De Matthäus Passion uitgelegd in 600 woorden

De Mattheüs Passie in 600 woorden uitgelegd op één A4tje.

De Matthäus Passion (MP) gaat over het lijden en sterven van Jezus Christus zoals dat is beschreven in de bijbel: het evangelie van Mattheüs hoofdstuk 26 en 27.
Passies werden traditioneel uitgevoerd in de lijdenstijd. Bach heeft dit  op het hoogste niveau gebracht met voor zijn tijd nieuwe stijlen o.a. uit de Italiaanse opera.
De rode draad is dus de Bijbeltekst die in gedeelten wordt gezongen door  ’de evangelist’, een tenor. Dit worden recitatieven genoemd.  Het is een soort voordragende manier van zingen.
Als in bepaalde tekstgedeelten  meerdere mensen iets zeggen of roepen dan maakt Bach hier een koorpartij van. Bijvoorbeeld als het volk schreeuwt:  “Lass ihn kreuzigen”.
Jezus’ woorden worden door een bas gezongen. Er klinkt dan altijd vioolmuziek ‘boven’.

Alles wat er verder om en tussen de evangelietekst te horen is zijn reacties, beschouwingen, reflecties en antwoorden op het gebeuren.  Het gaat dan om twee  vormen:
Ten eerste de koralen:  dit zijn de kerkliederen uit die tijd, die worden 4 stemmig door het koor gezongen. Bijvoorbeeld: als Jezus sterft  volgt het koraal: ‘Wenn ich einmal soll scheiden, so scheide nicht von mir’. Een ‘persoonlijke’ reactie dus. De MP heeft 14 koralen.
Ten tweede de Aria.  Dit is een lied, vaak met een prachtige instrumentale omlijsting. Ook hier gaat het om een reactie op de gebeurtenis. Als Jezus verraden wordt zingt de sopraan, om haar verdriet te uiten:  ‘Blute nur, du liebes Herz’ of als Petrus Jezus heeft verloochend zingt de alt: ‘Erbarme dich’.  Vaak is de instrumentatie beeldend, bijv. de aria ‘Komm süsses Kreuz’, die Jezus’ gang naar Golgotha verbeeld: in de scherpe tonen van de gamba hoor je het zwoegen van Jezus.

Dan zijn er nog  het groots opgezette openingskoor, en de afsluitende grote koorwerken van het eerste en tweede deel. In het openingskoor  ‘Kommt ihr Töchter, helft mir klagen’ komt nog een andere  structuur van de MP naar voren, namelijk de dubbelkorigheid (met dubbel orkest).  Het openingskoor is een vraag en antwoordspel.  Er zijn de ‘gelovigen’ en de ’toeschouwers’ (dochters van Jeruzalem).  Als een treurmars opent het orkest de passie, en de ‘gelovigen’ beginnen hun klaaglied te zingen en proberen de ‘toeschouwers’ daar bij te betrekken:  Ziet Hem – Wie? – de Bruidegom,  Ziet Hem – Hoe? – zoals een Lam….enz.
Helemaal ingewikkeld maakt Bach het als hij in dit openingskoor nog een derde koor (vaak jongenssopranen) het koraal ‘O Lamm Gottes unschuldig’ regel voor regel laat zingen. Dit jongenskoor komt aan het slot van deel 1 nog een keer terug met het breed instrumentaal uitgewerkte koraal:  ‘O Mensch bewein dein Sünde gross’ (over toepassing gesproken).
De MP wordt afgesloten met het grote slotkoor  ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’. Wederom een klaaglied, maar ook een wens voor Christus: “Ruhe sanfte, sanfte ruh”; rust zacht, in vrede.

De aria- en koorteksten zijn geschreven door Picander. In de theologie die op de achtergrond meespeelt wordt steeds uitgegaan van het feit dat Jezus moest lijden en sterven voor de zonden van de mensen en dat dus ook voor ons/mij heeft gedaan. Dus: Petrus kan wel om ‘erbarmen’ vragen, maar ‘ik’ had het net zo fout gedaan en ben dus ook schuldig. Ook komt er in de MP veel Bijbelse beeldtaal voor. Christus als bruidegom (de kerk is zijn bruid) of Christus als lam (wat geslacht wordt).
Tenslotte: boeken zijn er geschreven over verborgen getalsymbolieken, de kruisvorm van het gehele werk (de 2 delen als de 2 kruisbalken) en de muziekbehandeling van de tekst. Literatuur genoeg voor degene die zich verder wil verdiepen in dit mooiste muziekwerk wat er bestaat.

Nun komm, der Heiden Heiland; Jesaja, Ambrosius, Luther en Bach.

Ambrosius                              Luther
                 Ambrosius                                                               Maarten Luther

 ‘Lob sei Gott, dem Vater, ton’. Zo begint de laatste strofe van het adventslied ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Een lied wat als ‘Veni, Redemptor gentium’ oorspronkelijk stamt uit de vierde eeuw en geschreven is door kerkvader Ambrosius. Maarten Luther heeft het lied opnieuw getoondicht, en zo kreeg Bach iedere advent weer met dit lied te maken. Hij schreef er verschillende orgelbewerkingen over en twee cantates. En bij elke bewerking horen we een andere ‘ton’*. En elke ‘ton’ vertelt ook weer iets over een aspect van advent.

(*Ik speel wat met het Duitse woordje ‘ton’, wat inderdaad ook ‘toon’ betekent. Dit is
echter niet wat bedoeld wordt met het woord in het laatste vers. Oorspronkelijk staat er:
‘g’tan’. Om het goed te laten rijmen is er ‘ton’ van gemaakt).

Eerst de volledige tekst (Nederlandse vertaling: zie Lied 433 uit het Liedboek) :

Nun komm, der Heiden Heiland,
Der Jungfrauen Kind erkannt!
Dass sich wundre alle Welt,
Gott solch’ Geburt ihm bestellt.

Er ging aus der Kammer sein,
Dem kön’glichen Saal so rein,
Gott von Art und Mensch ein Held,
Sein’n Weg er zu laufen eilt.

Sein Lauf kam vom Vater her
Und kehrt’ wieder zum Vater,
Fuhr hinunter zu der Hoell’
Und wieder zu Gottes Stuhl.

Dein’ Krippe glänzt hell und klar,
Die Nacht gibt ein neu Licht dar,
Dunkel mus nicht kommen drein,
Der Glaub’ bleibt immer im Schein.

Lob sei Gott dem Vater ton,
Lob sei Gott sein’m ein’gen Sohn,
Lob sei Gott dem Heil’gen Geist
Immer und in Ewigkeit!

Centraal in advent staat de verwachting naar de komst van Christus.  Jesaja  9 vers 1 tot 6 zou voor Bach een grote inspiratiebron geweest kunnen zijn bij zo verschillend toonzetten van dit adventslied. In dit hoofdstuk horen we de bekende woorden: “Het volk dat in duisternis wandelt ziet een groot licht“.  Verderop:  ‘het (volk) verheugt zich voor uw aangezicht als met de vreugde van de oogst’. En tenslotte: ‘Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem  wonderbare raadsman, sterke God, eeuwige Vader, Vredevorst‘.

Licht.

Luister (bekijk op YouTube) naar de prachtige koraalbewerking voor orgel (BWV 659). Lage pedaalklanken zetten in met de eerste tonen van het gezang. Het is alsof het nog nacht is. Het is nog overal stil… Tegelijk is er een strak, lopend ritme. Het volk dat in de duisternis wandelt… Je ziet het bijna voor je. En dan: als een stralende ster is er ineens die wonderschone, ‘lichte’ improvisatie op de melodie, zoals alleen Bach dat kan laten klinken. Een licht dat schijnt in de duisternis. Een melodie die troost en rust geeft. De nacht is voorbij; het wordt dag!

Vreugde.

Cantate 62. Als je de cantate niet kent en je hoort de eerste klanken van het orkest en er wordt gezegd dat het een kerstcantate is, dan zou je het geloven. De instrumentale opening zou zo in het Weihnachts-Oratorium passen. Wat wil je ook: Advent is niet alleen verwachting, het is ook een weten dat Christus komt, of beter gezegd: is gekomen! De vreugde van kerst klinkt daarom al door in advent, en zeker ook in deze cantate! ‘Gott solch geburt bestellt’. God heeft het volk weer vreugde bezorgd. Bach gooit even alle remmen los. Feest!

Vredevorst.

Ten slotte. Denk eens terug: Prins Willem Alexander werd tot koning gekroond. Onder plechtige muziek schrijdt hij met Maxima de Amsterdamse Nieuwe Kerk binnen.  Het zou de muziek van Cantate 61 hebben kunnen zijn: een Franse ouverture. Zo’n ouverture was inderdaad bedoeld ter omlijsting van de binnenkomst van Lodewijk de veertiende. Bij het horen van Bach’s ouverture van Cantate 61 zie je in gedachten de koning de kathedraal binnen schrijden. ‘Sterke God, Vredevorst’. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk”.
En dan de vocalen: ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Eerst afzonderlijk de sopranen, dan de alten, dan de tenoren en tenslotte de bassen. Alsof Bach wil benadrukken: iedereen, van hoog tot laag ziet er naar uit: ‘Des sich wundert alle Welt’.

Jesaja, Ambrosius, Luther en Bach. De eerste inspireerde de tweede en dat ging zo door. En daardoor is advent voor ons nog steeds een inspirerende tijd.  Licht in het donker. Vreugde om de komst van de koning. Met prachtige muziek van Bach.

‘Immer und in Ewigkeit’.

Wim Faas

Alfama

SDC11065

De oudste wijk van Lissabon.  Eeuwen geleden gesticht door de moren. Vanaf de rivier  is er heuvel op een wirwar van straatjes, steegjes, trappen en pleintjes ontstaan.  In honderden, misschien wel duizenden  hoge, smalle huisjes wonen jongeren die hun huis hip hebben opgeknapt en ouderen, soms hoogbejaarden,  die kromgebogen naar beneden lopen om daar in het broodwinkeltje van vier vierkantje meter een paar broodjes te kopen.
De taxichauffeur brengt ons vanaf het vliegveld er naar toe. Met behulp van een routeplanner op zijn I-phone denkt hij ons gauw even af te zetten. Maar hij verdwaald hopeloos in het doolhof.  Ja, de Rue da Adigè is vlakbij, maar het straatje waar hij nu in rijdt is 1 meter 70 breed en eindigt 30 meter verder om de hoek in een trap omhoog.  Keren is niet mogelijk. In zijn achteruit dus. De taxichauffeur moet al zijn stuurmanskunsten aanwenden om schadeloos hieruit te komen.

Ons huisje ligt iets boven de straatjes die aan de voet van de heuvel liggen. Daar zijn de winkeltjes en de restaurantjes.  Honderd meter lopen en je komt twee bakkertjes tegen, twee winkeltjes met van alles en nog wat, maar vooral veel groenten en fruit buiten uitgestald, een slager met grote stukken vlees in de vitrine die pas bij de bestelling in vijf keurige ribkarbonades worden gehakt, twee of drie smoezelige koffiehuizen, een kapper, een winkeltje met allerlei elektra, een winkeltje met kranten en tijdschriften (en spullen van Benfica!), een stomerij en last but not least; een naaiatelier.

Lissabon is niet een stad van architectonische of culturele hoogtepunten. Het is een stad die je moet beleven. Je moet erin leven, het ondergaan.  Vooral Alfama. Je kijkt je ogen uit: de gevels met de geglazuurde tegels,  de oude afgebladderde deuren, de ramen waar overal wel wat was voor hangt te drogen, de vogelhuisjes die naast de kozijnen hangen.  De schitterende uitzichten als je iets hoger bent geklommen. Uit de huizen komt de geur van geroosterde sardientjes. Overal staan deuren en ramen open en je hoort de muziek klinken die bij deze stad hoort: de Fado. Melancholische levensliederen over verlangen en verloren liefdes.

’s Avonds is het een drukte van belang in de straatjes beneden. Groepjes inwoners ontmoeten elkaar op de hoeken en de pleintjes, kinderen rennen heen en weer en pesten de rondwandelende toeristen die op zoek zijn naar een plek om te eten. De restaurantjes gaan laat open en  gastheren proberen je vriendelijk naar binnen te lokken. Ook hier wordt de fado gespeeld, al doet het hier wat commerciëler aan.  “Here,  good food, and good music”  is de boodschap van een gastheer.  Hij gaat direct over in het Nederlands als hij onze afkomst herkent.  “Ik woonde  acht jaar bij jullie, als politiek vluchteling”. “Shame, dat jullie nu die rechtse regering hebben”.  Ik ben om, hier gaan we eten.

Alfama. Een antieke wijk waar oud en jong door elkaar woont, voornamelijk autochtone Portugezen.  Waar een sfeer hangt die Noord-Afrikaans aandoet.  Waar op de muren is geschreven ‘fuck the pope >  in prison’, maar  waar je ook overal de beeltenis van Santo  Antonió ziet,  de patroonheilige van de wijk.  Ik snap dat wel, want een oude katholiek leerde me ooit een gebedje wat je kan opzeggen als je iets kwijt bent:  ‘Heilige Antonius m’n beste vrind, zorg dat ik m’n straatje in Alfama weer vind’.

30-10-2010

SDC10968

SDC10939

SDC10984

De viool van mijn opa

SDC11686

De viool van mijn opa.

Als een wandversiering hing hij vroeger bij ons thuis in de huiskamer: de viool van mijn grootvader. Met netjes daarnaast de strijkstok. Zo nu en dan haalde mijn vader het instrument van de muur en speelde dan, heel gebrekkig en langzaam het Wilhelmus. Dit was , zo zei hij,  ook het enige stuk wat mijn opa er op kon spelen.
Geboren in 1896 moet het  rond 1914 geweest zijn dat mijn opa naar de normaalschool ging. Dit was een vroege voorloper van wat later de kweekschool werd en nog weer later de PABO.  Dit type onderwijs heb ik ooit ook nog even gevolgd, en toen hoorde daarbij dat je een blokfluit moest aanschaffen. In 1914 was dat blijkbaar een viool. Zo is mijn opa aan dit strijkinstrument gekomen.  Volgens de overlevering was hij echter a-muzikaal en was dus het enige wat hij kon spelen ons nationale volkslied. In die a-muzikaliteit onderscheidde hij zich overigens niet bijster van de meeste onderwijzers die na hem gekomen zijn en gegaan. Nog steeds is het droevig gesteld met muziek op de basisschool.
Na de normaalschool heeft mijn opa een aardige carrière als onderwijzer doorgemaakt. Via Oude Tonge, Hoevelaken, Lexmond en Doornspijk is hij uiteindelijk in 1934 in Ede terecht gekomen waar hij bovenmeester werd van de Paasbergschool . Dit is hij gebleven tot zijn overlijden in 1959.
De viool is met al die verhuizingen altijd meegereisd, maar zal denk ik weinig tot nooit uit de kist genomen zijn om als instrument de schoolzang te ondersteunen. In de zeventiger jaren kreeg de viool uiteindelijk de bedenkelijke  functie als wanddecoratie. Volgens mijn vader heeft  hij in die tijd de snaren nog een keer vernieuwd. Voor de viool betekende dit echter het begin van een zware tijd.  Bij gebrek aan een gitaar in ons huis probeerden  mijn broer en ik  als 13, 14 jarige pubers ons eerste gitaarspel uit op de viool van opa. Wellicht is dit de reden dat ik nooit echt goed heb leren gitaarspelen. Hoe dan ook, met de viool alsook de strijkstok ging het sindsdien alleen maar bergafwaarts. De laatste jaren hing hij troosteloos en totaal onbespeelbaar  in de achterkamer.  In 2010 ging mijn vader kleiner wonen en werden allerlei spullen waar mijn vader geen belangstelling meer voor had  verdeeld.De viool  wilde ik wel. Op zolder bleek ook de oorspronkelijke vioolkist nog aanwezig! En zo verhuisde de viool na zeker 76 jaar Ede naar Zeist.
Met de viool ben ik naar een vioolbouwer gegaan. Ik heb hem het verhaal van de viool verteld en aan hem gevraagd of het instrument nog op te knappen viel. Met een geïnteresseerde en deskundige blik onderzocht de vioolbouwer het zeker al 100 jaar oude instrument. En wat bleek: hij zag er nog wel wat in! Althans, wat de kast en de hals betreft. Allerlei andere zaken als snaren, kam en stemknoppen waren weg of kapot, maar dat viel gemakkelijk te vervangen. Het belangrijkste van een viool is de kast en de hals en die waren nog zo goed als gaaf. En wat daar nog bij kwam: de vioolbouwer vond het een mooi instrument. Hij zag bijzondere details en wees aan waaraan hij kon zien dat het instrument handgemaakt was, naar een model van Francesco Ruggeri, een zeventiende  eeuwse,  Italiaanse vioolbouwer uit Cremona.  De houten krul bij het stemmechaniek bijvoorbeeld, was asymmetrisch, en dat duidde erop dat het met de hand gesneden moest zijn. Ook de bolling van de klankkast en de kleine versierinkjes hier en daar wezen erop dat mijn grootvader niet een niemendalletje heeft aangeschaft. Hij wilde het instrument graag opknappen. Het zou me het luttele bedrag van 120 euro gaan kosten. Daarnaast moest de strijkstok vervangen worden omdat die een breuk had bij het handvat.
Inmiddels is de viool weer thuis. In de vioolkist weliswaar. Volgens de vioolbouwer heeft het instrument nog een behoorlijke waarde. Voor mij is dat van minder belang. Ik ben trots dat ik dit familiestuk in bezit heb. Soms haal ik de viool uit de kist en probeer ik ‘het Wilhelmus’ te spelen.

SDC11691

Heilige beukennootjes

 

“Bent u iets verloren?”

Ik was van mijn fiets gestapt om wat beukennootjes van de grond te rapen. Schuin omhoog kijkend zag ik de in het zwart geklede, hoogbejaarde man met een wandelstok die mij deze vraag gesteld had.

Het was op de route van mijn werk naar huis: van Bosch en Duin naar Zeist, door het bos van Dijnselburg. Dagelijks passeer ik aan de rand van het bos de grote bungalow waar ooit kardinaal Alfrink woonde. De bungalow wordt omringd door grote beuken. Nu wordt de bungalow bewoond door een aantal bejaarde paters. Eén kamer is ingericht als kapel. Elke morgen als ik rond de klok van 8 uur voorbijfiets bevinden de oude mannen zich in de kapel en houden daar hun ochtendgebed.Door twee vierkante raampjes wordt mij dagelijks een tijdloos schouwspel geboden. Er branden kaarsen en één van de paters staat gehuld in een lichte toga achter een katheder. Dit moment heeft voor mij betekenis gekregen: zelf kom ik zo moeilijk aan bidden toe; maar deze oude mannen bidden onophoudelijk en ik voel me daarin meegenomen. Als zij bidden, zal ik wel werken…en zo bezin ik me toch nog enkele momenten, en wordt ik even uit de dagelijkse sleur opgetild.

 

“Nee,ik zoek wat beukennootjes”.

Ik ben tegenover het oude mannetje gaan staan. Een vriendelijk gezicht keek mij aan. Ik vroeg hem wanneer hij voor het laatst beukennootjes heeft gegeten. Hij dacht een tijdje na. “Dat kan wel tachtig jaar geleden zijn”. “Dan wordt het tijd om eens te ontdekken of de smaak van deze nootjes nog hetzelfde is”antwoordde ik.  Terwijl ik een beukennootje afpelde vroeg ik hem of hij een bewoner is van de bungalow. Dat was hij, zoals ik wel dacht. Hij nam het beukennootje van mij aan en stopte het in zijn mond. En ik vertelde ik mijn verhaal; van mijn dagelijkse inkijkje bij hun gebedsbijeenkomst en mijn gedachten daarbij. “Dat is heel mooi” was tenslotte zijn reactie. “Jouw mijmeringen komen via ons wel in de hemel terecht”. ‘Typisch katholiek’ was de gedachte die door me heen flitste.

Het beukennootje smaakte hem overigens net als tachtig jaar geleden.

Na hem gegroet te hebben stapte ik weer op m’n fiets en ik voelde me gelukkig met deze korte ontmoeting.

Alsof ik iets kostbaars gevonden had.

Een nieuwe pasfoto

Bij binnenkomst in de publiekshal van  het gemeentehuis waar ik ben voor een nieuw paspoort moet ik eerst een nummertje trekken. Nog 11 wachtenden voor me. Tijd genoeg dus om eerst een pasfoto te maken in het pasfotohokje. Achter het gordijntje hoor ik iemand mopperen. Ik lees alvast de werkwijze aan de zijkant van de automaat. Door één zin kom ik in een dilemma: “Uw bril kan door de flitslichtweerkaatsingen veroorzaken waardoor de foto wordt afgekeurd. Advies uw bril af te zetten”.  Verdikkeme. Heb ik net een nieuwe bril die ik juist zo goed vindt staan. Ik waag het er maar op.”Kan” staat er in de bewuste zin.
Achter het gordijntje hoor ik nog steeds gemopper. Maar dan gaat het gordijntje open en komt er een bejaarde vrouw naar buiten. Haar foto moet klaar zijn, maar ze kan hem nergens vinden. Ik wijs haar op de gleuf aan de buitenkant van het hokje. Opgelucht  neemt ze de foto en vertrekt richting de balies.
Het nemen van de foto in het hokje is eenvoudig. Het krukje wat lager draaien.Mijn gezicht moet precies in de ovaal passen die op de  spiegel staat  waar ik in kijk.  Dan kan ik door een druk op de knop de foto nemen. Op het scherm zie ik het resultaat.  Ik mag besluiten om nog een nieuwe poging te wagen, maar ik ben direct tevreden.  Ik druk op de knop ‘afdrukken’ en verlaat het hokje.  Een struise vrouw van een jaar of 60, geheelin het rood gekleed met lang, volgens mij geblondeerd, haar  stapt nu in het hokje.
Na een minuutje wordt mijn fotokaart uitgespuugd door de automaat. Ik sta er goed op! Alleen, bij de bril wel wat lichtvlekken. Ai….hopelijk kan het er nog mee door.
Bij de balies moet ik nog een tijdje wachten. De vrouw in het rood blijkt nog eerder aan de beurt dan ik. Maar dan verschijnt ‘mijn nummer’ op een scherm. Ik mag naar balie 3. De gebruikelijke formaliteiten worden afgenomen. Dan komt  het moment dat ik mijn pasfoto moetoverhandigen. De baliemedewerker heeft de schaar al in zijn hand om één van devier pasfoto’s eruit te knippen.  Dankomt de opmerking waar ik al bang voor was. Niet goed. Teveel lichtvlekken opde bril. Helaas. Gelukkig krijg ik een munt om een nieuwe foto te maken. Dat istoch weer coulant van de gemeente. Anders had ik opnieuw x805,- moeten betalen.De gemeenteambtenaar verteld er wel bij dat er maar eenmaal een extra muntwordt verstrekt. Als ik weer een foute foto maak mag ik zelf weer dokken. Primadenk ik. Het zal me niet meer overkomen. Bij de volgende foto zal ik mijn brilmaar afzetten. Jammer, maar er zijn ergere dingen.
Tegelijk met de dame in het rood kom ik weer aan bij het fotohokje.  Ook zij moest de foto overnemen. En wat blijkt, ook teveel lichtvlekken op de bril. Dan valt het mij pas echt op: wat een knots van een bril zij op heeft,  en: knalrood!
De bejaarde vrouw  komt warempel weer het hokje uit. Ook haar foto was blijkbaar niet goed gekeurd. Intussen was ik met de vrouw in het rood in gesprek geraakt. Dat ik op mijn paspoortfoto brilloos zou verschijnen,  oké. Maar zij… Met volle overtuiging zeg ik dan ook tegen haar: “Maar mevrouw, als u zonder bril op de foto gaat, dan verliest u uw identiteit!”. Ze kijkt me verbaasd aan. “Ja,dat is helemaal waar” zegt ze  “Maar wat moet ik dan?”. “U kunt een pasfoto laten maken bij een fotograaf, die hebben een flits volgens mij niet  nodig”. “Dat ga ik doen, dank u wel voor de tip meneer”. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat mijn baliemedewerker dit tegen mij had gezegd, de hare blijkbaar niet.
Intussen is de oude vrouw naar buiten gekomen.  Ze pakt haar tweede foto uit de gleuf en kijk ter beteuterd naar. “Helemaal mislukt”.  Ik bekijk de foto ook. Haar gezicht staat er half op. Ze heeft het krukje niet omhoog gedraaid.  “Maar u kon toch op het scherm zien of uw hoofd in de ovaal zat?” vroeg ik haar. “Nee, meneer, ik moest mijn bril afzetten, dus ik kon dat allemaal niet zien”. Ik wilde nog tegen haar zeggen dat ze haar bril pas had af kunnen zetten op het moment dat ze de foto nam, maar ik kwam er niet tussen. Jammerend zocht ze in haar portefeuille naar genoeg euromunten, want nu ging het haar weer €5,- kosten.
De vrouw in het rood had inmiddels iets verderop haar jas aangetrokken (echt waar; ook rood!) en stond op het punt te vertrekken.  Toen ik kreeg ik een idee. “Mevrouw, u heeft uw munt nu niet gebruikt. Wilt u die geven aan deze mevrouw wiens tweede foto ook mislukt is?”

Dat was natuurlijk geen probleem.  En terwijl ik een oogje in het zeil hield maakte het oude vrouwtje haar derde foto. En die was uiteindelijk goed!

Cantate 206, een pikante Bach?

In één van Bach’s wereldlijke cantates heb ik een ontdekking gedaan, op het spoor gekomen door een opmerking van Maarten ’t Hart.

Veel heb ik over Bach gelezen. Vanuit verschillende invalshoeken. Er is één universeel thema waar ik nauwelijks iets over lees met betrekking tot de muziek en de persoon van Bach. En dat thema is: seksualiteit of erotiek. De kernvraag is daarbij simpel: zit er ook seksualiteit of erotiek in de muziek van Bach. We weten dat Bach 20 kinderen heeft verwekt. Hij moet dus seksueel zeer actief geweest zijn. We weten ook dat seksualiteit, verlangen e.d. een algemene drijfveer is bij creatieve expressie. Maar hoe zit dat bij Bach? Bij deze ernstige man, waarbij we vooral de verbinding met een diep christelijk geloof leggen?

Maarten ’t Hart schrijft in zijn boekje over Bach (Kruitvateditie) in het hoofdstuk over de teksten die Bach op muziek zette (blz.66): “Het is nauwelijks geloofwaardig dat deze muziek en deze tekst bij elkaarhoren”. Het gaat dan over het slotkoor van de (seculiere) cantate 206, Schleicht, spielende Wellen.  Op een gegeven moment herhalenin het slotkoor ´Die himmlische Vorsicht der ewigen Güte´ alleen vrouwenstemmen de volgende tekst:

So viel sich nur Tropfen in heutigen Stunden
In unsern bemoosten Canälen befunden,
Umfange beständigdein hohes Gemüthe
Vergnügen und Lust!

Door een oud versje, met een dubbele bodem, kwam ik erachter dat Bach hier misschien tekst en muziek heel opmerkelijk wel op elkaar heeft laten aansluiten.

Mijn grootvader, geboren in 1896 in Zeeuws-Vlaanderen was onderwijzer en bovenmeester. Tijdens het opruimen van een zolder een aantal jaren geleden werd een schoolschriftje gevonden uit 1912, volgeschreven door mijn grootvader die dus 18 jaar was. Hierin stonden ook verschillende versjes. Omdat onze grootvader bekend stond als een serieus gelovige man vonden we een aantal versjes opmerkelijk vanwege het pikante karakter. Aan één versje moest ik denken bij het lezen van de zojuist geciteerd tekst: “In unsern bemoosten Canälen”. Dit is het versje:

Lied van een Visscher

 Daar zou een visscher uit visschen gaan
Met fijn vergulde snoeren
Hij zette zijn kastje opzij
En zijn visschersnoeren erbij

 Wat zag hij van ver toen in zijn schijn
Een aardig lief meisje nadert tot mij
En dat meisje sprak mij aan
Visscher, visscher waar komt gij vandaan

 Ik kan hier visschen voor mijn plezier
Al in de binnenstromen
Het is er geleden een half uur
Toen ben ik hiergekomen

 Visscher uw woorden staan mij aan
Uw woorden zal ik prijzen
Kom ga met mij mee,hier een eindje vandaan
Dan zal ik u een slootje aanwijzen

 Maar toen hij bij dat slootje kwam
Een slootje met biezen bewassen
Toen gooide hij daar zijn hengeltje in
Om het meisje te verrassen

 Zijn hengel schoot wel zes duim diep
Eer dat het meisje om hulp riep
Zij zweerde dat er nooit zo een vis
In haar slootje gevangen is.

Naar het Fransch

Onbekend is van wie dit versje is. Misschien heeft mijn grootvader het zelf uit het Frans vertaald? De strekking en dubbelzinnigheid van dit versje zal echter wel duidelijk zijn hoop ik. “Een slootje met biezen bewassen”, is het geen prachtige omschrijving van dat verborgen lichaamsdeel van de vrouw waar mannen hun ‘genoegen en lust’ vinden?

De tekst van cantate 206 is ook zeer beeldend van karakter. Vier rivieren van het land vereren Augustus de keurvorst van Saksen en koning van Polen. Stromende rivieren zijn een teken van welvaart en dus een genoegen voor de koning. Dat wordt in het slotkoor overtuigend gezongen door alle stemmen. De keurvorst wordt het allerbeste toegewenst. Maar, waarom worden die paar zinnen, totaal anders getoonzet vrolijk herhaald, en dan nog wel alleen door vrouwenstemmen bijna a-capella gezongen?

Wel, denk ik, door een prachtige en ondeugende inval van Johann Sebastian die net als mijn grootvader wel serieus gelovig was, maar blijkbaar ook wel van een pikant grapje hield. Zeker omdat bekend was dat August de Sterke tal van kinderen heeft verwekt bij meerdere vrouwen.  Als vrouwen zingen over hun vochtige bemoste kanalen die het toppunt van genieten, genoegen en lust van de man omvatten,dan moet dat dan toch wel klinken met een “Mozartiaanse gratie,liefelijkheid en bevalligheid” zoals Maarten ‘t Hart nogmaals schrijft op pagina 126? En passen muziek en tekst dan niet wonderwel bij elkaar? Het is bijna opwindend…

Eerste versie. Uitgebreidere versie onder de titel ‘Bach voor boven de achttien’ staat in het boek ‘Dansen met Bach’.

 

VIA ROMA – gedichten bij een fietstocht naar Rome

 

Sdc10366

Inleiding

14 april 2009 ben ik 50 jaar geworden. Al langer was ik van plan om dan een periode ‘er op uit te trekken’. In januari van dit jaar ontstond het idee om naar Rome te gaan fietsen. Na een gedegen voorbereiding ging ik 21 april op weg. De dag daarvoor gaf Cisca mij een boekje met daarbij min of meer de opdracht hier iedere dag een gedichtje in te schrijven. Ik ben de uitdaging aangegaan, en zie hier, het resultaat.

De verzameling gedichten geven allereerst mijn indrukken en ervaringen weer van mijn reis naar Rome. Thema’s vrede, vrijheid en vijftig komen aan bod. Verder kunst, religie en natuur. Op 26 april, 13, 15 en 19 mei een gedichtje over resp. Emma, Julia, Cisca en Hanna omdat die getallen verwijzen naar hun geboortedag (waarbij Julia werkelijk op 13 mei jarig was).

Ten tweede is dit bundeltje ook te beschouwen als een puzzelboekje. In elk gedicht (één dag uitgezonderd) komt het woord: ‘Rome’ voor. Vaak gewoon, maar vaak ook op de één of andere manier verborgen. Een enkele keer is het meerdere keren in een gedicht verborgen. Steeds wel op een logisch te beredeneren manier. Het is aan de lezer de uitdaging om dat woord elke keer te op te speuren (als ‘Rome’ gewoon wordt genoemd dat wordt in dat gedicht niet nogmaals verborgen).

Veel lees- en zoekplezier!

Wim Faas

——————————————————————————————————

Well, 21 april

Lieve Heer, Dank U wel voor deze dag
Dat ik 50 jaren leven mag
Dat ik op de fiets mag gaan naar Rome
Ik bid dat ik daar veilig aan mag komen

Amen

——————————————————————————————————

Sdc10194

Jullich, 22 april

Eerst langs de Maas
Dan langs de Roer
Man wat fiets ik daar stoer
Mensen kijken me geregeld na
Maar ze weten niet dat ik naar Rome ga

——————————————————————————————————

 

Sdc10223

23 april, Remagen

Geel-zwarte tassenset

Fietsen van Zeist naar Rome
Meer dan 2000 kilometer harken
De duitsers denken dat ik postbode ben:

“Haben sie auch Briefmarke?”

——————————————————————————————————

Sdc10205

 24 april,Koblenz

 

Waar de Moezel en de Rijn samenkomen
Stond ik op mijn weg naar Rome
Daar voer Hendrika voorbij
Er was een stem in mij die zei:
“Mijn moeder”
Martinus Nijhof had net zo’n ervaring
Bij een boot die onder de Waalbrug ging

(lees: ‘De moeder, de vrouw’ van Martinus Nijhof)

 

——————————————————————————————————


Bingen, 25 april

In de basiliek van Bingen
Ontmoette ik een Hildegard
Haar dochter wees me naar binnen
Ze schikte bloemen, heel apart
Het meisje kwam alleen om te bidden
Naar Rome. Wauw! Dat zou ik ook wel willen
Of anders naar Taizé
Omdat ze daar zo heel mooi zingen

——————————————————————————————————

Waldorf, 26 april

Emma was al eens in Rome
Met de kleine Mate
Want dat is haar grote ome
En de vader van Renate

——————————————————————————————————

Schonbrun, 27 april

Vrijdenkers, vromen en
vrachtwagenchauffeurs
Allen reizen naar de eeuwige stad
Om te laden of te lossen
Allemaal hun eigen schat
En ik, vriend van allen
Wat laad ik of loos
Ik weet het niet
maar ik geniet
De reis is grandioos

——————————————————————————————————

 Tubingen, 28 april

Zo’n fietstocht
Je kan erover dromen
Je kan het ook gewoon doen
Ik heb er nooit over gedroomd
Ik doe het gewoon

——————————————————————————————————

Sigmaringen, 29 april

Rijden met een rotgang
Oostenrijk in zicht

Mijn voeten op de pedalen
En de versnelling staat licht

——————————————————————————————————

 Sdc10279
  Bregenz, 30 april


Ik ben Wim
Ik ben een pelgrim
(op weg naar Rome)
Alleen God reist met me mee
M’n fiets bestier ik
M’n leven vier ik
En ik ben al bij de Bodensee

——————————————————————————————————

De Alpen, 1 mei

De nachten zijn koud
De morgens zijn fris
Komt ’s middags de zon
Dan is ’t weer lang niet mis
De bergen eerst grauw
Kleuren groen en in wit
Morgen ga ik omhoog
Het wordt een zware rit

——————————————————————————————————

Landeck, 2 mei

Arlbergpas

Stoempen noemen ze het
Smeets heeft erover geschreven
Maar anders dan erover lezen
Is om het zelf eens te beleven
Vandaag was ik een Zoetemelk
Een Bogert, Teunisse, Breukink of Kuiper
Om een of andere reden
Doe ik dit maar eens in de 50 jaar

——————————————————————————————————

Reschen, 3 mei

 ‘Zo oud als de weg naar Rome’

Ik fiets erover:
De ‘Via Claudia Augusta’
Voltooid in 50 na Christus, door de Romeinen
1959 jaar oud dus
Dat verbindt mij met deze weg
50 jaar oud ben ik
Geboren in 1959

——————————————————————————————————

Meran, 4 mei

Europa doorkruisend
Kom je ze overal tegen
Gedenktekens van oorlogen
Eeuw in, eeuw uit gevoerd
Van de Romeinen tot aan Kosovo
Iedere plaats is wel beroerd
4 mei gedenken we in Nederland
Hier in Merano 30 april
God, laat het nu vrede blijven
Dat mijmer ik nu stil

——————————————————————————————————

Tramin, 5 mei

Je bent vrij
Als je de keuzes kan maken die jij wil
En daarbij in harmonie blijft met God
De mensen om je heen
En met jezelf

Met mijn reis naar Rome Vier ik de vrijheid!

——————————————————————————————————

Sdc10342 Trento, 6 mei

Fietsen langs Heidelberg, Trente en Rome
Geschiedenis van heiligen, ketters en vromen
In de kerk blijft men maar strijden
Zijn lichaam blijft maar lijden
Zal hier ooit een einde aan komen?

——————————————————————————————————

Sdc10379

Verona, 7 mei

“Is het nog ver naar Roma?”
vroeg een fietser in Verona
“Hangt af van hoeveel reisdagen je hebt gehad”
“Ik ben al 17 dagen op pad”
“Dan komt Rome voor jou al dichtbij
Ik schat dat je aankomt op 19 mei”

——————————————————————————————————

Sdc10394 Montagnana, 8 mei

Rechte kanalen
Snelstromende beken
Langs bergen en dalen
Door dorpen en steden
Ik fiets nu al weken
’t is Europa dat ‘k doorkruis
Eén ding weet ik zeker:
Ik raak steeds verder van huis

——————————————————————————————————

Sdc10417

  Povlakte, 9 mei

Rijden langs rivier de Po
“Is dat niet ietwat saai of zo?”
“’t waren meer de bergen die mij pakten
Maar ik hou me nu maar even op de vlakte”

——————————————————————————————————

Bologna, 10 mei

Het missen is geen malaise
Maar bij de lasagna bolognese
Wenste ik dat j’ook even kwam

Rome zal wel machtig wezen
Maar een stad zo één als deze
Zet mijn hart in vuur en vlam

Bologna, wat ben jij een prachtige stad
Nog nooit in mijn leven heb ik dit gehad
De sfeer die je ademt, de mensen, het plein
Hier wil je toch samen met je liefste zijn

——————————————————————————————————

                                       

Appenijnen, 11 mei

Ik zie hem niet, hoewel ik zoek
Maar daag’lijks hoor ik hem:

“Koekkoek!”

Het kan haast niet, maar toch, ik gis
Dat ’t elke dag dezelfde is!
En als ‘beschermengeltje’ mij begeleidt
Als ik al fietsende naar Rome rijd

——————————————————————————————————

Sdc10461

Florence, 12 mei

Duomo

Over de koepel heb ik een boek gelezen
De marmeren bekleding wordt alom geprezen
Trots domineert hij het stadsbeeld

Toen zag ik hem; van ver, van dichtbij
Schitterend. Het raakte mij
Een kerk die nooit verveeld

Maar waarom emotioneerde mij
bij binnenkomst dat ene vloermozaiek
Niet de ruimte, de koepel van de basiliek?

Een middelpunt waar alles op uitkomt
Waar alles vanuit gaat
Agnus Dei, Alpha en Omega
En ik die daarop sta

——————————————————————————————————

 Florence, 13 mei

Sla de trom en roer de fluit:
Julia is jarig!
Zing voor haar voluit!

Z’ is lief, sportief, bijzonder
Een meid die ik bewonder
Negentien jaar, en in balans
Dat dicht haar vader in Florence

——————————————————————————————————

 Sdc10530 
Siena, 14 mei

Een zadel onder m’n gat
Een stuur aan m’n fikken
M’n poten op de trappers
Dit kunnen ze niet van me pikken
Rome lijkt een klote end
Maar da’s geen punt voor een stoere vent

Zo.

——————————————————————————————————

  Sdc10550

 Toscane, 15 mei


Langs de berm en op de velden
Zoveel bloemen zie je zelden
Het landschap groen en glooiend zacht
In lentetijd één bloemenpracht

Brem, orchidee en kattenstaart
Daar achter de olijfboomgaard
Zo te fietsen in Toscane
Zal je je in ’t paradijs wanen

’t Is gek maar bij ’t zien van zoveel bloemen
Denk ik altijd aan mij lief
En zo is dit gedicht ook te benoemen
Als een kleine liefdesbrief

——————————————————————————————————

 Castel del Piano, 16 mei

De Hagedis

Ik lig lekker op het asfalt
In de hete zon te bakken
Wachten tot een vliegje komt
Die ik lekker kan gaan pakken
Auto’s hoor ik al op afstand
Ik spring dan snel hier naar de kant

Ai… wat voor geel gedrocht
Komt daar plotseling uit de bocht?
O, weer zo’n fietser onderweg naar Rome
Ik schrok me rot, je hoort ze niet komen
Door mijn alertheid gelukkig vermeden;
Anders was mijn staart eraf gereden

——————————————————————————————————

Lago di Bolsena, 17 mei

Door vele dorpen ben ik gereden

(o.a. Franstanz Fellengatter,
Fossa dèl Bero,
Flerzheim,
Fratta Polésine)

En overal staan kerken
Waar God nog wordt aanbeden

Heer hoor onze stem:
Dona nobis Pacem

——————————————————————————————————

Fabrica di Roma, 18 mei

Mensen, diepgelovig
Of overtuigend atheist
Allen reizen naar de eeuwige stad
Voor de één een bedevaart
De ander met toeristenkaart
Rome heeft voor ieder wat
En ik, vlak voor het eindpunt,
Was ik een pelgrim of toerist?
Ik denk dat je het zijn kunt:
Van beiden een beetje. En dat is ‘t.

——————————————————————————————————

Sdc10576

 Rome, 19 mei

Vandaag in Rome aangekomen
Het einde van de tocht
Rustig fietsen of flink stomen
Ik heb verloren liters vocht
Tweeëntwintighondervijftig
kilometers afgelegd
Voor een vent van net 50
Is dat zeker lang niet slecht

Het was mooi en het was leerzaam
Het was afzien, het was sport
‘K was alleen maar toch niet eenzaam
Daarom zeg ik in het kort:
’t was geweldig op m’n fietsie
Daarom: VENI VIDI VICI!

——————————————————————————————————

 Rome, 19 mei

Hanna is vandaag exact
Zestien en een half jaar
En om half drie kwam ik vol bepakt
In Rome aan, mijn tocht is klaar

——————————————————————————————————

 Sdc10581
Rome, 20 mei

Asterix is hier geweest!
Lees: ‘De Gladiatoren’
Voor Obelix één groot feest
Legionairs in de grond te boren

Het Colloseum, Circus, Forum,
Tempels en de pleinen
Men had een knappe geest

Voor Obelix: “rare jongens die Romeinen”
Maar ik bewonder ze bedeesd

——————————————————————————————————

Vaticaanstad, 21 mei

Bij de Pietá

Maria was zo’n zeventien jaar
Toen Jezus werd geboren
En toen hij drieëndertig was
Heeft ze hem weer verloren
Waarom beeldde Michelangelo haar af,
Met haar dode zoon in haar armen,
Alsof ze nog zeventien was
Met een blik van liefde, hoop en erbarmen
Hij wilde denk ik zeggen:
Kijk naar haar gezicht
De dood heeft het af te leggen
Leven heeft het overwicht

 Sdc10637

Bij de Pietá

(vervolg)

Kijk naar haar linkerhand
Die zegt: “Jezus, ga maar weer staan”
En, het is heel frappant,
men zegt dat Hij dat heeft gedaan!

——————————————————————————————————

Milaan, 22 mei

In de trein op de terugreis

Een man op reis
Maakte spelenderwijs
Op iedere dag
Rijmpjes van wat hij zag

—————————————————————————————————–

Keulen, 23 mei

Vandaag kom ik weer thuis
’s Avonds weer voor de buis
Of op de bank met een boek
Zaterdag een lekkere koek
Dochters als ze blij zijn of balen
Elke dag weer hun verhalen
Bij de Hoogvliet boodschappen kopen
In het bos weer hard kunnen lopen
De piano, m’n gitaar
De nieuwe Dylan, spelen maar!
Zondagmorgen weer een eitje
En in bed een heel lief meidje

Denk erom, een mens kan best even zonder zijn daag’lijkse riten
Maar ik ga er nu voorlopig extra van genieten!

   Sdc10622

 


Wim Faas, Mei 2009

Fietstocht naar Rome 21 april – 23 mei 2009

Dagboek van mijn fietstocht  naar Rome

14 april ben ik 50 jaar geworden. Een week later ben ik begonnen aan een solofietstocht naar Rome. Ik heb de route van Hans Reitsma gevolgd.(zie www.reitsmaroutes.nl) Hieronder leest u mijn verslag/dagboek. Als u op een foto klikt wordt deze vergroot

Dag 1: 21 april, Well

Sdc10181

Na alle voorbereidingen en twee volle weken (marathon Rotterdam, Bob Dylan, Pasen, 5 KM met Hanna, Verjaardag, afscheid op mijn werk en Candy Dulfer) was het vandaag zover. Om 8 uur uitgezwaaid door Cisca, Julia, Hanna en de buurjongens.
Een prachtige dag. Eerst nog even wat frisjes, maar vanaf half 11 korte broekenweer. Na 32 kilometer in Rhenen koffie gedronken bij Wim van Urk. Hij heeft lekkere koeken gekocht! Dan de Rijn over, en het gevoel echt weg te zijn.
Een prachtige route langs de Rijn naar Nijmegen. Even kletsen met een oud wielrenbaasje die 200 KM fietst, 30 KM per uur. In de Ooipolder m’n broodjes opgegeten en genoten van de rust en het mooie weer. Later in de middag een terrasje gepakt in Gennep. Mijn fiets met bepakking en vaantje (50) heeft de belangstelling van een wandelaar. Hij wenst me geluk. Voorbij Gennep ga ik het 100 KM punt voorbij! Met de boodschappen van de Albert Heyn (hier zit ook al een Oost-Europeaan trieste accordeonmuziek te spelen) fiets ik richting mijn eindbestemming van de dag: mini camping ‘De Halve Maan’. Omdat ik van de route ben afgeweken is het even zoeken, maar om 16.45 uur wordt ik na 120 KM hartelijk ontvangen door de beheerders. Een mooi plekje, een warme douche en een lekkere hap klaargemaakt op m’n vertrouwde brandertje maken deze prachtige eerste dag compleet!

Dag 2: Jullich 22 april

Sdc10191

Slecht geslapen. Op zich lag ik wel lekker. Ik werd uiteindelijk om 7.45 uur wakker. Ik wilde op tijd weg, want qua campings was de keus: Paarlo (75 KM) of anders pas Jullich (120 KM). Jammer genoeg zat er niets tussenin en omdat het weer zo mooi was moest het natuurlijk kamperen worden.
Fietsen door Noord-Limburg, langs de Maas, de aspergevelden, langs de Hertog-Jan brouwerij in Arcen. In Venlo veel tijd verloren bij het zoeken van de route. In Roermond tussen de middag gegeten, lekkere tosti met koffie verkeerd. Dan bij Vlodrop de grens over. Weer even verkeerd gereden, maar een Nederlandse vrouw wijst me de weg. Dan fietsen langs de Roer (waar mond die uit?). Veel onverharde paden, maar mooie natuur. Veel toerfietsers onderweg. De camping bij Jullich is meer een staplaats voor campers. “Sie kommen heute Abend kassieren” wordt er tegen mij gezegd, maar er is niemand langs geweest. Op de markt van Jullich een hapje gegeten, Wiener Schnitzel. Nog even bij een citadel gekeken. Teruggekomen zie ik dat er naast dit veld wel een tententerrein is wat nog gesloten is. Het toiletgebouw mag gebruikt worden door de mensen van de campers. Een vrouw biedt me haar pasje aan zodat ik kan douchen.

En nu lig ik dit hier op te schrijven. Al 2 dagen zitten erop. 240 KM. Het voelt goed.

Overigens, Jullich is gesticht door de Romeinen en heette oorspronkelijk Juliacum , ‘plaats van Julia’.

Dag 3: Remagen, 23 april

Sdc10199

Aan de oever van de Rijn op camping Goldene Meile. Aan een picknicktafel gekookt en gegeten. En nu (20.00 uur) zit ik dit te schrijven. De zon schijnt nog zwakjes op mijn gezicht. Het was een pittige dag.De geplande 100 KM zijn er 115 geworden doordat ik een paar keer ben fout gereden. Ook best nog wel veel klimmen en dalen. De conditie is echter uitstekend en zadelpijn heb ik niet (of het moet dat branderige gevoel zijn wat ik aan het eind van de etappe wel heb in m’n kruis).
Een mooie fietstocht. Nu echt het gevoel in Duitsland te zitten. Heuvelachtig met in de verten windmolens waarvan er de helft stilstaan. In Duren koffiegedronken bij een broodkraampje langs de weg. Geen geld: 3 belegde broodjes (kaas, ei, ham), 1 droog kaiserbroodje, 1 koffiebroodje en 2 keer koffie: €5,-. Vandaar dat ik maar wat extra’s heb genomen.
Ik zat daar op een bankje naast een telefooncel en een brievenbus. Een jongedame vroeg of ik ook Briefmarke verkocht. Ze dacht dat ik een postbode was vanwege mijn geel-zwarte tassen. Een oud mannetje van 84 jaar beklaagde zich erover dat er geen bericht meer op de brievenbus stond wanneer hij geleegd is. Volgens hem slaan ze de lichting wel eens een dag over. “Das ist nicht slimm”.

Morgen ga ik het maar eens rustig aan doen. Naar Koblenz is 45 KM

Dag 4: St. Goar, 24 april

Sdc10208

Na Koblenz toch maar verder gereden. De etappe afgemaakt tot St. Goar. Een mooie route veelal direct langs de Rijn. Prachtig. Oude stadjes, Ruines en nog gave burchten. Een makkelijke route waar weinig mis kon gaan. Ook weer mooi weer. Daarom toch gekozen voor een langere afstand. Er stond wel een straffe wind die in de loop van de middag nog steviger werd. Al met al werd het toch nog behoorlijk zwaar. In Andernach de kerk bekeken. In Koblenz gelunchd op het Deutches Eck. De Moezel stroomt hier in de Rijn. Op de camping aan de overkant heb ik in 1982 nog met Wim van Urk gekampeerd.
De eerste fietsers ontmoet die ook naar Rome gaan! Twee oudere mannen haalden me in en herkenden mijn boekje. Ze rijden zelf met GPS, 160 KM per dag! Maar dan wel met een racefiets zonder bagage. Hun vrouwen volgen per camper en zorgen voor het eten. De camping in St.Goar ligt iets boven het stadje in een zijdal naast een kabbelend beekje. Het is het mooiste plekje tot nu toe. Ik volg een onderhand bekent ritueel: Tent opzetten(die is nog kletsnat, maar droogt meteen op in de zon), spullen van de fiets in de tent en dan boodschappen doen. In het stadje m’n eerste ijsje gegeten. Nog een kerk bekeken en een stuk gewandeld richting de burcht. Dit is wel een verschil met een gewone vakantie. Dan had ik de heuvel helemaal beklommen naar de burcht. Het bevalt me prima om zo op weg te zijn. Ik vermaak me goed. Ben met de gewone dingen van het leven bezig. Ik weet nog dat het vrijdag is, maar het zegt me steeds minder. Hoewel, ik dacht nog wel: thuis eten ze pannenkoeken.

Dag 5: Leeheim,  25 april

Sdc10219

Het was gewoon zomer vandaag! En zaterdag. De kinderen speelden op straat, oma’s wandelden met hun kleinkinderen en (vooral) mannen veegden hun stoep aan. Het is schoon in Duitsland. Je ziet hier geen flesje of blikjes langs de weg. Vandaag weer vroeg op de fiets. 8.30 uur vertrok ik uit St. Goar om rond 16.30 in Leeheim aan te komen. Prachtige route wederom, al helpt het weer natuurlijk wel mee. Rond 10 uur in Bingen koffiegedronken. Dit probeer ik steeds: koffiedrinken in een backerie/konditorei (zoals dat in Duitsland heet). Een koffiekoek erbij en tegelijk broodjes voor de luch bestellen. Hier konden ze de broodje ook beleggen: zwei mit Käse en ein mit Schinken. “Salat dabei?” “Gerne”. En een hardgekookt ei. En zo zat ik tussen de middag heerlijke broodjes te eten bij een oude ruïne (Turm). Op een gedenkplaatje hierbij staat te lezen dat de heilige Ursela met haar 10.000 maagden in de middeleeuwen hier is langsgekomen op pelgrimstocht naar Rome.
In Bingen wilde ik de basiliek nog bezoeken. Bij de kerk sprak een meisje mij aan die zei dat ik door welke deur ik naar binnen moest. Ze zag me aan voor toerist en vertelde vrijuit over de kerk en haar moeder die binnen de bloemen aan het verzorgen was. Zij kwam bijna dagelijks naar de kerk voor een gebedje. Ze vond mijn reis naar Rome fantastisch. We spraken overigens Engels zo ook later met haar moeder die ik in de kerk ook nog even sprak. Ik verteld over mijn vrouw die ook altijd met bloemen bezig was en we spraken over de oecumene. Ze was ook in Taizé geweest.
Onderweg kwam ik langs een fietsenzaak. Daar mijn banden op goede spanning laten zetten en gekeken naar andere zijsteunen voor het stuur. Door het spiegeltje kan ik mijn linkerhand niet goed aan de zijkant van het stuur vasthouden. Hij had geen alternatief maar tipte om het spiegeltje naar beneden te zetten. Dat ik daar zelf niet op was gekomen…
En steeds word ik voor postbode aangezien vanwege mijn geel-zwarte tassenset. Daarom me maar op de foto laten zetten met een echte postbode.
Op de camping bij Leeheim was de bazin een vriendelijke vrouw die vertelde dat ze Friese voorouders had. Je kon het zien, ze leek op Teun. Er kwamen nog een stel jongeren op het veldje. Dat maakte het wat sfeervoller dan ik tot nu toe meemaakte. Zo is er alweer een mooie dag voorbij. Morgen is het zondag en dan fiets ik door Heidelberg. Daar kan je 52 zondagen doorheen fietsen!

Dag 6: Walldorf,  26 april

Sdc10226

Vandaag weer een prachtige zonnige dag, en niet zo’n zwaar parcours. 90 KM. In de stadjes is de routebeschrijving vaak onduidelijk. In Weinheim werd ik geholpen door een Duitse leeftijdgenoot die een stuk met me mee fietste en me de weg naar Heidelberg wees. We spraken Engels. Over mijn trip naar Rome: “you are crazy”. We spraken over rockmuziek. Hij hield van de Golden Earring.
In Heidelberg was het ook even zoeken naar de ‘Alte Stadt’ Eenmaal gevonden bleek het daar een drukte van jewelste. Een flink gevulde Turkse pizza gegeten en 2 kerken bezocht. In de Evangelische Kirche een kaarsje voor Emma aangestoken. Op de datums 26, 13, 15 en 19 ga ik respectievelijk Emma, Julia, Cisca en Hanna-dag houden. De katholieke Jezuïeten kerk was adembenemend mooi. Helemaal wit. En een orgel… prachtig. Gloednieuw en kolossaal groot. Een organist speelde ‘Nun danket alle Gott’ in variaties van Khun (dit raakte me zo dat ik spontaan begon te janken, en gauw in een bank ben gaan zitten), en later een stuk van Franck of Vierne. Ik heb hem boven gesproken. Bleek een student van het conservatorium. Hij zei dat het geen Franck was, maar een eigen improvisatie. Op straat speelden ook nog drie jongens klassieke muziek op elektrische gitaren. Bijzonder.
Op de camping in Walldorf staan wat Nederlanders, zelfs met kinderen. Het is in Nederland ook vakantie. Ze kwamen nota bene een inbussleutel lenen, zo’n grote caravan en dan nog iets nodig hebben van een fietser met bijna niks bij zich.

Schnellbron, 27 april

Sdc10238_2

Van het platteland het Zwarte Woud in. Geen eindeloze velden met Spargel (asperges) meer met in de dorpjes de talloze verkooppunten daarvan. Opeens zit je in een ander gebied. Heuvels, boomgaarden, bossen. Het leek aanvankelijk een rustige etappe, maar het venijn zat hem weer in de staart . Verdwalen in Pforzheim en een zware klim tot besluit. In 11 KM  275 meter omhoog. Weer dus om 17.00 aangekomen op de camping. Ik denk steeds van te voren: om 15.00 uur ben ik er wel, maar steeds valt dat tegen. Afijn, het douchen is altijd een zaligheid. Ook steeds meteen shirt en broek wassen en daarna koken. Een goed gevulde nasi uit de diepvries.
In een klein stadje gezelschap gehad van een man die alles wilde weten over mijn reis. Dat zijn steeds leuke onderbrekingen. A.s. vrijdag is het hier een feestdag, 1 mei. Overal zie je al ‘Maybaumen’ liggen die dan worden opgezet. Een lange kale boomstam met bovenop een den met linten.
En zo zitten de eerste zeven dagen erop. Een week onderweg. Ik begin nu echt het gevoel te krijgen ver van huis te zitten. Ook wordt het allemaal wat spannender. Beklimmingen, minder campings, straks Oostenrijk in, meer verlaten stukken, en dan Italië wat ik helemaal niet ken.
Tot nu toe is het boven verwachting verlopen. 730 Km zijn afgelegd. Het weer was geweldig, zelfs vandaag is het droog gebleven al was het sterk bewolkt. Alleen vermaak ik me ook prima.

Dag 8: Tubingen, 28 april

Sdc10248_3

Vandaag een jeugdherberg gekozen. Het begon vannacht te regenen en het heeft de hele dag doorgesijpeld. Verkleumd kwam ik in Tubingen aan. Het was een mooie rit, maar door het slechte weer is het natuurschoon mij een beetje ontgaan. Jammer, want een heel stuk ging door een afgesloten natuurgebied (zoiets als de hoge Veluwe). Ik wilde eigenlijk nog verder, de “Schwabische Alb” over, maar vanwege het weer en ook wat haperingen aan m’n fiets daar maar van af gezien. De remmen en versnellingen moeten bijgesteld worden. Rond 14.00 uur kwam ik in Tubingen aan. Een heerlijk lunchbuffet gebruikt bij een Indiaas restaurant voor €7.90. Daarna de jeugdherberg opgezocht en daar de tent opgedroogd en een handwasje gedaan.  Toen de stad in geweest. Een mooie binnenstad met een burcht even buiten de stad tegen de heuvel op. Zo zie je het veel in oude Duitse steden.
Vanavond kennis gemaakt met m’n kamergenoten. Een Duitse ingenieur die hier bij een bouwproject betrokken is en een arts die studeert voor neuroloog en hier in de stad gastcolleges volgt. Hij kwam uit Bulgarije, maar studeert in Boston. Interessante gesprekken over de gezondheidszorg en de kredietcrisis. Vanavond ook nog met het thuisfront gebeld. Gelukkig gaat daar alles goed. Morgen de Schwabische Alb over.

Dag 9: Sigmaringen, 29 april

Sdc10258_3

Sjonge, wat heb ik vandaag genoten. Trouwens, wel slecht geslapen in de JH. Ik begon goed te wennen aan m’n tentje en m’n matje. De laatste dagen sliep ik uitstekend. Maar goed. Na het ontbijt naar de fietsenmaker gegaan (vlakbij de JH). Men was zo vriendelijk mij meteen te helpen. Versnelling, remmen afgesteld en gesmeerd. Het duurde even, maar zo’n afstelbeurt is nou eenmaal nodig bij een nieuwe fiets die nog niet goed is ingereden.
Fietsen ging heerlijk vandaag. Geen grote plaatsen waar ik vaak in verdwaal. Maar 1 keer verkeerd gereden. Een mooie route tussen de heuvels van het Zwarte Woud door. Aan het begin een stevige beklimming van de Schwabische Alb, maar die pakte ik in één keer. Daarna genoten van het fietsen en de omgeving. Het beetje regen van het laatste uur deerde me eigenlijk niet. Goede regenkleding! Ik werd nog ingehaald door een man die dezelfde route reed. Ook weer op een snelle racefiets met nauwelijks bepakking. Hij ging van hotel naar hotel. Grappig was dat hij me later nog een keer inhaalde. Blijkbaar ben ik niet de enige die zich weleens in de route vergist.
Aangekomen in Sigmaringen toch maar voor de JH gekozen hoewel het weer begon op te klaren. Een prachtig nieuw gebouw (i.t.t. Tubingen, dat was oud en bouwvallig). Er waren maar 2 gasten. Ik had dus een ruime 1 persoonskamer.
Later weer de stad bekeken. Wederom een mooie burcht en een kerk waar de heilige Fidelius ligt begraven. Bij de Aldi lasagna gekocht en dat in de badkamer au-bain-marie opgewarmd. ’s Avonds nog even terug naar de stad (dalen en terug weer klimmen 8%) om even te internetten.

Dag 10: Bregenz, 30 april

Sdc10279_2

Leve de Koningin!  In Duitsland zijn ze overal bezig met het voorbereiden van de Mayfeste. Ik zal het hier niet meer meemaken, want ik zit al in Oostenrijk. Of hebben ze hier ook 1 mei vieringen?
Op dit moment (21.57 uur) lig ik in m’n tentje. Ik sta op een tweede-rangs camping even buiten Bregenz. Een boer (Weiss) heeft van z’n grond een camping gemaakt, maar er staan meer Turken die er permanent lijken te wonen dan vakantiegangers. Ik hoefde me ook niet in te schrijven. Geef maar 5 euro zei hij. Het fietsen ging geweldig vandaag. 120 kilometers gemaakt, 2 etappes uit het boekje! Vanochtend vertrokken om half 9 en ik kwam hier aan om 5 uur. 2 korte en een langere rustpauze gehad. Vanmorgen was het nog regenachtig, maar het zette niet door. De zon deed steeds z’n best om door de wolken te komen. Wel veel tegenwind de eerste helft wat maakte dat het behoorlijk fris was. Lekker mijn handschoenen aangehouden. Een prachtige route! Veel boomgaarden, fruit, hop. Alles staat in bloei. Op een paar pittige hellingen na veel vlak en verschillende afdalingen richting de Bodensee. Je merkte dat het klimaat aan het veranderen was. Ook de zon brak op het laatst nog door. Het bereiken van de Bodensee voelde echt als een hoogtepunt van deze week, een soort eerste mijlpaal, want daarachter zag je ze: de Alpen. Net voor Bregenz de grens over naar Oostenrijk. Weer een mijlpaaltje. Het laatste stuk ging direct langs de Bodensee. Schitterend.
Nadat ik de tent had opgezet en lekker gedoucht had en de fietscontrole heb gedaan ben ik nog even in de stad geweest. Een Turkse Pizza gegeten. Ja, de Turken zitten ook in Oostenrijk.
Helemaal voldaan lig ik nu hier. Morgen niet zo’n zware etappe. Die komt overmorgen.

Dag 11: Bludenz 1 mei

Sdc10292_3

In Oostenrijk hangen in plastic tassen kranten aan lantaarnpalen. Je kunt die kopen door geld in een busje te doen wat er bij hangt. Bij de ingang van de camping staat zo’n lantaarnpaal. Ik ben er naar toe gelopen nadat ik een antwoord SMSje van Emma had gekregen waarin ze vroeg of ik wist van de ramp in Nederland op Koninginnedag. In de krant las ik het verhaal en zag ik de foto’s. Verschrikkelijk.

1 mei is in Duitsland en Oostenrijk een nationale feestdag. Alle winkels zijn dicht. Daar had ik niet op gerekend. Gisteren was ik te laat voor de boodschappen voor o.a. het ontbijt. Ik moest het dus doen met een mueslireep en een banaan. Om 8.30 uur uit Bregenz vertrokken en om 10 uur in een net café een frühstuck gebruikt, met extra broodjes voor later op de dag. De dag begon fris, maar toen de zon eenmaal doorbrak werd het weer korte broeken weer. Heerlijk! Een makkelijke etappe naar Bludenz langs de Neue Rhein, dus zo goed als vlak. Doordat ik nergens verkeerd kon rijden was ik nu eindelijk ook eens vroeg op m’n eindbestemming.   Om half 3 was ik al op de camping. Een hele keurige camping deze keer. De eigenaresse die in de tuin bezig was zei dat ze ‘geschlossen’ waren, maar voor mij maakte ze een uitzondering. Prachtig uitzicht op de bergtoppen. Lekker gedoucht en een paar spullen gewassen die daarna in het zonnetje konden drogen. De camping mevrouw informeerde of ik op reis was naar Rome. Haar camping werd vaker bezocht door reizigers zoals ik. Heerlijk in het zonnetje gerelaxt. Voor het eerst aan een sudoku begonnen. Daarna even in de stad wezen kijken. Ik had gehoopt op wat festiviteiten, een band op een plein of zo, maar er was 1 mei ten spijt helemaal niets te doen. Alleen in de dorpjes heb ik verschillende marcherende fanfares gezien. Mijn oog viel op een chinees restaurant met een buffet voor €10,90. En daar zit ik op dit moment van te smullen en tussen de gangen door dit zo op te schrijven. Cisca en de meiden waren vandaag in Amsterdam. Die hebben vast en zeker ook gechineesd.
Het was een heerlijke dag, die wel een schaduwrand kreeg door het nieuws uit Nederland.

Dag 12: Landeck 2 mei

Sdc10298_3

Volgens Hans Reitsma heb ik vandaag de zwaarste etappe van de route naar Rome gefietst. Door het Klostertal naar de Arlbergpas om via die pas in het Vorarlgebergte in Tirol uit te komen. Het stijgen betekende concreet: in 35 kilometer van 550 meter naar 1800 meter. Met name de laatste 10 kilometer waren erg zwaar. Het lukte me om alles te fietsen, maar ik heb wel een paar tussenstops gehad om even bij te komen. Tjonge wat is dit anders dan zeg maar een 10 kilometer hardlopen. De ademhaling is zo anders. Puffen, puffen en nog eens puffen. En zweten…verschrikkelijk. Maar gaaf is het zeker. Overigens heb ik wel het verschil gemerkt van zonder en met een bepakking van zo’n 27 kilo te stijgen. De camping in Bludenz, gisteren lag bovenaan een steile beklimming. Toen ik gisteravond zonder bagage nogmaals omhoog ging, ging me dat bijna gemakkelijk af vergeleken met de eerste keer met bepakking. Het lijkt wel twee keer zo zwaar. Hoe steiler, hoe meer de zwaartekracht je naar achteren trekt. Maar goed, ik heb het gehaald. Het was leuk dat bij aankomst boven op twee Oostenrijkers hun bewondering uitspraken. Onderweg kreeg ik ook een keer een duim omhoog van een wandelaar.  Alpe d’Huez is anders, maar het is iets. Trouwens geen enkele fietser gezien op de beklimming. Gisteren, tijdens de vlakke etappe was dat wel anders. En het is vandaag nog wel zaterdag. Jammer was dat het helemaal bewolkt was. Ik had hierdoor geen ver uitzicht. Maar hoe dan ook, het was prachtig zo te fietsen langs de besneeuwde wegen. Hier en daar zag ik nog skiërs naar beneden gaan.
Boven op de pas waren er wat toeristische uitspanningen. Bij één heb ik koffie gedronken met wat lekkers erbij. (duur!). Net zo lang blijven zitten dat mijn rug en shirt weer een beetje opgedroogd waren van het zweet.  Toen de jas aangetrokken en naar beneden. Wauw, wat ging dat hard. En algauw kwam ik plots in een regenbui terecht.. Doodeng,  ik kon niet meteen stoppen, moest voortdurend remmen, pompend; voor, achter enz. Gelukkig werd later het dalen wat minder steil. En koud dat ik het kreeg. Met name mijn handen en voeten. Het remmen werd heel lastig.  De jas is geweldig. Over mijn lijf kreeg ik het niet echt koud. Verkleumd kwam ik uiteindelijk rond 16.30 uur in Landeck aan (9.30 uur weggegaan uit Bludenz). Op internet had ik gelezen dat je hier hutten kon huren. Daar ben ik op af gegaan en ik zit nu in een ‘studio’ op een terrein met allerlei huisjes, een zgn. sportpark (hier wordt veel aan rafting gedaan). Het is een huisjes met 4 stapelbedden en een keukentje. Ik had dus alle ruimte om alle tassen eens te ordenen, de tent nog goed te drogen en echt te koken. Dus daar met het boodschappen doen rekening mee gehouden: gebakken aardappels, een stukje vlees, heerlijk. Met het thuisfront gebeld. Die hebben het ook goed met elkaar.
Het was een enerverende dag. Vanwege de bewolking helaas niet ver kunnen kijken toen ik boven was. Alles was wit van de sneeuw. Bij het klimmen heb je weinig puf om rond te kijken, bij het afdalen gaat het daarvoor te hard. Wel een paar keer afgestapt voor een mooi plaatje.

Dag 13: Reschen, 3 mei

Sdc10308_3

Een prachtige zondag. Zojuist een avondwandelingetje gemaakt langs de Reschensee, een kunstmatig stuwmeer wat in dit dal is aangelegd. Morgen zal ik een kerktoren wat nog boven het water uitsteekt zien van een ondergelopen dorpje wat hiervoor is opgeofferd. Ontzettend genoten van de bergen, het landschap en de dorpjes. Wat een rust. Over het algemeen een vlakke etappe. Het venijn zat echter in de staart; de Reschenpas. 6 kilometer lang 7% stijgen. (dat is dus 7 meter per 100 meter, dat is 420 meter omhoog in 6 kilometer). Ik heb er de tijd voor genomen, want ik merkte dat de zware rit van gisteren ook nog in de benen zat. Ik moet morgen maar eens een dagje rustig aan doen. Na een hardloopwedstrijd moet je ook herstellen.
Balen was dat de camping die ik op het oog had nog dicht was. De volgende was ruim 15 kilometer verderop. Dat zag ik niet meer zitten. Dus maar een kamer gezocht in Reschen. Achteraf was ik er blij mee, want die camping was echt niks, een grasveld achter een benzinepomp aan de weg. Meer voor campers. Voor het eerst dus nu in een pension, of hoe je het ook maar noemt. Een luxe! Alhoewel, mijn eten heb ik op het balkon opgewarmd (vlindermacaroni met spinazie van Knor: 500cc water en 7 min. Koken) was best lekker.
Ondertussen al weer m’n tweede zondag. Vorige week was ik in Heidelberg. Wat lijkt dat al weer lang geleden. Het gaat eigenlijk allemaal hartstikke goed. Cisca en de kinderen leven heel erg mee. Ik heb niet het gevoel dat ik heel ver van ze af sta. Een beetje aanspraak mis ik soms wel. Op de grens van Oostenrijk-Italië kwam ik een zwaar bepakte fietser tegemoet. Hij was een Duitser (maar met een Nederlandse vrouw getrouwd) die van Florence naar Noorwegen fietste. Het kan dus nog gekker. Hij kampeert overigens niet. Verder vandaag vooral toerende motorrijders tegengekomen en slechts enkele wielrenners.

Dag 14: Merano, 4 mei

Sdc10325_3

Ik was de enige gast in Pension ‘Augusta Claudia’ van dhr. en mw. Ziernhold. Een pension wat denk ik wel 20 gasten kan hebben. Maar april – begin mei is het toeristisch heel rustig in Zuid Tirol. Het winterseizoen (wintersport) is voorbij en het zomerseizoen moet nog komen. Veel hotels en pensions zijn dan ook dicht. Bij het ontbijt kreeg ik alle aandacht van dhr. en vooral van mevrouw Ziernhold. Wilt u nog een eitje? Wilt u nog een glaasje vruchtensap? En ze wilden alles horen van mijn reis, mijn thuissituatie. Dus: ik heb de foto’s die op de camera stonden laten zien.
Om 10 uur op de fiets gestapt, nadat ik de ketting nog even gesmeerd had in de garage van dhr. Ziernhold. Langs de Reschensee met het verdronken dorpje Graun. Alleen de kerktoren steekt nog boven het water uit. Eerst was het nog regenachtig, maar al snel kwam de zon door. In de middag dreigde er weer regen (je ‘ziet’ zo’n bui letterlijk aankomen als je een dal in fietst), maar meer dan een paar spatjes heb ik niet gehad. Het was een prachtige tocht. Veel afdalen over veilige fietspaden. Geweldig! En dan langs de rivier de Etsch met links en vooral rechts de bergen (Ortler gruppe). Indrukwekkend. In het dal veel fruitteelt. En alles bloeit. Weer mannen tegengekomen die dezelfde route fietsen. Vlakbij de start haalden ze me al in. Later kwam ik ze weer tegen en had ik in de gaten dat het Nederlanders waren. Een derde keer in Latch bij een bikeshop. In die plaats heb ik ook nog gepauzeerd bij een modern gebouw/annex museum. Vlak voor Merano haalde ik het stel weer in. Eentje had een lekke band. Toen ben ik maar even gestopt. Het heerschap (60+) kwam uit Heerlen. Ze reden de route met een volgauto van hotel naar hotel. Zo’n die-hard als ik die alles bij zich heeft en hoofdzakelijk kampeert ben ik nog niet tegengekomen. Over die-hards gesproken, ik kwam ze wel tegen. Eerst een ‘hardlopende’ vrouw, met een startnummer. Ik vond dat al een beetje vreemd, maar later volgden er meer. Soms bijna wandelend. Allemaal met nummer. Ik heb toen iemand aangesproken, bleek een Duitser te zijn. Ze liepen een ultralange duurloop van Bari naar de Noordkaap van Noorwegen. Dagelijks 70 kilometer. Achter de Duitser liep een Nederlander. Met hem ben ik een stukje opgelopen. Allerlei nationaliteiten liepen mee.
In Merano toch maar voor de JH gekozen. De lucht was zwaar bewolkt, hoewel de temperatuur goed was. We gaan vast mooie dagen krijgen: Bolzano, Trento!

Dag 15:  Tramin, 5 mei

Sdc10337

Vanochtend ontbeten met een vriendelijke weduwe uit Hannover. Ik voelde me een beetje m’n vader. Ze was een weekje in Meran op vakantie, een prachtig stadje in de Vinschau. Om 10 uur op de fiets gestapt en nog een stukje door de stad gefietst om de sfeer te proeven, en een petje gekocht. Mijn Stonespet laten hangen in de wasruimte van de camping van Bludenz…snik. Toen de route weer op. En, de eerste dag met direct een blauwe lucht, dus meteen met korte broek en zonder jas op de fiets gestapt!. De keus was: een kleine etappe tot de Kalternsee (45 km) of door tot Trento (+45 km). Eindelijk kon ik vandaag de behoefte onderdrukken om door te rijden. Trento was best haalbaar, maar daar was geen camping in de buurt, en met dit mooie weer had ik ook zin om me eens te ontspannen. Dus om 14.00 uur stond m’n tentje al opgezet op een rustige camping bij de Kalternsee. Te midden van allemaal wijngaarden. Het heet hier de: Sus-Tirolische weinstrasse. Op m’n gemak een dorpje in de omgeving bezocht met een prachtig oud Romaanskerkje op een heuvel (St. Jacobskirche, Tramin). Prachtige fresco’s uit 1200.

– SMSje gekregen van Emma en Wim Heij.

– Mijn dagelijkse gedichtje of gedachte geschreven

– Fiets nagekeken en een beetje schoongemaakt

– Hapje gegeten op het terras van de camping (met wijn uit de omgeving)

– Boekje ‘taalgids Italiaans’ doorgebladerd (morgen ga ik het Italiaanse taalgebied in)

– twee kaarten geschreven (Fia en George/Heleen)

Vanavond heerlijk in een bootje op het meer gezeten. Volle maan. Biertje, sigaretje. Fantastisch. Vandaag was het 5 mei, Bevrijdingsdag. In Meran was om de hoek van de JH de XXX april Strasse (hun Bevrijdingsdag) en even verderop kwam ik een Anne Frank Strasse tegen.

Dag 16: Malcisene , 6 mei

Sdc10358

Zeven uur: Opstaan! (is wel lastig in zo’n laag tentje). Tien over acht: op de pedalen! Een lekker weertje vandaag. Het plan was om eind van de ochtend in Trento aan te komen, daar één en ander te bezichtigen en daarna richting de noordpunt van het Gardameer te fietsen. Zo geschiedde. Lekker kopje cappechino gedronken op het domplein, de Dom bezichtigd, en wat door het centrum gewandeld. Mooi! Prachtige marmeren straatbedekking. Een stukje buiten Trento m’n broodjes opgegeten. Daar kwam een jonge vrouw met zoontje voorbij die ook aan het fietsen waren (het was weer een prachtig fietspad). Ze spraken Nederlands, dus ik sprak ze aan. Ze bleken in Trento te wonen. Ze was 9 jaar geleden met een Italiaan getrouwd en geëmigreerd. Kwam oorspronkelijk uit Groningen. Het zoontje, 5 jaar werd tweetalig opgevoed. Voorbij Rovretto weer twee ‘Reitsmagangers’ ontmoet, dit keer twee meiden uit Utrecht en Bussum die de route vanuit Siena naar Nederland fietsen. Allebei erg enthousiast over de reis. Ze waarschuwen me voor de pittige heuvel in de Apennijnen. En: ze kamperen ook!
Ik zit dit nu te schrijven uitkijkend over het Gardameer, zo’n 50 meter van me verwijderd. De camping heeft een terrasinrichting (trapsgewijs stroken gras omhoog). Ook hier weer heel rustig. De mevrouw van de camping moet nog langs komen om af te rekenen.
Morgen een wat kortere rit naar Verona. Mag best, want vandaag was het nog een pittige rit, het laatste stuk voor het Gardameer nog een pas over. Ben benieuwd naar Verona. Heb ’s middags waarschijnlijk wat meer tijd om de stad te bekijken.
Cisca en Hanna aan de telefoon gehad. Thuis gaat alles goed.

Dag 17: Verona, 7 mei

Sdc10361

Daar zit ik dan, ’t is 21.30 uur, Terrasje in Verona, biertje en een Pizza Calzona achter de kiezen.
Om 8 uur was ik al weg. De campingmevrouw niet meer gezien, en alles was dicht, dus gratis gekampeerd. Vandaag langs het Gardameer  gefietst en daarna oostwaarts naar Verona. Ik was er om 13.00 uur. Ingecheckt in de JH, een kolossale oude villa. 20 persoonkamer (5 bedden bezet) voor € 17,-  incl. ontbijt. Daarna de stad in. Naar de Arena, ook erin geweest, diverse kerken bezocht, prachtig museum in een oud kasteel. Vanavond een mis bijgewoond in de kathedraal. Indrukwekkend.
Het is zomer hier! Zeker 25 graden. Het was nogal druk in de stad, veel schoolgroepen. Vooral bij het huis van Julia (Romeo). In de kerken en het museum was het rustiger. Prachtige beelden en fresco’s gezien. In de JH een leuk gesprek gehad met Jael , een Italiaan afkomstig uit Libanon. Ik ben benieuwd of het nog drukker is geworden in de JH. Het is gek, meestal slaap ik in de tent beter dan in het bed van een JH.

Dag 18: Montagnana, 8 mei

Sdc10383

Redelijk geslapen vannacht. Er sliepen uiteindelijk 4 mannen op de kamer. Alleen de deurbel schelde steeds keihard tot 24.00 uur, en vanaf 7 uur weer. Het goedkoopste ontbijt ooit genuttigd. Koffie, thee of warme melk kon je met een grote pollepel uit bakken scheppen in een grote kom. Verder alleen harde witte bolletjes, boter en jam. Lekker rustig aangedaan, Nog even een kerk binnen geweest, in een internetcafé wat foto’s op hyves gezet, nog even langs een bakker. En daar werd ik welkom geheten door een Nederlandse winkelmevrouw. Ze herkende me (als Nederlander) aan mijn oranje Amsterdam Marathon shirt. Deze tweede naar Italië geëmigreerde Nederlandse woont al 22 jaar in Italië. Ze runt met haar man dit winkeltje en ze heeft thuis een hondentrimsalon. Omdat ze zelf ook honden heeft komt ze bijna nooit in Nederland. Ze stelt haar 19 jarige zoon nog voor die naar buiten loopt. Die zegt: Doei! Maar verder kent hij nauwelijks Nederlands. Ik koop zoals gewoonlijk pannini’s met formaggio en ze stopt er een lekkere koek voor onderweg bij!
De route vandaag was niet echt opwindend. Door vooral agrarisch gebied. Het was me al verteld. De Po-vlakte heeft iets van Nederland. De charme vandaag zat hem dan vooral ook in de details. Kwakende kikkers en schrikachtige hagedisjes bij een betonnen bruggetje waar ik pauzeerde. Allerlei wilde bloemen bloeiend langs de berm. Oude boerderijen, soms vergaan tot ruïnes. Het heerlijke warme, windstille weer. En, tenslotte; wel indrukwekkend: Montagnana, een geheel ommuurde middeleeuwse stad. Schitterend. Net daarbuiten bij de JH ingecheckt, want in deze omgeving is geen camping aanwezig. (om deze reden mogen fanatiekelingen ook in de tuin van de JH kamperen, maar dat vond ik een beetje overdreven). Overigens, dit keer weer een picobello JH met erg vriendelijk personeel. En warempel: Reitsmagangers! Een man op exact dezelfde fiets als ik en een echtpaar uit Noord Holland die de weg andersom fietsen. Gedoucht, wasje gedaan, stadje doorkruist en boodschappen gedaan bij de Liddl. De diepvrieswokschotel later opgewarmd op een rustig pleintje in de stad. En nu zit ik in een kerk (die niet meer als zodanig in gebruik is) af te wachten tot een concert begint. Er zitten maar een handjevol mensen. Er gaat gezongen worden door een sopraan en een tenor begeleid door en pianist op een vleugel.
Sja, ben halverwege weggegaan. Veel geklets tussendoor, en het zingen van met name de tenor deed gewoon zeer aan m’n oren. Een schallende stem die door de lege kerk nog harder aankwam. De sopraan was zachter en lief. Bij terugkomst in de JH de vrouw van het echtpaar nog even gesproken. Zij fietsen van Rome naar Zaandam en kamperen ook veel.

Dag 19: Ferrara, 9 mei

Sdc10410

Verder door de Po-vlakte. Weer een warme dag vandaag. Weinig bankjes, uiteindelijk mijn middaglunch bij een fabrieksterrein gebruikt waar ik kon zitten. Een arbeider bood me aan om water te tappen of van het toilet gebruik te maken. Later op de rit kwam ik een Nederlands echtpaar tegen die de rit in tegenovergestelde richting aan het fietsen waren.
Net als gisteren een weinig opwindende rit qua omgeving. Veel vervallen boerderijen, daarnaast ook veel nieuwe luxe villa’s. In de dorpjes was markt, soms moest ik afstappen omdat de markt precies op de route lag. Grappig dat elke omgeving zijn eigen type gebouwen heeft. De kerken staan hier steeds los van de toren, die heel erg spits is. Van verre zie je de torentjes. Juist omdat het hier zo vlak is hebben ze vast de torens hoog gemaakt zodat je ze van ver kan zien (of als concurrentie met het naastliggende dorp?) In bergachtige omgevingen heeft een hoge toren geen zin. Grappig, dit had ik nooit bedacht. Vandaar dat er in Nederland ook veel hoge kerktorens zijn. Ondanks dat het een lichte etappe was vond ik het fietsen zwaar vandaag. De moeheid begint in de benen te kruipen lijkt het. Ik heb expres in de stad Ferrara maar niet teveel gelopen, want een beetje rust is wel belangrijk.
Overmorgen moet ik de bergen weer in. De camping ligt buiten de stad. Grote kathedraal, kastelen. Veel mensen op de been. Een muziekfestival (folkloristisch) op het grote plein. Later de drukte vermeden en in een park een paar kaarten geschreven, en m’n zoveelste gedichtje.

Dag 20: Bologna, 10 mei

Sdc10426

Het is bijna half elf en ik zit nog met m’n korte broek en T-shirt buiten op een plekje onder een lamp op de camping. Dit stukje schrijven, de volgende dag doornemen, biertje, sigaretje, het is genieten.  Een heerlijke dag gehad. Wederom een prachtig weer en een heerlijke rustige route van Ferrara naar Bologna. Ik heb echt genoten van het fietsen. Het was met recht een zondag. De mensen op straat waren allemaal relaxt. In de dorpjes verzamelden zij zich in het café of op het plein. Gefietst langs een zijtak van de Po, en alles nog vlak. In de verte zag je heuvels van de Apennijnen echter al opdoemen. Dat is voor morgen.
In een buitenwijk van Bologna het tentje weer opgezet (een camping van niks die totaal onterecht de naam ‘Europa’ draagt. De praktische zaken gedaan zoals het wasje, douchen. En toen naar de stad gefietst. Die was verrassend mooi. Wat een prachtig centrum, helemaal authentiek. Niks geen moderne gebouwen, lelijke voorgevels met overdreven grote reclameborden. Eigenlijk alles zoals het 100 jaar geleden ook nog was. Schitterende gebouwen, kastelen en kerken. En overal mensen, het was dan ook vanavond nog prachtig zomerweer. De sfeer had iets van Amsterdam, maar dan veel relaxter en gemoedelijker. Ik voelde me er thuis. Lekker Lasagne Bolognese (!) gegeten, helaas een te kleine portie. Ook nog even in een internetcafé geweest.
Deze dag heeft me echt energie gegeven!

Dag 21: Monte die Fo, 11 mei

Sdc10440

De Po-vlakte uit, de Apennijnen in! Ik heb er naar uitgekeken, ondanks het feit dat het fietsen weer een stuk steviger zou worden (of juist daarom?). Niet zo best geslapen. De camping lag pal naast een drukke weg en een fabriek die beiden veel lawaai produceerden. Toch slaap ik steeds voldoende, en lig ik nooit lang wakker. Het buiten zijn, de beweging; het doet een mens goed.
Om 7 uur weer waker. Alles weer aan kant gemaakt. Hapje eten. Gepoept (doe ik elke morgen voor ik vertrek; gaat ook prima). En dan: fietsen maar weer! Van de vlakke Po-vlakte gaat het voorbij Bologna gauw omhoog. Mooi heuvels die al snel overgaan in een behoorlijk gebergte. Alles groen, veel gebloei langs de weg, seringen, irissen enz. Genoten heb ik van de rit. Wel bijna voortdurend stijgen. Steeds rustpauzes genomen en 2 keer (bij stijgingspercentages van 9-11%) een stukje gelopen. Mezelf kapot fietsen, daar had ik niet zo’n zin in. In een klein dorpje m’n broodjes gegeten. Er liep één of andere dorpsgek heen en weer al schreeuwend en scheldend. Ik verstond er geen woord van.
Het eindpunt van de etappe was bovenaan een pas. Op de camping waren meer Nederlanders, maar allemaal met campers enzo. Een Belg ontmoet die ook aan het fietsen was. Het was overigens een Waal, die wel Nederlands met me wilde praten, maar zeker geen Vlaams (al klonk het wel zo). Een principekwestie. Hij ging met z’n auto met een racefiets en een mountainbike naar een gebergte en gaat dan zoveel mogelijk passen over. Het is een hobby van hem. Zo heeft hij al meer dan 1000 passen gehad in Europa.
Morgen voor het laatst een forse klim. Dan kom ik aan in Florence!

Dag 22: Florence, 12 mei

Sdc10450

De fietspomp van de Belg geleend om de banden nog eenmaal goed op spanning te brengen en toen om 9.30 uur de afdaling begonnen. Miste is na 1 KM een afslag waar ik pas na 3 KM achter kwam. Moest ik 2 KM terug klimmen. Zonde. Maar verder ging alles goed vandaag. Voor Florence nog 8 KM 5% stijgen en toen de laatste 8 KM weer dalen. En dan plotseling ligt zij daar in het dal: Florence, met de grote Dom dominerend in het midden. Wat heb ik hier naar uitgekeken.
De camping (die ik had uitgekozen) lag aan de andere kant van de rivier de Arno, weer een stuk omhoog de heuvel op. Weer even lastig om de weg te vinden, maar om 14.30 uur was ik er. Een plekje uitgezocht, tentje opgezet en m’n broodjes opgegeten. En toen om 15.30 uur de stad ik gefietst. Ontzettend veel toeristen. Allereerst naar de Dom gegaan. De buitenkant bekeken, de koepel, de toren, het marmer. Toen naar binnen. Er stond een aardige rij, maar ik was toch al snel binnen. Een imponerende ruimte. Wat ik niet had verwacht was dat ik het meest geraakt werd door de vloer. Allemaal mozaïek. Schitterend. Eén mozaïek (met een diameter van zo’n 30 meter maakte me aan het huilen. Het leek een religieuze ervaring. Alles leidde naar het middelpunt, of, alles ging van het middelpunt uit. In het midden stonden de letters Alpha en Omega. Een symbool voor Christus. Na het bezoek aan de Dom (kaarsje aangestoken voor Florinda) het oostelijke deel van de Dom doorkruist. Wat is het hier prachtig. Mooie pleinen en kerken. In één ervan was een organist Bach aan het spelen. Het kon niet op! Daar een plan gemaakt voor morgen. Ik wil in elk geval drie musea bezoeken. Terug gefietst naar de camping via een parkwijk, een grotere afstand waardoor ik minder stijl hoefde te klimmen. Op de Piazzo Michelangelo, vlakbij de camping, buiten een heerlijke pizza gegeten, zittend op een grote trap met een prachtig uitzicht over de stad. Mooi sfeer daar, er zaten zeker honderd mensen op die trap. Een zwoele zomeravond.
Cisca en Hanna gebeld. We beginnen elkaar wat te missen. Maar goed, het einde begint ook in zicht te komen. Volgende week dinsdag hoop ik in Rome aan te komen. Maar eerst morgen nog een hele dag Florence. Op Julia-dag!

Dag 23: Florence, 13 mei

Sdc10475

Julia is jarig en de tweede dag Florence! Vroeg opgestaan want ik wilde 4 musea bezoeken en een paar kerken. Om 8 uur stond ik al in de rij voor Uffizi, zeg maar het Rijksmuseum van Florence. Om 8.50 was ik binnen. Veel schilderijen (ook Hollanders) en enkele beelden. Foto’s maken is streng verboden in al deze musea, maar ik heb het stiekem steeds wel gedaan. Toen naar Bargello. Hoofdzakelijk beelden. O.a. Tondo en Bacchus van Michelangelo. Toen naar het museum wat bij de Dom hoort (dell’opera) o.a. een Pieta van Michelangelo en werk van Donizetti. Toen besloten toch de koepel van de Dom te beklimmen. 320 treden. Maar geen spijt van gehad. Schitterend, zowel van binnen (de fresco’s van de koepel van dichtbij te zien) als van buiten. Een adembenemend uitzicht. Daarna nog naar de santé Croce, waar Michelangelo, Gallileo, Dante en Rossini begraven liggen. Hier een kaarsje voor Julia gebrand. Heb in gedachten haar leven voorbij laten gaan. Emotioneerde mij (haar gedichtje had ik vanmorgen in de wachtrij bij Uffizi al gemaakt. Je moet je tijd nuttig gebruiken). Toen naar de Galleria dell’ Academica. Hier ook weer prachtig, soms ook onaf werk van Michelangelo gezien, met natuurlijk als hoogtepunt de David. Indrukwekkend zo van dichtbij. Tenslotte naar de San Lorenzo kerk, de kerk van de Medici, de familie die in de 16e eeuw regeerde over Florence en de stad welvarend hebben gemaakt; en Michelangelo hebben ‘grootgebracht’. Helaas werd ik de kerk uitgezet omdat het al na vijven was en hij voor bezichtiging was gesloten. Het werk van Michelangelo hier dus jammergenoeg niet gezien. Anderhalve dag Florence is natuurlijk veel te kort. Maar het was prachtig allemaal. Tussen de bedrijven door genoten van de sfeer, de straatjes, en de kleuren en geuren (!) van de stad. Vanavond naar een orgelconcert geweest. Heerlijk, alleen maar te hoeven zitten) daarna nog op wat pleinen wezen kijken. Op de Ponte Vecchio Julia gebeld. Daar kreeg ik ook een smsje van Henk (die bij een popconcert in Paradiso was) en een telefoontje van Ria Duiven. Een prachtige dag. Eén museum had ik nog wel willen bezoeken. Zou ik morgenvroeg nog kunnen doen, maar ik denk dat ik het maar laat. Siena wacht…

Dag 24: Siena, 14 mei

Sdc10539

21.30 uur. Zonet terug gekomen uit de binnenstad van Siena. De camping ligt in een buitenwijk heuvel op. Weer zo’n grote, oude en authentieke ommuurde stad. Maar weer totaal anders dan Ferrara, Bologna of Florence. Deze stad doet nog veel ouder aan. Heeft hoogte verschillen. Het lijkt wel in een kom gebouwd. Het prachtige plein in het midden, de campo is ook holvormig. Daaromheen allemaal kleine, donkere straatjes met hoge huizen. Prachtig om hier te dwalen. Ook hier kun je weer van alles bezoeken, maar ik heb ervoor gekozen dat maar niet te doen. Geen tijd, maar eigenlijk ook geen zin. De pure stad geeft genoeg. Hier dus geen kerken, musea of oude gebouwen van binnen gezien.
Het was vandaag best nog een pittige etappe van zo’n 70 km. En nog flinke klimpartijen daarbij ook. Daar had ik eigenlijk niet op gerekend. Maar de tocht was schitterend. Toscane met haar prachtige landhuizen, glooiende heuvels en uitzichten. En alles staat in bloei; brem, sering, irissen. Veel wijngaarden ook. Het gebied waar ik vandaag fietste was van de Chianti-wijn. Ook veel boomgaarden met olijfbomen. Veeteelt zie je hier niet. Dusx85.weer een prachtige dag. Het houdt niet op. Als ik
’s morgens op de fiets stap (en ik hoef niet direct een heuvel op) dan voel ik me zo goed en gelukkig. De reis is echt een groot succes. En thuis en veel anderen, ze leven allemaal mee. Ik krijg SMSjes van Maarten en Afien bijvoorbeeld!
Volgende week donderdag is de laatste dag. Dat is ook goed, want weer thuis komen lijkt me ook heerlijk.

Dag 25: Murlo, 15 mei

Sdc10555

Op de camping in Siena zat een Duits stel dat een rondje Noord-Italië fietste en een ouder Canadees stel die ongeveer hetzelfde doen. Vakantiefietsen in deze omgeving is populair, de omgeving is dan ook wondermooi. Het is leuk om wat ervaringen te delen, maar van echt intensievere contacten is geen sprake. Zoek ik ook niet op.
Vanmorgen nog even door Siena gefietst waardoor het me moeite koste om de officiële route weer op te pakken. Een korte etappe vandaag van 25 KM. Volgens mij heeft Hans Reitsma de etappes afgestemd op de beschikbare campings. Anders zou de volgende camping pas na 65 KM zijn en met dit bergachtige landschap is dat echt te zwaar. Een rustig dagje dus. Toch nog weer een afslag gemist bij een afdaling waardoor ik een extra klim van 2 KM erbij kreeg. Dit moet nu echt de laatste keer zijn.
Op de camping in Murlo stond één tent. Daar ben ik maar bij gaan staan (er waren wel wat campers en caravans). De tent bleek van twee stel Tjechen. Ze leken een beetje te balen dat ik gebruik maakte van de picknicktafel. Het was Cisca-dag vandaag. En hoe kan het anders: nog nooit zoveel bermbloemen gezien als vandaag. Daar moet een gedichtje over geschreven worden. Een kaarsje branden in een kerk is er niet van gekomen. De kerk van Murlo was dicht. Morgen maar doen.

Dag 26:  Castel del Piano, 16 mei

Sdc10562

Zoals gewoonlijk rond 7 uur wakker. Niet bijster goed geslapen. Vandaag een redelijk zware etappe met twee fikse beklimmingen, dus ik wilde op tijd weg. Was het gisteren veelal bewolkt, vandaag was het weer de hele dag zonnig en warm. De beklimmingen waren pittig, maar meestal niet te stijl zodat ik af zou moeten stappen. 9% of steiler is eigenlijk met al die bepakking niet te doen. Maar het blijft zwaar werk dat klimmen. Na een half uur dan druppelt het zweet langs je kin op de stang. Drup, drup, drup. Elke 3 seconden wel een drup. Goed mijn rust genomen. Koffie gedronken in een oud stadje op een terras waar ook een Nederlands stel zat die met een fietsvakantie bezig waren.
Het was een prachtige rit. Wat is de omgeving hier mooi. Niets is verpest, ook de steden en dorpen niet. Heden en verleden, schepping, natuur en cultuur zijn met elkaar in balans.
Nu ik zo langzamerhand het eindpunt van mijn tocht nader en het ook vandaag weer prachtig was, begin ik me steeds meer te realiseren hoe een geweldig succes deze hele onderneming is. Tot nu toe leef ik nog erg van dag tot dag. En je moet steeds nog een heel stuk. Maar nu begin ik het geheel te overzien zien en begin ik te beseffen wat een geweldige tijd ik heb. Hierdoor geniet ik nog meer van ieder moment. Het is heerlijk.

Dag 27: Lago di Bolsena, 17 mei

Sdc10570_2

Zoals gewoonlijk rond 7 uur wakker. Rustig alles in gepakt en ontbeten aan een picknicktafel. Een Engelse jongen die hier ook staat en een fietstrip maakt doet alles voor zijn tentje. Als ik ga koken o.i.d. neem ik alles mee naar bijv. een picknicktafel. Dan heb ik de ruimte en kan ik comfortabel zitten.
Wederom een schitterende dag. Prachtige route met soms fikse klimmen en snelle afdalingen. Ik ben er aardig bedreven in geworden en heb bij de bochten veel gemak van het achteruitkijkspiegeltje van George. Ik zit nu in een vulkanisch gebied. Geen wijnbouw meer, maar bosrijk, huizen van tufsteen en een kratermeer met zwart gruis zand. (lava gesteente). Ik heb een prachtige plek op een verder onbenullige camping. Ik sta hier geloof ik als enige en heb een mooi plekje direct aan het meer. Het is heel zacht vanavond. Bij aankomst hier vanmiddag even een onweersbui, net toen de te tent stond, maar na het douchen scheen de zon alweer. Al met al: genieten. Vandaag veel groepjes fietsers op de weg. Bij een beklimming blijven sommigen even haken en informeren naar mijn tocht. Er wordt altijd enthousiast gereageerd: “Complimento”!.
Vanavond was het aan het water zo heerlijk stil. Aan de waterkant m’n biertje gedronken en sigaretje gerookt en heerlijk zitten mijmeren. Een otter zwom voorbij…

Dag 28: Fabrica di Roma, 18 mei

Sdc10566

Een gekke dag. Heet weer, veel klimmen en dalen, dus zweten. Tjonge, ik had niet gedacht dat het tot het eind aan toe zo heuvel-bergachtig zou zijn. Vervelend ook dat veel wegen erg slecht waren. Vooral bij het dalen betekent dat steeds extra uitkijken en de gaten in de weg mijden.
Ik weet niet waarom, maar vandaag zag ik allemaal dode dieren langs de weg: Een egel, een ree. een slang, een kat, nog een kat en tenslotte een hondje of eekhoorn? Ook viel het me op dat in deze omgeving er van alles langs de weg wordt gegooid, flesjes, blikjes, nog wel erger dan in Nederland. Samengevat: de tocht was niet zo bijster. Wel heerlijk (na een beklimming) in een vulkaanmeer gezwommen waar ik langs kwam. Dat friste lekker op.
Bij het eindpunt van deze etappe was geen camping, of ik moest 5 KM afbuigen, maar die zouden dan morgen nog weer bij de 91 Km komen, dat leek me niks. Ik wilde toch wel op tijd in Rome aankomen. Daarom maar een stukje doorgefietst tot Fabrica di Roma en daar een B+B genomen. In een stadje daarvoor kon ik niks vinden, daarom had ik daar al inkopen gedaan en er rekening meegehouden deze keer een wild te gaan kamperen. Gelukkig was er in Fabrica een goed B+B voor € 35,-. De receptioniste sprak geen woord Engels, maar alles kwam goed. Lekker gedoucht en op de vensterbank bij het open raam een hapje warm gemaakt. Verder alle spullen op orde gepakt en de tassen specifiek ingepakt voor een paar dagen Rome. Alles wat ik niet meer hoefde te gebruiken in aparte tassen.
Hanna is vandaag met haar examen begonnen. Was lastig geweest zei ze.
Nog 80 KM naar het Sint Pietersplein.

Dag 29:  Rome, 19 mei

Sdc10575

Na een goedkoop ontbijt (weer geen kaas of vleeswaren) zat ik om half 9 weer op de fiets, met wederom zonnig weer. Op naar Rome! Het eerste gedeelte had nog een paar fikse klimmetjes, maar gelukkig ging alles goed! Eén keer was een afslag links wat onduidelijk aangegeven waarbij de volgende afslag pas na 4 KM kwam (met andere woorden, dan zou je er pas achter komen als je verkeerd zat). Ik twijfelde na 1 KM Zou ik teruggaan om de afslag nog een keer goed te bekijken? Maar toen hoorde ik “Koekoek” en toen dacht ik: het is goed. En het was ook goed!
Onderweg nog leuke gesprekken gehad met Italiaanse mannen op de race fiets. “Complimento” zeggen ze tegen mij. Het mooiste was dat een man me inhaalde bij een afdaling, maar beneden op me stond te wachten om van me te horen waar ik mee bezig was!
En toen kwam Rome in zicht. Het laatste stuk het fietspad langs de Tiber (welke in het boekje zo bejubeld werd). Het had voor mij nog wel een addertje onder het gras. De poortjes (ter voorkoming dat er scooters op gaan rijden) waren soms net te smal voor mijn brede bagage. Ik moest dus verschillende keren de hele achterkant los maken. Daar kwam nog bij dat het echt snikheet was. Zeker 35 graden. In de stad was de weg naar het Sint Pietersplein goed aangegeven. Ik arriveerde daar om 14.30 uur. GEHAALD!!! Een groepje Nederlanders verwelkomde me en hebben voor de foto’s gezorgd. Het was fantastisch natuurlijk, maar tegelijk ook gewoon. Het bellen of SMSsen lukte niet vanaf die plek. Daarom eerst maar de JH opgezocht, dat was nog een aardig stuk fietsen door de drukke stad. Maar ook dit ging goed. Een grote 10 persoonskamer, aan de wegkant. Ik ben er niet zo tevreden over. Ik denk dat er zo’n zes bedden bezet zijn. Er is ’s middags alleen een Amerikaan van Peruaanse afkomst die zegt dat het hier een ‘Mess’ is. “These kids come drunk in the night to bed”. We zullen zien. Het is nu (23.00 uur) nog rustig.
Eind van de middag en begin van de avond de stad al in geweest. Een 3-daagse openbaarvervoerkaart gekocht. Met name het oude deel bezocht: Forum Romanum.

Dag 32: Rome, 22 mei

Sdc10618

6.37 uur. De trein rijdt weg van station Trastevere, Rome. Op weg naar huis. Naar Cisca, Emma, Julia, Hanna en alle anderen.
Na 4 weken vrijheid is de stress van het gewone leven weer voelbaar. Altijd weer spannend of het allemaal goed gaat. Haast niet geslapen. Het station was nog best ver weg van de JH. Gisteravond heb ik het stuk al even heen en weer gefietst om de route en het station te verkennen, want ik wilde niet voor verrassingen komen te staan. De lift geprobeerd enz.
De trein snelt nu door het Italiaanse landschap alwaar ik afgelopen dinsdag nog doorheen fietste. Een vreemd gevoel. Maar het is goed zo. Ik heb zin om naar huis te gaan, al zal het een vermoeiende reis worden. Morgen om 12.15 uur hoop ik in Zeist aan te komen. Straks om 10.15 uur de eerste overstap in Pisa.

20 mei (dag 30)

Wauw wat een puinzooi was het de eerste nacht in de JH. Maar 2 uur geslapen denk ik. Ten eerste veel lawaai van de drukke weg. Ten tweede al die jongelui…ik denk dat zo’n 7 bedden bezet waren. Op een gegeven moment kwam het spul terug. Ze probeerden wel zachtjes te doen, maar dat lukte maar moeilijk als je dronken bent. Dan namen 2 jongens ook nog eens meisjes mee naar binnen om te vrijen. Eén stel zakte zelfs door het bed! Herrie! Die gingen ergens anders heen. Nou ja, dat soort dingen. De volgende ochtend heb ik gelukkig een andere kamer kunnen regelen. Aan de achterkant van het gebouw, dus veel stiller, en bovendien een 4 persoonskamer met douche en wc! En dat voor € 5,- meer. Ik snap niet dat die kamer mij meteen is aangeboden. Misschien was hij nog bezet. Hoe dan ook, de eerste nacht sliep ik er alleen, en heb ik die tweede nacht heerlijk bij kunnen slapen!

Woensdag en donderdag heb ik de stad bezocht. Hiervoor had ik al wat voorwerk gedaan, een plan voor de ene en de andere dag. Veel kerken bezocht, sowieso alle waar werk van Michelangelo of Caravaggio staat of hangt. Erg van genoten. Eigenlijk nauwelijks in museums geweest. De Sixtijnse kapel gemist omdat die op Hemelvaartsdag gesloten was. Wel in de Sint Pieter geweest en de koepel beklommen. Verder St. Gianovinni in Laterno en het Sancta Sanctorum (dus met eigen ogen het boek de Ontdekking van de Hemel van Mulisch een stukje kunnen meemaken).
De afstanden met de metro afgelegd en dan in een bepaalde omgeving rondgewandeld en de bijzondere bezienswaardigheden bekeken. Verder ook gerelaxt, met name de avonden. Dan ging ik naar de Spaanse trappen met een biertje, en had ik gesprekken met verschillende mensen; Zweden, Duitsers, Engelsen.
Twee dagen Rome is eigenlijk te weinig, maar voor mij goed zo. Het alleen zijn begint te vervelen, het is anders dan op de fiets. Bovendien begin ik naar huis te verlangen.
Bij terugkomst donderdag avond in de JH bleek de kamer vol met drie reizende vrienden uit de USA. Eén, een dikke Chinees vond het onvoorstelbaar wat ik had gedaan. “This is the most bizarre trip i’ve ever heard of this year”.

Dag 33: Keulen, 23 mei

Sdc10680

8.30 uur. Net Bonn voorbij. Ik begin Nederland te ruiken! Zojuist een heel stuk langs de Rijn gereden in tegenovergestelde richting van waar ik dag 3 en 4 gereden heb.
Gisteren was nog wel een spannende dag. Na Rome moest ik in Pisa overstappen richting Allesandria. Vanuit daar ging de trein naar Milaan (en van daaruit ’s avonds de nachttrein trein naar Nederland). De trein vanuit Pisa was echter een paar weken geleden geschrapt. Ik kon via een ander stadje naar Allesandria maar had dan niet veel tijd om over te stappen. En inderdaad, de trein vertraagde en ik miste weer een trein. Weer een andere spoorbeambte maakte een nieuw reisplan. Via Genua naar Milaan. Uiteindelijk is het allemaal gelukt. Volgens de oorspronkelijke planning had ik 4 uur overstaptijd in Milaan, dat zijn er 1 1/2 geworden. In de nachttrein een 6 persoonscoupé met z’n vijven. Tussen 2 en 6 uur wel wat geslapen. En nu: op weg naar de Nederlandse grens en dan Driebergen Zeist! Daar mag ik terug gaan zien op een geweldige tijd!