbel als piano. Een uitvoering van Alejandro Picó-Leonís is erg mooi. De melodie begint zich langzaam vast te zetten in mijn hoofd. Een basisthema van vier maten die in het vervolg van het eerste deel en in het tweede deel verder uitgewerkt wordt en die steeds in verschillende variaties en modulaties terugkomt.
Een Sarabande is in de suite een vreemde eend in de bijt. Het is een dansvorm die afkomstig is uit Mexico. Via Spaanse kolonisten kwam de dans rond 1600 in Frankrijk terecht waar hij zich doorontwikkelde tot een plechtige dans met meestal een langzaam tempo in een driekwartsmaat met een licht beklemtoonde tweede tel. In andere suites van Bach, denk aan de orkestsuites, maar ook de Suites voor cello en voor luit komen ook Sarabandes voor. De vorm van deze dansvorm heeft Bach ook in zijn koorwerken gebruikt, bijvoorbeeld in het slotkoraal van de Matthäus Passion; ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’.
Datgene wat ik van Bach kan spelen heeft hij gecomponeerd voor zijn leerlingen of voor zijn vrouw Anna Magdalena. Verschillende delen van de Franse suites staan dan ook in het bundeltje wat Bach voor zijn vrouw heeft gemaakt: het Nötenbuchlein. De stukken zijn dus niet al te ingewikkeld maar daarom vind ik het des te bijzonder dat Bach met zo weinig ‘middelen’ toch zulke prachtige muziek kon maken. Ook deze Sarabande ga ik toenemend mooier vinden. Een lange melodielijn die rustig wandelt tussen lage D en hoge C. Met steeds weer een verrassende wending. Achtsten, zestienden, triolen. Opvallend is ook de wending van majeur naar mineur in de negende maat van het tweede deel. De notatie van de melodie is dan exact dezelfde als de opening van het stuk, maar de begeleiding veranderd van G-majeur naar E-mineur. Juist deze wendingen maken dat er spanning en emotie in de muziek loskomt.
Moeite heb ik met de trillers die ook in allerlei vormen voorkomen. Vaak negeer ik ze. Ik vind dat ze het stuk ook niet mooier maken. Mijn idee is dat al die trillers typisch bij de klavecimbel horen omdat dat instrument nou eenmaal geen tonen lang kan aanhouden. Als Bach voor de piano had geschreven waren er vast minder trillers in deze werken terecht gekomen. In zijn essay beweert Simon Vestdijk overigens dat Bach, had hij een piano gehad dit ‘merkwaardig gonzende instrument’ nooit gebruikt zou hebben.
Maarten ’t Hart refereert in zijn boek over Bach ook aan de opmerking van Vestdijk van de mooiste melodie. Maar, eigenwijs als hij is, hij vindt natuurlijk een andere melodie van Bach de mooiste, al geeft hij wel toe dat hij de vijfde Franse suite de mooiste vindt van de zes. De Sarabande is volgens hem ook heel goed uitvoerbaar op orgel en, hij vindt het heel geschikt als begrafenismuziek. Of dit nou wel of niet een positieve waardering is, het zegt in elk geval iets over de emoties die dit werkje oproept. En getuige het feit dat Bach voor zijn mooiste begrafenismuziek, het zo even al aangehaalde slotkoraal van de Matthäus Passion, een Sarabande, gebruikte is de gedachte van ’t Hart misschien nog geeneens zo vergezocht.
Maar heeft Vestdijk uiteindelijk gelijk met zijn opmerking van ‘misschien wel de mooiste melodie’? Of moet zo’n opmerking begrepen worden in de strekking van ‘mijn vrouw is de liefste vrouw van de hele wereld’. Je meent het als je het zegt. Het komt uit je hart. Of het echt waar is weet je natuurlijk niet, maar daar gaat het niet om in die opmerking. Misschien moet de zinsnede van Vestdijk (die hij overigens tussen haakjes heeft geplaatst) inderdaad niet al te serieus of letterlijk worden genomen. Wellicht was hij ten tijde van het schrijven van zijn essay juist bezig met het instuderen van deze Sarabande. Zo’n stuk neemt dan een tijdje bezit van je. Andere mooie muziek verdwijnt naar de achtergrond. Voor mij is het nu ook even de mooiste melodie.
Bach verteld met zijn Sarabande een prachtig kort verhaal. Niet met woorden, die in het hoofd vertaald worden in concrete beelden, maar met noten en intervallen die direct neerdalen in het onderbewuste en omgezet worden in ongedefinieerde zielenroerselen en van daaruit gevoelens van genot naar boven brengen.
Dit bewerkstelligen. Daarin was Bach een meester.

Zie de uitvoering van Alejandro Picó-Leonís: http://www.youtube.com/watch?v=UKGnItVVotc

Dit is de eerste versie van ‘Sarabande, over Bach, Vestdijk, emoties en de mooiste melodie’. De definitieve versie is verschenen in ‘Dansen met Bach’ van Wim Faas. Uitgeverij Aspekt, 2013.

Fietsen door Noord-Frankrijk

 

Fietsen door Noord-Frankrijk,  11 tot 18 juni 2011.

Dag 1
Over het duin van Breskens naar Cadzand, Retranchement, Knokke, Blankenberge, Oostende, Middelkerke. 87 km.

SDC12031

 

Weer op de fiets gestapt! Een week alleen op het zadel. Wat heb ik daar naar uit gezien. Doel: vanaf Vlissingen langs de Zeeuwsche en Belgische kust naar Noord-Frankrijk, Amiens, Laon (Kathedralen bezoeken) en langs de Maas terug naar Maastricht en van daar weer met de trein naar Zeist.
De treinreis duurde lang. In Rotterdam miste ik door het liftgedoe de overstap naar Vlissingen en dat kostte me een uur. In Vlissingen miste ik net de boot. Uiteindelijk fietste ik pas om 13.30 uur weg uit Breskens, waar ik ook nog even had gewacht totdat een fikse bui over was getrokken. (De trein uit Utrecht vertrok om 8.47).
Eerst de bekende route langs Nieuwvliet, Cadzand en Retranchement. De zon brak definitief door. Fietsen in Belgie was een stuk rommeliger. Slechte richting aanduiding. Knokke-Heist, Oostende. Pas het laatste stuk direct weer langs de kust. Uiteindelijk belandde ik in Middelkerke op camping de Zeester. Franstalige Belgen hadden veel te veel gebarbecued. Ik kreeg  wat worstjes van ze. Na het eten en douchen nog even in Middelkerke wezen kijken. ‘Hoogtepunt’ was het standbeeld van Suske en Wiske.

SDC12035

Dag 2
Middelkerke, rivier de Ijzer, Diksmuide, Fintele, Beveren, Oost-Capel, Franse grens, Herzeele, Hardifort, Zuytpeene, St.Omer, Pihem, Remilly Wirquin. 103 km.

SDC12044

Eerste Pinksterdag! Zoals gewoonlijk de eerste nacht slecht geslapen. Veel herrie van de party in de buurt. Gefietst door West-Vlaanderen. Het vlakke land waar Brel over zingt. Een heel eind de rivier de Ijzer gevolgd. De Ijzerlinie in de eerste Wereldoorlog. Veel monumenten. Bij Diksmuide de Dodengang bezocht. 400 meter loopgraven in gerestaureerde staat. Indrukwekkend. Bij Oost-Capel de grens over naar Frankrijk. De dorpjes hebben nog Vlaamse namen:  Winnezeele, Buysscheure.  Het land wordt langzaam glooiender en er moet soms al pittig op de pedalen worden getrapt.  St. Omer is een oude stad met ruines en, zij het een bescheiden, kathedraal. Laat er bij binnenkomst om half 5 een orgelconcert aan de gang zijn! Allerlei studenten spelen afwisselend één stuk op het wel heel prachtige orgel. Dan nog het laatste stuk naar in Remilly-Wirquin waar de campingbaas van  ‘du Moulin’ mij vriendelijk ontvangt.

SDC12057

Dag 3
Remilly-Wirquin, Delettes, Laires, Heuchin, Croisette, Frévent, Barly, Eienvillers, Flesselles, Amiens. 101 km.

SDC12061

 

Geregend vannacht. Tijdens ontbijten en inpakken gelukkig droog, maar tijdens de fietstocht naar Amiens verschillende buien over me heen gekregen (in combinatie met wind tegen, niet al te prettig). Ook een paar gemene klimmetjes. Al snel besloten om me in Amiens maar te belonen met een overnachting in een hotel. Laatste stuk werd  het weer beter en kwam zelfs het zonnetje door. Mooie omgeving. De koeien in het land schrokken van me en renden weg, de schapen echter renden achter me aan! Laatste kilometers afdalend het Somme-dal in. Amiens is geen bijzonder mooie stad. Met name de kathedraal is de moeite waard. Imposant torent hij boven de rest van de bebouwing uit. 800 jaar oud!  In alle rust van binnen en buiten bewonderd. Buiten gekomen nog een plensbui wat een paar mooie foto’s opleverde van de waterspuwers. In een eetcafé een biertje gedronken en een hapje gegeten. Ondertussen kon mijn uitrusting lekker drogen op mijn hotelkamer op de derde verdieping vanwaar de ik een mooi uitzicht had op de kathedraal.

SDC12085

Dag 4
Amiens, Alilly sur Noye, Folleville, Planville, Maignelay-Montigny, St.Martin aux bois, (rivier Aronde), Coudun, Thourotte, Montemacq, Ollencourt, Carlepont. 102 km.

SDC12096

 

Glooiend landschap. Eindeloze akkers met gerst, tarwe, haver, aardappels. Niet voor niets wordt dit gebied de graanschuur van Frankrijk genoemd. Prachtig om doorheen te fietsen. Door kleine dorpjes die verlaten lijken. De kerkjes zien er toegetakeld en ongebruikt uit. De meesten zitten op slot. Dat was vroeger anders. Blijkbaar geen geld meer voor onderhoud. Zoals in st. Martin aux bois waar een ommuurde hoge kerk het landschap bepaald. Wel een mooie plek om je broodje te eten.
Gelukkig is vandaag de zon gaan schijnen. Weliswaar tussen de vele wolken door, maar toch. Het kleurt het landschap schitterend. Een tarweveld in de regen is dof, touwkleurig. Maar in het zonlicht kleurt het goud!
Voorbij de rivier de Oise veranderd het landschap. Compiegne laat ik rechts liggen anders wordt de rit naar Carlepont te lang. Bossen, weiden met koeien bepalen nu het landschap. Op camping Les Araucarias wordt me een mooi plek gewezen: eentje met een picknicktafel. Handig!

SDC12101

Dag 5
Carlepont, Sempigny, Noyon, rivier de Oise, Sineny, Andelin, Anguilcort, Nouvion, rivier Péron, Sains-Richaumont, Vervins, Foigny, Origny, Hirson.  114 km.

SDC12102

 

Mijn plan om via Laon te fietsen bijgesteld. Deze stad met z’n prachtige kathedraal op een heuvel wilde ik na acht jaar nog eens bezoeken. Maar bij de receptie van de camping zag ik een foldertje van de kathedraal van Noyon. Ook die leek schitterend. Dus een andere route gepland. Om half 10 was ik er al en mijn hoge verwachting werd niet teleurgesteld. Prachtige gotiek, zonder veel overdaad. Er hing een verstilde sfeer. In een kapel was een gebedsdienst met zuiver gezang.
Na een kop koffie op het plein de tocht richting de Tiarche aangevangen. Redelijk makkelijk gefietst in het dal van twee riviertjes. Zomers weer. Veel zon. M’n armen worden al bruin. Ook weinig wind.
In dit gebied ben ik eerder met mijn vader op vakantie geweest. Bijzonder zijn de versterkte (gefortificeerde) kerken, stammend uit een tijd dat de burgers zich in de kerk bij een aanval van de vijand terugtrokken en zich van daaruit probeerden te verdedigen.
Camping ‘La Cascade’ ligt even buiten Hirson in een mooi natuurgebied. De kosten zijn slechts € 5,50, en ik mag een plastic tafel en stoel van het terras lenen, want dat is alleen in het weekend open.

SDC12123

Dag 6
Hirson, Anor, Motanrieux, Macon, Chimay (B), Couvin, Vaucelles, Givet (Fr), Heer, rivier de Maas, Dinant (B), Namur. 121 km.

SDC12138

 

Een gekke dag met weer heel wat kilometers. Werd om 5.15 wakker van een regenbui, maar die zette niet door. De tent dus zo goed als droog ingepakt. Eerst noordwaarts richting Anor. België weer in. Een uitloper van de Ardennen.  Mooie vergezichten. Voortdurend dreigende wolken, maar het leek of ik vandaag tussen de buien doorfietste. Oostwaarts naar de Maas. Nog weer een stukje Frankrijk. Het fietsen langs de Maas viel wat tegen. Geen echte fietspaden. Dus: of over de grote weg of de kleinere wegen die hoger liggen en stijgen en dalen. Voorbij Heer zelf een zware klim.
In Dinant koffie gedronken naast het geboortehuis van Adolphe Sax, de uitvinder van de saxofoon. Tijdens het laatste stuk naar Namen wordt ik overvallen door een hevige onweersbui waarvoor ik kan schuilen onder een carport. In Namen een hotelletje gezocht en in de stad bij een Turk kebab en patat gegeten. Namen is een levendige studentenstad. Goede sfeer! Morgen de laatste rit naar Maastricht.

SDC12145

Dag 7
Namur, langs de Maas via Andenne, Huy, Luik naar Maastricht. 109 km.

SDC12151

 

Langs de Maas van Namen naar Maastricht klinkt simpeler dan het is. Soms kilometerslange fietspaden direct langs het water, soms helemaal niks en ben je weer aangewezen op de grote weg. Maar dan blijkt er opeens weer een fietspad aan de overkant van de rivier te zijn. Wat zijn we in Nederland toch gezegend met een speciale bewegwijzering voor fietsers van de ANWB. Vooral in een stad als Luik mis ik dat echt. Het stuk Luik (al kilometers ervoor) tot Maastricht is trouwens hoofdzakelijk bebouwd met industrie. Zand, stenen, kalk, cement. De fietspaden lopen vaak over de fabrieksterreinen heen, waardoor de fiets en de tassen erg vuil worden van het opspattende vieze water. Bij de Sint Pietersberg fiets ik Nederland binnen (ten westen van de Maas gefietst). Er is nog net plek voor een Nederlandse cementfabriek, de Enci . Dan begint meteen de bebouwde kom van Maastricht. Even later laat ik me fotograferen op het Vrijthof en zitten de zeven dagen fietsen erop. Fietsen door West-Vlaanderen, Pas de Calais, Picardie en de Ardennen. Om kwart voor 6 vertrekt de trein richting Utrecht. Dan nog 10 kilometer naar huis, en kan ik om 20.00 uur aanschuiven voor een lekkere warme hap gemaakt door Julia.

SDC12156

De Matthäus Passion uitgelegd in 600 woorden

De Mattheüs Passie in 600 woorden uitgelegd op één A4tje.

De Matthäus Passion (MP) gaat over het lijden en sterven van Jezus Christus zoals dat is beschreven in de bijbel: het evangelie van Mattheüs hoofdstuk 26 en 27.
Passies werden traditioneel uitgevoerd in de lijdenstijd. Bach heeft dit  op het hoogste niveau gebracht met voor zijn tijd nieuwe stijlen o.a. uit de Italiaanse opera.
De rode draad is dus de Bijbeltekst die in gedeelten wordt gezongen door  ’de evangelist’, een tenor. Dit worden recitatieven genoemd.  Het is een soort voordragende manier van zingen.
Als in bepaalde tekstgedeelten  meerdere mensen iets zeggen of roepen dan maakt Bach hier een koorpartij van. Bijvoorbeeld als het volk schreeuwt:  “Lass ihn kreuzigen”.
Jezus’ woorden worden door een bas gezongen. Er klinkt dan altijd vioolmuziek ‘boven’.

Alles wat er verder om en tussen de evangelietekst te horen is zijn reacties, beschouwingen, reflecties en antwoorden op het gebeuren.  Het gaat dan om twee  vormen:
Ten eerste de koralen:  dit zijn de kerkliederen uit die tijd, die worden 4 stemmig door het koor gezongen. Bijvoorbeeld: als Jezus sterft  volgt het koraal: ‘Wenn ich einmal soll scheiden, so scheide nicht von mir’. Een ‘persoonlijke’ reactie dus. De MP heeft 14 koralen.
Ten tweede de Aria.  Dit is een lied, vaak met een prachtige instrumentale omlijsting. Ook hier gaat het om een reactie op de gebeurtenis. Als Jezus verraden wordt zingt de sopraan, om haar verdriet te uiten:  ‘Blute nur, du liebes Herz’ of als Petrus Jezus heeft verloochend zingt de alt: ‘Erbarme dich’.  Vaak is de instrumentatie beeldend, bijv. de aria ‘Komm süsses Kreuz’, die Jezus’ gang naar Golgotha verbeeld: in de scherpe tonen van de gamba hoor je het zwoegen van Jezus.

Dan zijn er nog  het groots opgezette openingskoor, en de afsluitende grote koorwerken van het eerste en tweede deel. In het openingskoor  ‘Kommt ihr Töchter, helft mir klagen’ komt nog een andere  structuur van de MP naar voren, namelijk de dubbelkorigheid (met dubbel orkest).  Het openingskoor is een vraag en antwoordspel.  Er zijn de ‘gelovigen’ en de ’toeschouwers’ (dochters van Jeruzalem).  Als een treurmars opent het orkest de passie, en de ‘gelovigen’ beginnen hun klaaglied te zingen en proberen de ‘toeschouwers’ daar bij te betrekken:  Ziet Hem – Wie? – de Bruidegom,  Ziet Hem – Hoe? – zoals een Lam….enz.
Helemaal ingewikkeld maakt Bach het als hij in dit openingskoor nog een derde koor (vaak jongenssopranen) het koraal ‘O Lamm Gottes unschuldig’ regel voor regel laat zingen. Dit jongenskoor komt aan het slot van deel 1 nog een keer terug met het breed instrumentaal uitgewerkte koraal:  ‘O Mensch bewein dein Sünde gross’ (over toepassing gesproken).
De MP wordt afgesloten met het grote slotkoor  ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’. Wederom een klaaglied, maar ook een wens voor Christus: “Ruhe sanfte, sanfte ruh”; rust zacht, in vrede.

De aria- en koorteksten zijn geschreven door Picander. In de theologie die op de achtergrond meespeelt wordt steeds uitgegaan van het feit dat Jezus moest lijden en sterven voor de zonden van de mensen en dat dus ook voor ons/mij heeft gedaan. Dus: Petrus kan wel om ‘erbarmen’ vragen, maar ‘ik’ had het net zo fout gedaan en ben dus ook schuldig. Ook komt er in de MP veel Bijbelse beeldtaal voor. Christus als bruidegom (de kerk is zijn bruid) of Christus als lam (wat geslacht wordt).
Tenslotte: boeken zijn er geschreven over verborgen getalsymbolieken, de kruisvorm van het gehele werk (de 2 delen als de 2 kruisbalken) en de muziekbehandeling van de tekst. Literatuur genoeg voor degene die zich verder wil verdiepen in dit mooiste muziekwerk wat er bestaat.

Nun komm, der Heiden Heiland; Jesaja, Ambrosius, Luther en Bach.

Ambrosius                              Luther
                 Ambrosius                                                               Maarten Luther

 ‘Lob sei Gott, dem Vater, ton’. Zo begint de laatste strofe van het adventslied ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Een lied wat als ‘Veni, Redemptor gentium’ oorspronkelijk stamt uit de vierde eeuw en geschreven is door kerkvader Ambrosius. Maarten Luther heeft het lied opnieuw getoondicht, en zo kreeg Bach iedere advent weer met dit lied te maken. Hij schreef er verschillende orgelbewerkingen over en twee cantates. En bij elke bewerking horen we een andere ‘ton’*. En elke ‘ton’ vertelt ook weer iets over een aspect van advent.

(*Ik speel wat met het Duitse woordje ‘ton’, wat inderdaad ook ‘toon’ betekent. Dit is
echter niet wat bedoeld wordt met het woord in het laatste vers. Oorspronkelijk staat er:
‘g’tan’. Om het goed te laten rijmen is er ‘ton’ van gemaakt).

Eerst de volledige tekst (Nederlandse vertaling: zie Lied 433 uit het Liedboek) :

Nun komm, der Heiden Heiland,
Der Jungfrauen Kind erkannt!
Dass sich wundre alle Welt,
Gott solch’ Geburt ihm bestellt.

Er ging aus der Kammer sein,
Dem kön’glichen Saal so rein,
Gott von Art und Mensch ein Held,
Sein’n Weg er zu laufen eilt.

Sein Lauf kam vom Vater her
Und kehrt’ wieder zum Vater,
Fuhr hinunter zu der Hoell’
Und wieder zu Gottes Stuhl.

Dein’ Krippe glänzt hell und klar,
Die Nacht gibt ein neu Licht dar,
Dunkel mus nicht kommen drein,
Der Glaub’ bleibt immer im Schein.

Lob sei Gott dem Vater ton,
Lob sei Gott sein’m ein’gen Sohn,
Lob sei Gott dem Heil’gen Geist
Immer und in Ewigkeit!

Centraal in advent staat de verwachting naar de komst van Christus.  Jesaja  9 vers 1 tot 6 zou voor Bach een grote inspiratiebron geweest kunnen zijn bij zo verschillend toonzetten van dit adventslied. In dit hoofdstuk horen we de bekende woorden: “Het volk dat in duisternis wandelt ziet een groot licht“.  Verderop:  ‘het (volk) verheugt zich voor uw aangezicht als met de vreugde van de oogst’. En tenslotte: ‘Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem  wonderbare raadsman, sterke God, eeuwige Vader, Vredevorst‘.

Licht.

Luister (bekijk op YouTube) naar de prachtige koraalbewerking voor orgel (BWV 659). Lage pedaalklanken zetten in met de eerste tonen van het gezang. Het is alsof het nog nacht is. Het is nog overal stil… Tegelijk is er een strak, lopend ritme. Het volk dat in de duisternis wandelt… Je ziet het bijna voor je. En dan: als een stralende ster is er ineens die wonderschone, ‘lichte’ improvisatie op de melodie, zoals alleen Bach dat kan laten klinken. Een licht dat schijnt in de duisternis. Een melodie die troost en rust geeft. De nacht is voorbij; het wordt dag!

Vreugde.

Cantate 62. Als je de cantate niet kent en je hoort de eerste klanken van het orkest en er wordt gezegd dat het een kerstcantate is, dan zou je het geloven. De instrumentale opening zou zo in het Weihnachts-Oratorium passen. Wat wil je ook: Advent is niet alleen verwachting, het is ook een weten dat Christus komt, of beter gezegd: is gekomen! De vreugde van kerst klinkt daarom al door in advent, en zeker ook in deze cantate! ‘Gott solch geburt bestellt’. God heeft het volk weer vreugde bezorgd. Bach gooit even alle remmen los. Feest!

Vredevorst.

Ten slotte. Denk eens terug: Prins Willem Alexander werd tot koning gekroond. Onder plechtige muziek schrijdt hij met Maxima de Amsterdamse Nieuwe Kerk binnen.  Het zou de muziek van Cantate 61 hebben kunnen zijn: een Franse ouverture. Zo’n ouverture was inderdaad bedoeld ter omlijsting van de binnenkomst van Lodewijk de veertiende. Bij het horen van Bach’s ouverture van Cantate 61 zie je in gedachten de koning de kathedraal binnen schrijden. ‘Sterke God, Vredevorst’. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk”.
En dan de vocalen: ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Eerst afzonderlijk de sopranen, dan de alten, dan de tenoren en tenslotte de bassen. Alsof Bach wil benadrukken: iedereen, van hoog tot laag ziet er naar uit: ‘Des sich wundert alle Welt’.

Jesaja, Ambrosius, Luther en Bach. De eerste inspireerde de tweede en dat ging zo door. En daardoor is advent voor ons nog steeds een inspirerende tijd.  Licht in het donker. Vreugde om de komst van de koning. Met prachtige muziek van Bach.

‘Immer und in Ewigkeit’.

Wim Faas

Alfama

SDC11065

De oudste wijk van Lissabon.  Eeuwen geleden gesticht door de moren. Vanaf de rivier  is er heuvel op een wirwar van straatjes, steegjes, trappen en pleintjes ontstaan.  In honderden, misschien wel duizenden  hoge, smalle huisjes wonen jongeren die hun huis hip hebben opgeknapt en ouderen, soms hoogbejaarden,  die kromgebogen naar beneden lopen om daar in het broodwinkeltje van vier vierkantje meter een paar broodjes te kopen.
De taxichauffeur brengt ons vanaf het vliegveld er naar toe. Met behulp van een routeplanner op zijn I-phone denkt hij ons gauw even af te zetten. Maar hij verdwaald hopeloos in het doolhof.  Ja, de Rue da Adigè is vlakbij, maar het straatje waar hij nu in rijdt is 1 meter 70 breed en eindigt 30 meter verder om de hoek in een trap omhoog.  Keren is niet mogelijk. In zijn achteruit dus. De taxichauffeur moet al zijn stuurmanskunsten aanwenden om schadeloos hieruit te komen.

Ons huisje ligt iets boven de straatjes die aan de voet van de heuvel liggen. Daar zijn de winkeltjes en de restaurantjes.  Honderd meter lopen en je komt twee bakkertjes tegen, twee winkeltjes met van alles en nog wat, maar vooral veel groenten en fruit buiten uitgestald, een slager met grote stukken vlees in de vitrine die pas bij de bestelling in vijf keurige ribkarbonades worden gehakt, twee of drie smoezelige koffiehuizen, een kapper, een winkeltje met allerlei elektra, een winkeltje met kranten en tijdschriften (en spullen van Benfica!), een stomerij en last but not least; een naaiatelier.

Lissabon is niet een stad van architectonische of culturele hoogtepunten. Het is een stad die je moet beleven. Je moet erin leven, het ondergaan.  Vooral Alfama. Je kijkt je ogen uit: de gevels met de geglazuurde tegels,  de oude afgebladderde deuren, de ramen waar overal wel wat was voor hangt te drogen, de vogelhuisjes die naast de kozijnen hangen.  De schitterende uitzichten als je iets hoger bent geklommen. Uit de huizen komt de geur van geroosterde sardientjes. Overal staan deuren en ramen open en je hoort de muziek klinken die bij deze stad hoort: de Fado. Melancholische levensliederen over verlangen en verloren liefdes.

’s Avonds is het een drukte van belang in de straatjes beneden. Groepjes inwoners ontmoeten elkaar op de hoeken en de pleintjes, kinderen rennen heen en weer en pesten de rondwandelende toeristen die op zoek zijn naar een plek om te eten. De restaurantjes gaan laat open en  gastheren proberen je vriendelijk naar binnen te lokken. Ook hier wordt de fado gespeeld, al doet het hier wat commerciëler aan.  “Here,  good food, and good music”  is de boodschap van een gastheer.  Hij gaat direct over in het Nederlands als hij onze afkomst herkent.  “Ik woonde  acht jaar bij jullie, als politiek vluchteling”. “Shame, dat jullie nu die rechtse regering hebben”.  Ik ben om, hier gaan we eten.

Alfama. Een antieke wijk waar oud en jong door elkaar woont, voornamelijk autochtone Portugezen.  Waar een sfeer hangt die Noord-Afrikaans aandoet.  Waar op de muren is geschreven ‘fuck the pope >  in prison’, maar  waar je ook overal de beeltenis van Santo  Antonió ziet,  de patroonheilige van de wijk.  Ik snap dat wel, want een oude katholiek leerde me ooit een gebedje wat je kan opzeggen als je iets kwijt bent:  ‘Heilige Antonius m’n beste vrind, zorg dat ik m’n straatje in Alfama weer vind’.

30-10-2010

SDC10968

SDC10939

SDC10984

De viool van mijn opa

SDC11686

De viool van mijn opa.

Als een wandversiering hing hij vroeger bij ons thuis in de huiskamer: de viool van mijn grootvader. Met netjes daarnaast de strijkstok. Zo nu en dan haalde mijn vader het instrument van de muur en speelde dan, heel gebrekkig en langzaam het Wilhelmus. Dit was , zo zei hij,  ook het enige stuk wat mijn opa er op kon spelen.
Geboren in 1896 moet het  rond 1914 geweest zijn dat mijn opa naar de normaalschool ging. Dit was een vroege voorloper van wat later de kweekschool werd en nog weer later de PABO.  Dit type onderwijs heb ik ooit ook nog even gevolgd, en toen hoorde daarbij dat je een blokfluit moest aanschaffen. In 1914 was dat blijkbaar een viool. Zo is mijn opa aan dit strijkinstrument gekomen.  Volgens de overlevering was hij echter a-muzikaal en was dus het enige wat hij kon spelen ons nationale volkslied. In die a-muzikaliteit onderscheidde hij zich overigens niet bijster van de meeste onderwijzers die na hem gekomen zijn en gegaan. Nog steeds is het droevig gesteld met muziek op de basisschool.
Na de normaalschool heeft mijn opa een aardige carrière als onderwijzer doorgemaakt. Via Oude Tonge, Hoevelaken, Lexmond en Doornspijk is hij uiteindelijk in 1934 in Ede terecht gekomen waar hij bovenmeester werd van de Paasbergschool . Dit is hij gebleven tot zijn overlijden in 1959.
De viool is met al die verhuizingen altijd meegereisd, maar zal denk ik weinig tot nooit uit de kist genomen zijn om als instrument de schoolzang te ondersteunen. In de zeventiger jaren kreeg de viool uiteindelijk de bedenkelijke  functie als wanddecoratie. Volgens mijn vader heeft  hij in die tijd de snaren nog een keer vernieuwd. Voor de viool betekende dit echter het begin van een zware tijd.  Bij gebrek aan een gitaar in ons huis probeerden  mijn broer en ik  als 13, 14 jarige pubers ons eerste gitaarspel uit op de viool van opa. Wellicht is dit de reden dat ik nooit echt goed heb leren gitaarspelen. Hoe dan ook, met de viool alsook de strijkstok ging het sindsdien alleen maar bergafwaarts. De laatste jaren hing hij troosteloos en totaal onbespeelbaar  in de achterkamer.  In 2010 ging mijn vader kleiner wonen en werden allerlei spullen waar mijn vader geen belangstelling meer voor had  verdeeld.De viool  wilde ik wel. Op zolder bleek ook de oorspronkelijke vioolkist nog aanwezig! En zo verhuisde de viool na zeker 76 jaar Ede naar Zeist.
Met de viool ben ik naar een vioolbouwer gegaan. Ik heb hem het verhaal van de viool verteld en aan hem gevraagd of het instrument nog op te knappen viel. Met een geïnteresseerde en deskundige blik onderzocht de vioolbouwer het zeker al 100 jaar oude instrument. En wat bleek: hij zag er nog wel wat in! Althans, wat de kast en de hals betreft. Allerlei andere zaken als snaren, kam en stemknoppen waren weg of kapot, maar dat viel gemakkelijk te vervangen. Het belangrijkste van een viool is de kast en de hals en die waren nog zo goed als gaaf. En wat daar nog bij kwam: de vioolbouwer vond het een mooi instrument. Hij zag bijzondere details en wees aan waaraan hij kon zien dat het instrument handgemaakt was, naar een model van Francesco Ruggeri, een zeventiende  eeuwse,  Italiaanse vioolbouwer uit Cremona.  De houten krul bij het stemmechaniek bijvoorbeeld, was asymmetrisch, en dat duidde erop dat het met de hand gesneden moest zijn. Ook de bolling van de klankkast en de kleine versierinkjes hier en daar wezen erop dat mijn grootvader niet een niemendalletje heeft aangeschaft. Hij wilde het instrument graag opknappen. Het zou me het luttele bedrag van 120 euro gaan kosten. Daarnaast moest de strijkstok vervangen worden omdat die een breuk had bij het handvat.
Inmiddels is de viool weer thuis. In de vioolkist weliswaar. Volgens de vioolbouwer heeft het instrument nog een behoorlijke waarde. Voor mij is dat van minder belang. Ik ben trots dat ik dit familiestuk in bezit heb. Soms haal ik de viool uit de kist en probeer ik ‘het Wilhelmus’ te spelen.

SDC11691

Heilige beukennootjes

 

“Bent u iets verloren?”

Ik was van mijn fiets gestapt om wat beukennootjes van de grond te rapen. Schuin omhoog kijkend zag ik de in het zwart geklede, hoogbejaarde man met een wandelstok die mij deze vraag gesteld had.

Het was op de route van mijn werk naar huis: van Bosch en Duin naar Zeist, door het bos van Dijnselburg. Dagelijks passeer ik aan de rand van het bos de grote bungalow waar ooit kardinaal Alfrink woonde. De bungalow wordt omringd door grote beuken. Nu wordt de bungalow bewoond door een aantal bejaarde paters. Eén kamer is ingericht als kapel. Elke morgen als ik rond de klok van 8 uur voorbijfiets bevinden de oude mannen zich in de kapel en houden daar hun ochtendgebed.Door twee vierkante raampjes wordt mij dagelijks een tijdloos schouwspel geboden. Er branden kaarsen en één van de paters staat gehuld in een lichte toga achter een katheder. Dit moment heeft voor mij betekenis gekregen: zelf kom ik zo moeilijk aan bidden toe; maar deze oude mannen bidden onophoudelijk en ik voel me daarin meegenomen. Als zij bidden, zal ik wel werken…en zo bezin ik me toch nog enkele momenten, en wordt ik even uit de dagelijkse sleur opgetild.

 

“Nee,ik zoek wat beukennootjes”.

Ik ben tegenover het oude mannetje gaan staan. Een vriendelijk gezicht keek mij aan. Ik vroeg hem wanneer hij voor het laatst beukennootjes heeft gegeten. Hij dacht een tijdje na. “Dat kan wel tachtig jaar geleden zijn”. “Dan wordt het tijd om eens te ontdekken of de smaak van deze nootjes nog hetzelfde is”antwoordde ik.  Terwijl ik een beukennootje afpelde vroeg ik hem of hij een bewoner is van de bungalow. Dat was hij, zoals ik wel dacht. Hij nam het beukennootje van mij aan en stopte het in zijn mond. En ik vertelde ik mijn verhaal; van mijn dagelijkse inkijkje bij hun gebedsbijeenkomst en mijn gedachten daarbij. “Dat is heel mooi” was tenslotte zijn reactie. “Jouw mijmeringen komen via ons wel in de hemel terecht”. ‘Typisch katholiek’ was de gedachte die door me heen flitste.

Het beukennootje smaakte hem overigens net als tachtig jaar geleden.

Na hem gegroet te hebben stapte ik weer op m’n fiets en ik voelde me gelukkig met deze korte ontmoeting.

Alsof ik iets kostbaars gevonden had.

Een nieuwe pasfoto

Bij binnenkomst in de publiekshal van  het gemeentehuis waar ik ben voor een nieuw paspoort moet ik eerst een nummertje trekken. Nog 11 wachtenden voor me. Tijd genoeg dus om eerst een pasfoto te maken in het pasfotohokje. Achter het gordijntje hoor ik iemand mopperen. Ik lees alvast de werkwijze aan de zijkant van de automaat. Door één zin kom ik in een dilemma: “Uw bril kan door de flitslichtweerkaatsingen veroorzaken waardoor de foto wordt afgekeurd. Advies uw bril af te zetten”.  Verdikkeme. Heb ik net een nieuwe bril die ik juist zo goed vindt staan. Ik waag het er maar op.”Kan” staat er in de bewuste zin.
Achter het gordijntje hoor ik nog steeds gemopper. Maar dan gaat het gordijntje open en komt er een bejaarde vrouw naar buiten. Haar foto moet klaar zijn, maar ze kan hem nergens vinden. Ik wijs haar op de gleuf aan de buitenkant van het hokje. Opgelucht  neemt ze de foto en vertrekt richting de balies.
Het nemen van de foto in het hokje is eenvoudig. Het krukje wat lager draaien.Mijn gezicht moet precies in de ovaal passen die op de  spiegel staat  waar ik in kijk.  Dan kan ik door een druk op de knop de foto nemen. Op het scherm zie ik het resultaat.  Ik mag besluiten om nog een nieuwe poging te wagen, maar ik ben direct tevreden.  Ik druk op de knop ‘afdrukken’ en verlaat het hokje.  Een struise vrouw van een jaar of 60, geheelin het rood gekleed met lang, volgens mij geblondeerd, haar  stapt nu in het hokje.
Na een minuutje wordt mijn fotokaart uitgespuugd door de automaat. Ik sta er goed op! Alleen, bij de bril wel wat lichtvlekken. Ai….hopelijk kan het er nog mee door.
Bij de balies moet ik nog een tijdje wachten. De vrouw in het rood blijkt nog eerder aan de beurt dan ik. Maar dan verschijnt ‘mijn nummer’ op een scherm. Ik mag naar balie 3. De gebruikelijke formaliteiten worden afgenomen. Dan komt  het moment dat ik mijn pasfoto moetoverhandigen. De baliemedewerker heeft de schaar al in zijn hand om één van devier pasfoto’s eruit te knippen.  Dankomt de opmerking waar ik al bang voor was. Niet goed. Teveel lichtvlekken opde bril. Helaas. Gelukkig krijg ik een munt om een nieuwe foto te maken. Dat istoch weer coulant van de gemeente. Anders had ik opnieuw x805,- moeten betalen.De gemeenteambtenaar verteld er wel bij dat er maar eenmaal een extra muntwordt verstrekt. Als ik weer een foute foto maak mag ik zelf weer dokken. Primadenk ik. Het zal me niet meer overkomen. Bij de volgende foto zal ik mijn brilmaar afzetten. Jammer, maar er zijn ergere dingen.
Tegelijk met de dame in het rood kom ik weer aan bij het fotohokje.  Ook zij moest de foto overnemen. En wat blijkt, ook teveel lichtvlekken op de bril. Dan valt het mij pas echt op: wat een knots van een bril zij op heeft,  en: knalrood!
De bejaarde vrouw  komt warempel weer het hokje uit. Ook haar foto was blijkbaar niet goed gekeurd. Intussen was ik met de vrouw in het rood in gesprek geraakt. Dat ik op mijn paspoortfoto brilloos zou verschijnen,  oké. Maar zij… Met volle overtuiging zeg ik dan ook tegen haar: “Maar mevrouw, als u zonder bril op de foto gaat, dan verliest u uw identiteit!”. Ze kijkt me verbaasd aan. “Ja,dat is helemaal waar” zegt ze  “Maar wat moet ik dan?”. “U kunt een pasfoto laten maken bij een fotograaf, die hebben een flits volgens mij niet  nodig”. “Dat ga ik doen, dank u wel voor de tip meneer”. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat mijn baliemedewerker dit tegen mij had gezegd, de hare blijkbaar niet.
Intussen is de oude vrouw naar buiten gekomen.  Ze pakt haar tweede foto uit de gleuf en kijk ter beteuterd naar. “Helemaal mislukt”.  Ik bekijk de foto ook. Haar gezicht staat er half op. Ze heeft het krukje niet omhoog gedraaid.  “Maar u kon toch op het scherm zien of uw hoofd in de ovaal zat?” vroeg ik haar. “Nee, meneer, ik moest mijn bril afzetten, dus ik kon dat allemaal niet zien”. Ik wilde nog tegen haar zeggen dat ze haar bril pas had af kunnen zetten op het moment dat ze de foto nam, maar ik kwam er niet tussen. Jammerend zocht ze in haar portefeuille naar genoeg euromunten, want nu ging het haar weer €5,- kosten.
De vrouw in het rood had inmiddels iets verderop haar jas aangetrokken (echt waar; ook rood!) en stond op het punt te vertrekken.  Toen ik kreeg ik een idee. “Mevrouw, u heeft uw munt nu niet gebruikt. Wilt u die geven aan deze mevrouw wiens tweede foto ook mislukt is?”

Dat was natuurlijk geen probleem.  En terwijl ik een oogje in het zeil hield maakte het oude vrouwtje haar derde foto. En die was uiteindelijk goed!

Cantate 206, een pikante Bach?

In één van Bach’s wereldlijke cantates heb ik een ontdekking gedaan, op het spoor gekomen door een opmerking van Maarten ’t Hart.

Veel heb ik over Bach gelezen. Vanuit verschillende invalshoeken. Er is één universeel thema waar ik nauwelijks iets over lees met betrekking tot de muziek en de persoon van Bach. En dat thema is: seksualiteit of erotiek. De kernvraag is daarbij simpel: zit er ook seksualiteit of erotiek in de muziek van Bach. We weten dat Bach 20 kinderen heeft verwekt. Hij moet dus seksueel zeer actief geweest zijn. We weten ook dat seksualiteit, verlangen e.d. een algemene drijfveer is bij creatieve expressie. Maar hoe zit dat bij Bach? Bij deze ernstige man, waarbij we vooral de verbinding met een diep christelijk geloof leggen?

Maarten ’t Hart schrijft in zijn boekje over Bach (Kruitvateditie) in het hoofdstuk over de teksten die Bach op muziek zette (blz.66): “Het is nauwelijks geloofwaardig dat deze muziek en deze tekst bij elkaarhoren”. Het gaat dan over het slotkoor van de (seculiere) cantate 206, Schleicht, spielende Wellen.  Op een gegeven moment herhalenin het slotkoor ´Die himmlische Vorsicht der ewigen Güte´ alleen vrouwenstemmen de volgende tekst:

So viel sich nur Tropfen in heutigen Stunden
In unsern bemoosten Canälen befunden,
Umfange beständigdein hohes Gemüthe
Vergnügen und Lust!

Door een oud versje, met een dubbele bodem, kwam ik erachter dat Bach hier misschien tekst en muziek heel opmerkelijk wel op elkaar heeft laten aansluiten.

Mijn grootvader, geboren in 1896 in Zeeuws-Vlaanderen was onderwijzer en bovenmeester. Tijdens het opruimen van een zolder een aantal jaren geleden werd een schoolschriftje gevonden uit 1912, volgeschreven door mijn grootvader die dus 18 jaar was. Hierin stonden ook verschillende versjes. Omdat onze grootvader bekend stond als een serieus gelovige man vonden we een aantal versjes opmerkelijk vanwege het pikante karakter. Aan één versje moest ik denken bij het lezen van de zojuist geciteerd tekst: “In unsern bemoosten Canälen”. Dit is het versje:

Lied van een Visscher

 Daar zou een visscher uit visschen gaan
Met fijn vergulde snoeren
Hij zette zijn kastje opzij
En zijn visschersnoeren erbij

 Wat zag hij van ver toen in zijn schijn
Een aardig lief meisje nadert tot mij
En dat meisje sprak mij aan
Visscher, visscher waar komt gij vandaan

 Ik kan hier visschen voor mijn plezier
Al in de binnenstromen
Het is er geleden een half uur
Toen ben ik hiergekomen

 Visscher uw woorden staan mij aan
Uw woorden zal ik prijzen
Kom ga met mij mee,hier een eindje vandaan
Dan zal ik u een slootje aanwijzen

 Maar toen hij bij dat slootje kwam
Een slootje met biezen bewassen
Toen gooide hij daar zijn hengeltje in
Om het meisje te verrassen

 Zijn hengel schoot wel zes duim diep
Eer dat het meisje om hulp riep
Zij zweerde dat er nooit zo een vis
In haar slootje gevangen is.

Naar het Fransch

Onbekend is van wie dit versje is. Misschien heeft mijn grootvader het zelf uit het Frans vertaald? De strekking en dubbelzinnigheid van dit versje zal echter wel duidelijk zijn hoop ik. “Een slootje met biezen bewassen”, is het geen prachtige omschrijving van dat verborgen lichaamsdeel van de vrouw waar mannen hun ‘genoegen en lust’ vinden?

De tekst van cantate 206 is ook zeer beeldend van karakter. Vier rivieren van het land vereren Augustus de keurvorst van Saksen en koning van Polen. Stromende rivieren zijn een teken van welvaart en dus een genoegen voor de koning. Dat wordt in het slotkoor overtuigend gezongen door alle stemmen. De keurvorst wordt het allerbeste toegewenst. Maar, waarom worden die paar zinnen, totaal anders getoonzet vrolijk herhaald, en dan nog wel alleen door vrouwenstemmen bijna a-capella gezongen?

Wel, denk ik, door een prachtige en ondeugende inval van Johann Sebastian die net als mijn grootvader wel serieus gelovig was, maar blijkbaar ook wel van een pikant grapje hield. Zeker omdat bekend was dat August de Sterke tal van kinderen heeft verwekt bij meerdere vrouwen.  Als vrouwen zingen over hun vochtige bemoste kanalen die het toppunt van genieten, genoegen en lust van de man omvatten,dan moet dat dan toch wel klinken met een “Mozartiaanse gratie,liefelijkheid en bevalligheid” zoals Maarten ‘t Hart nogmaals schrijft op pagina 126? En passen muziek en tekst dan niet wonderwel bij elkaar? Het is bijna opwindend…

Eerste versie. Uitgebreidere versie onder de titel ‘Bach voor boven de achttien’ staat in het boek ‘Dansen met Bach’.

 

VIA ROMA – gedichten bij een fietstocht naar Rome

 

Sdc10366

Inleiding

14 april 2009 ben ik 50 jaar geworden. Al langer was ik van plan om dan een periode ‘er op uit te trekken’. In januari van dit jaar ontstond het idee om naar Rome te gaan fietsen. Na een gedegen voorbereiding ging ik 21 april op weg. De dag daarvoor gaf Cisca mij een boekje met daarbij min of meer de opdracht hier iedere dag een gedichtje in te schrijven. Ik ben de uitdaging aangegaan, en zie hier, het resultaat.

De verzameling gedichten geven allereerst mijn indrukken en ervaringen weer van mijn reis naar Rome. Thema’s vrede, vrijheid en vijftig komen aan bod. Verder kunst, religie en natuur. Op 26 april, 13, 15 en 19 mei een gedichtje over resp. Emma, Julia, Cisca en Hanna omdat die getallen verwijzen naar hun geboortedag (waarbij Julia werkelijk op 13 mei jarig was).

Ten tweede is dit bundeltje ook te beschouwen als een puzzelboekje. In elk gedicht (één dag uitgezonderd) komt het woord: ‘Rome’ voor. Vaak gewoon, maar vaak ook op de één of andere manier verborgen. Een enkele keer is het meerdere keren in een gedicht verborgen. Steeds wel op een logisch te beredeneren manier. Het is aan de lezer de uitdaging om dat woord elke keer te op te speuren (als ‘Rome’ gewoon wordt genoemd dat wordt in dat gedicht niet nogmaals verborgen).

Veel lees- en zoekplezier!

Wim Faas

——————————————————————————————————

Well, 21 april

Lieve Heer, Dank U wel voor deze dag
Dat ik 50 jaren leven mag
Dat ik op de fiets mag gaan naar Rome
Ik bid dat ik daar veilig aan mag komen

Amen

——————————————————————————————————

Sdc10194

Jullich, 22 april

Eerst langs de Maas
Dan langs de Roer
Man wat fiets ik daar stoer
Mensen kijken me geregeld na
Maar ze weten niet dat ik naar Rome ga

——————————————————————————————————

 

Sdc10223

23 april, Remagen

Geel-zwarte tassenset

Fietsen van Zeist naar Rome
Meer dan 2000 kilometer harken
De duitsers denken dat ik postbode ben:

“Haben sie auch Briefmarke?”

——————————————————————————————————

Sdc10205

 24 april,Koblenz

 

Waar de Moezel en de Rijn samenkomen
Stond ik op mijn weg naar Rome
Daar voer Hendrika voorbij
Er was een stem in mij die zei:
“Mijn moeder”
Martinus Nijhof had net zo’n ervaring
Bij een boot die onder de Waalbrug ging

(lees: ‘De moeder, de vrouw’ van Martinus Nijhof)

 

——————————————————————————————————


Bingen, 25 april

In de basiliek van Bingen
Ontmoette ik een Hildegard
Haar dochter wees me naar binnen
Ze schikte bloemen, heel apart
Het meisje kwam alleen om te bidden
Naar Rome. Wauw! Dat zou ik ook wel willen
Of anders naar Taizé
Omdat ze daar zo heel mooi zingen

——————————————————————————————————

Waldorf, 26 april

Emma was al eens in Rome
Met de kleine Mate
Want dat is haar grote ome
En de vader van Renate

——————————————————————————————————

Schonbrun, 27 april

Vrijdenkers, vromen en
vrachtwagenchauffeurs
Allen reizen naar de eeuwige stad
Om te laden of te lossen
Allemaal hun eigen schat
En ik, vriend van allen
Wat laad ik of loos
Ik weet het niet
maar ik geniet
De reis is grandioos

——————————————————————————————————

 Tubingen, 28 april

Zo’n fietstocht
Je kan erover dromen
Je kan het ook gewoon doen
Ik heb er nooit over gedroomd
Ik doe het gewoon

——————————————————————————————————

Sigmaringen, 29 april

Rijden met een rotgang
Oostenrijk in zicht

Mijn voeten op de pedalen
En de versnelling staat licht

——————————————————————————————————

 Sdc10279
  Bregenz, 30 april


Ik ben Wim
Ik ben een pelgrim
(op weg naar Rome)
Alleen God reist met me mee
M’n fiets bestier ik
M’n leven vier ik
En ik ben al bij de Bodensee

——————————————————————————————————

De Alpen, 1 mei

De nachten zijn koud
De morgens zijn fris
Komt ’s middags de zon
Dan is ’t weer lang niet mis
De bergen eerst grauw
Kleuren groen en in wit
Morgen ga ik omhoog
Het wordt een zware rit

——————————————————————————————————

Landeck, 2 mei

Arlbergpas

Stoempen noemen ze het
Smeets heeft erover geschreven
Maar anders dan erover lezen
Is om het zelf eens te beleven
Vandaag was ik een Zoetemelk
Een Bogert, Teunisse, Breukink of Kuiper
Om een of andere reden
Doe ik dit maar eens in de 50 jaar

——————————————————————————————————

Reschen, 3 mei

 ‘Zo oud als de weg naar Rome’

Ik fiets erover:
De ‘Via Claudia Augusta’
Voltooid in 50 na Christus, door de Romeinen
1959 jaar oud dus
Dat verbindt mij met deze weg
50 jaar oud ben ik
Geboren in 1959

——————————————————————————————————

Meran, 4 mei

Europa doorkruisend
Kom je ze overal tegen
Gedenktekens van oorlogen
Eeuw in, eeuw uit gevoerd
Van de Romeinen tot aan Kosovo
Iedere plaats is wel beroerd
4 mei gedenken we in Nederland
Hier in Merano 30 april
God, laat het nu vrede blijven
Dat mijmer ik nu stil

——————————————————————————————————

Tramin, 5 mei

Je bent vrij
Als je de keuzes kan maken die jij wil
En daarbij in harmonie blijft met God
De mensen om je heen
En met jezelf

Met mijn reis naar Rome Vier ik de vrijheid!

——————————————————————————————————

Sdc10342 Trento, 6 mei

Fietsen langs Heidelberg, Trente en Rome
Geschiedenis van heiligen, ketters en vromen
In de kerk blijft men maar strijden
Zijn lichaam blijft maar lijden
Zal hier ooit een einde aan komen?

——————————————————————————————————

Sdc10379

Verona, 7 mei

“Is het nog ver naar Roma?”
vroeg een fietser in Verona
“Hangt af van hoeveel reisdagen je hebt gehad”
“Ik ben al 17 dagen op pad”
“Dan komt Rome voor jou al dichtbij
Ik schat dat je aankomt op 19 mei”

——————————————————————————————————

Sdc10394 Montagnana, 8 mei

Rechte kanalen
Snelstromende beken
Langs bergen en dalen
Door dorpen en steden
Ik fiets nu al weken
’t is Europa dat ‘k doorkruis
Eén ding weet ik zeker:
Ik raak steeds verder van huis

——————————————————————————————————

Sdc10417

  Povlakte, 9 mei

Rijden langs rivier de Po
“Is dat niet ietwat saai of zo?”
“’t waren meer de bergen die mij pakten
Maar ik hou me nu maar even op de vlakte”

——————————————————————————————————

Bologna, 10 mei

Het missen is geen malaise
Maar bij de lasagna bolognese
Wenste ik dat j’ook even kwam

Rome zal wel machtig wezen
Maar een stad zo één als deze
Zet mijn hart in vuur en vlam

Bologna, wat ben jij een prachtige stad
Nog nooit in mijn leven heb ik dit gehad
De sfeer die je ademt, de mensen, het plein
Hier wil je toch samen met je liefste zijn

——————————————————————————————————

                                       

Appenijnen, 11 mei

Ik zie hem niet, hoewel ik zoek
Maar daag’lijks hoor ik hem:

“Koekkoek!”

Het kan haast niet, maar toch, ik gis
Dat ’t elke dag dezelfde is!
En als ‘beschermengeltje’ mij begeleidt
Als ik al fietsende naar Rome rijd

——————————————————————————————————

Sdc10461

Florence, 12 mei

Duomo

Over de koepel heb ik een boek gelezen
De marmeren bekleding wordt alom geprezen
Trots domineert hij het stadsbeeld

Toen zag ik hem; van ver, van dichtbij
Schitterend. Het raakte mij
Een kerk die nooit verveeld

Maar waarom emotioneerde mij
bij binnenkomst dat ene vloermozaiek
Niet de ruimte, de koepel van de basiliek?

Een middelpunt waar alles op uitkomt
Waar alles vanuit gaat
Agnus Dei, Alpha en Omega
En ik die daarop sta

——————————————————————————————————

 Florence, 13 mei

Sla de trom en roer de fluit:
Julia is jarig!
Zing voor haar voluit!

Z’ is lief, sportief, bijzonder
Een meid die ik bewonder
Negentien jaar, en in balans
Dat dicht haar vader in Florence

——————————————————————————————————

 Sdc10530 
Siena, 14 mei

Een zadel onder m’n gat
Een stuur aan m’n fikken
M’n poten op de trappers
Dit kunnen ze niet van me pikken
Rome lijkt een klote end
Maar da’s geen punt voor een stoere vent

Zo.

——————————————————————————————————

  Sdc10550

 Toscane, 15 mei


Langs de berm en op de velden
Zoveel bloemen zie je zelden
Het landschap groen en glooiend zacht
In lentetijd één bloemenpracht

Brem, orchidee en kattenstaart
Daar achter de olijfboomgaard
Zo te fietsen in Toscane
Zal je je in ’t paradijs wanen

’t Is gek maar bij ’t zien van zoveel bloemen
Denk ik altijd aan mij lief
En zo is dit gedicht ook te benoemen
Als een kleine liefdesbrief

——————————————————————————————————

 Castel del Piano, 16 mei

De Hagedis

Ik lig lekker op het asfalt
In de hete zon te bakken
Wachten tot een vliegje komt
Die ik lekker kan gaan pakken
Auto’s hoor ik al op afstand
Ik spring dan snel hier naar de kant

Ai… wat voor geel gedrocht
Komt daar plotseling uit de bocht?
O, weer zo’n fietser onderweg naar Rome
Ik schrok me rot, je hoort ze niet komen
Door mijn alertheid gelukkig vermeden;
Anders was mijn staart eraf gereden

——————————————————————————————————

Lago di Bolsena, 17 mei

Door vele dorpen ben ik gereden

(o.a. Franstanz Fellengatter,
Fossa dèl Bero,
Flerzheim,
Fratta Polésine)

En overal staan kerken
Waar God nog wordt aanbeden

Heer hoor onze stem:
Dona nobis Pacem

——————————————————————————————————

Fabrica di Roma, 18 mei

Mensen, diepgelovig
Of overtuigend atheist
Allen reizen naar de eeuwige stad
Voor de één een bedevaart
De ander met toeristenkaart
Rome heeft voor ieder wat
En ik, vlak voor het eindpunt,
Was ik een pelgrim of toerist?
Ik denk dat je het zijn kunt:
Van beiden een beetje. En dat is ‘t.

——————————————————————————————————

Sdc10576

 Rome, 19 mei

Vandaag in Rome aangekomen
Het einde van de tocht
Rustig fietsen of flink stomen
Ik heb verloren liters vocht
Tweeëntwintighondervijftig
kilometers afgelegd
Voor een vent van net 50
Is dat zeker lang niet slecht

Het was mooi en het was leerzaam
Het was afzien, het was sport
‘K was alleen maar toch niet eenzaam
Daarom zeg ik in het kort:
’t was geweldig op m’n fietsie
Daarom: VENI VIDI VICI!

——————————————————————————————————

 Rome, 19 mei

Hanna is vandaag exact
Zestien en een half jaar
En om half drie kwam ik vol bepakt
In Rome aan, mijn tocht is klaar

——————————————————————————————————

 Sdc10581
Rome, 20 mei

Asterix is hier geweest!
Lees: ‘De Gladiatoren’
Voor Obelix één groot feest
Legionairs in de grond te boren

Het Colloseum, Circus, Forum,
Tempels en de pleinen
Men had een knappe geest

Voor Obelix: “rare jongens die Romeinen”
Maar ik bewonder ze bedeesd

——————————————————————————————————

Vaticaanstad, 21 mei

Bij de Pietá

Maria was zo’n zeventien jaar
Toen Jezus werd geboren
En toen hij drieëndertig was
Heeft ze hem weer verloren
Waarom beeldde Michelangelo haar af,
Met haar dode zoon in haar armen,
Alsof ze nog zeventien was
Met een blik van liefde, hoop en erbarmen
Hij wilde denk ik zeggen:
Kijk naar haar gezicht
De dood heeft het af te leggen
Leven heeft het overwicht

 Sdc10637

Bij de Pietá

(vervolg)

Kijk naar haar linkerhand
Die zegt: “Jezus, ga maar weer staan”
En, het is heel frappant,
men zegt dat Hij dat heeft gedaan!

——————————————————————————————————

Milaan, 22 mei

In de trein op de terugreis

Een man op reis
Maakte spelenderwijs
Op iedere dag
Rijmpjes van wat hij zag

—————————————————————————————————–

Keulen, 23 mei

Vandaag kom ik weer thuis
’s Avonds weer voor de buis
Of op de bank met een boek
Zaterdag een lekkere koek
Dochters als ze blij zijn of balen
Elke dag weer hun verhalen
Bij de Hoogvliet boodschappen kopen
In het bos weer hard kunnen lopen
De piano, m’n gitaar
De nieuwe Dylan, spelen maar!
Zondagmorgen weer een eitje
En in bed een heel lief meidje

Denk erom, een mens kan best even zonder zijn daag’lijkse riten
Maar ik ga er nu voorlopig extra van genieten!

   Sdc10622

 


Wim Faas, Mei 2009