NoorderLichtkerk Zeist, 25 mei 2025
Vanmiddag luisteren we naar twee cantates die Bach voor dezelfde week componeerde: Wahrlich, wahrlich ich sage euch (BWV 86), voor de zondag vóór Hemelvaart en Wer da gläubet und getauft wird (BWV 37) voor Hemelvaartsdag zelf. De eerste uitvoeringen waren respectievelijk op 14 en 18 mei 1724.
Bij twee cantates in één week kunnen er verbanden in beeld komen die een verhaal vertellen. Zo zien we dat Bach gebruik gemaakt heeft van precies dezelfde instrumentale bezetting: naast het continuo van cello en klavecimbel de strijkers en twee hobo ‘d amore. Voor een feestdag als Hemelvaart was dat trouwens een wat magere bezetting. Maar hij wilde het deze week blijkbaar met deze muziekgroep doen.
En dan het verhaal van de eerste violist. Wat een prachtige solo-partij kreeg hij bij de eerste aria ‘Ich will doch wohn Rosen brechen’. Met snelle prikkende vioolstreken werd de tekst uitgebeeld. Maar bij de volgende cantate blijkt de solo-viool partij bij de tenor-aria verloren. Je zou het verhaal hierachter willen weten. De violist moest in een paar dagen opnieuw een virtuoze partij instuderen. Zou het hem misschien niet gelukt zijn?
Of het verhaal van de sopraan. Natuurlijk een jongetje van de Thomasschool. In deze serie cantates zie je dat de moeilijkheidsgraad van zijn aria’s steeds iets hoger ligt. Zou Bach een nieuwe sopraan aan het opleiden zijn?
Het grotere verhaal van de 38 jarige Bach zelf is dat hij deze week precies een jaar geleden begon als Thomascantor wat ook betekent dat hij zijn eerste jaargang cantates bijna rond heeft. Een paar weken eerder voerde hij zijn eerste Johannes-Passion uit. In februari was zijn vijfde kind geboren. Johann Gottfried. Het tweede kind van Anna Magdalena.
De eerste cantate van vanmiddag behandeld afscheidswoorden van Jezus die staan in Johannes 16. De gekozen woorden passen ook precies bij de naam van deze zondag: Rogate wat betekent: ‘bidt’. ‘Werkelijk, wat je de Vader ook vraagt in mijn naam – Hij zal het je geven’. Troostende, bemoedigende woorden met een belofte. Bedenk: drie jaar heeft Jezus intensief met zijn discipelen opgetrokken. En nu moet hij ze loslaten. Welke belangrijke dingen wil je dan nog meegeven? Bedenk het eens voor jezelf: welke dingen zou jij nog mee willen geven aan je geliefden als je voorgoed afscheid neemt?
Zoals zo vaak zingt de bas als de zogenaamde Vox Christi, de stem van Christus, de woorden van Jezus. Kalm en geruststellend. Omlijst door strijkers en hobo’s die dezelfde woorden instrumentaal lijken te verklanken.
Ontvang je altijd wat je vraagt? Zo is het natuurlijk niet. Maar de boodschap is denk ik dat je altijd op God kan terugvallen. Ook als het leven, als zelfs geloven pijnlijk is, zo zingt de alt in de eerste aria. En dat ‘stechen’ klinkt echt stekelig.
In het derde deel zingt de sopraan de melodie van een koraal. De woorden bevestigen dat je op God mag vertrouwen. Is de partij voor de sopraan redelijk eenvoudig te zingen, de hoboïsten moeten in deze aria vol aan de bak met talloze zestiende nootjes die op en neer vliegen. Beelden zij die engelenschaar uit die indien nodig te hulp zal schieten?
Ook het volgende recitatief en de aria behandelen het thema dat je op Gods belofte mag vertrouwen, al kan het zijn dat die hulp er niet is op het voor jouw verwachte moment. De tenor-aria is uiteindelijk één en al optimisme met strijkers die heerlijk om de woorden ‘Gott hilft gewiβ’ heen concerteren.
De strekking van de cantate wordt nog een keer samengevat in het afsluitende koraal. De kerkelijke gemeente kon dit destijds beamend meezingen. Op God mag je altijd vertrouwen. Wij mogen er bezinnend naar luisteren.
*
En toen was het maandag 15 mei. Nog maar drie dagen voor de volgende cantate op Hemelvaartsdag. En dan weer één voor de volgende zondag. En in het verschiet de cantates voor 1e, 2e en 3e Pinksterdag. Ja, het leven van een Thomascantor gaat niet altijd over rozen…
Ik had het eerder over de verschillende verhalen die je bij deze cantates kan vertellen. Maar het verhaal wat je zou verwachten in de komende cantate wordt juist gemist: de hemelvaart van Jezus. In het kort: Volgens het Bijbelboek Handelingen verscheen Jezus na zijn dood en opstanding veertig dagen aan zijn volgelingen. Op die veertigste dag sprak hij zijn laatste woorden tot zijn apostelen waarna hij ‘voor hun ogen werd omhoog geheven en opgenomen in een wolk zodat ze hem niet meer zagen’. In de cantate dus geen verslag van dit wonderlijke verhaal. Luister hiervoor naar Bachs ‘Himmelfahrt-Oratorium’ Lobet Gott in Seinen Reichen.
Ook de cantate Wer da gläubet und getauft wird opent met woorden van Jezus. Ditmaal uit het laatste hoofdstuk van Marcus. Het volgt op het zogenaamde zendingsbevel om de wereld in te gaan en het goede nieuws bekend te maken. Maar opnieuw klinkt een belofte. Als je gelooft en gedoopt bent, dan ben je gered bent zoals het in de nieuwe Bijbelvertaling staat. Andere vertalingen spreken over ‘zalig worden’ zoals het ook in het Duits klinkt. Wat niet gezongen wordt in de cantate is het vervolg: ‘maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld’. In deze cantate gaat het over de kern van de Lutherse theologie en die is: je kan alleen door het geloof gerechtvaardigd worden. Goede werken helpen daar niets bij. Laat staan het kopen van aflaten zoals in de tijd van Luther en Bach nog gebruikelijk was in de Rooms-Katholieke kerk.
Ditmaal worden de woorden van Jezus door het vierstemmige koor gezongen al neemt de bas na de instrumentale opening wel de eerste stem voor zijn rekening. In een soort canon volgen de andere stemmen één voor één. Bach componeert zo met instrumenten en stemmen een prachtig meerstemmig geheel. Het woord ‘Glaube’ klinkt vaak op lang aangehouden noten waarbij standvastigheid wordt uitgedrukt, terwijl ‘Taube’ juist vaak klinkt op een dalende reeks van korte nootjes. De doop gaat immers middels besprenkeling van waterdruppels.
Nu kun je natuurlijk de vraag stellen: wat moet je precies geloven? In het Bijbelgedeelte doelt Jezus op het geloof dat hij is opgestaan uit de dood. De cantate behandelt meer het algemene dogma: Jezus heeft geleden en is gestorven en droeg de straf die wij verdienden. Het staat kernachtig in de laatste woorden van het slotkoraal. Als je dat gelooft ben je gered. Zal je zalig worden. De doop is dan een bezegeling hiervan.
En als je niet geloofd. Ben je dan veroordeeld?
Ben je niet gelovig, dan zal je misschien je schouders ophalen bij dergelijke woorden. Maar ook gelovige christenen kunnen vaak moeilijk uit de voeten met een dergelijke tekst. Misschien Bach ook wel die het tweede deel van de tekst niet opnam in zijn openingskoor.
In de eerste twee aria’s staat Gods liefde voor de mensen centraal. De tenor wordt in de eerste aria bijgestaan door de eerste violist die een reconstructie speelt van de verloren vioolpartij. De volgende aria is net als in de vorige cantate een bewerking van een koraal. Het beeld van Christus als bruidegom en zijn gemeente als bruid komt hierin terug. Om die reden wordt het wellicht als duet uitgevoerd met natuurlijk mooie muzikale woordschilderingen. Als je de tekst meeleest vallen ze vanzelf op. De instrumentale omspeling van de cello en fagot geeft het geheel een optimistische vibe. En de sopraan krijgt weer een moeilijker rol dan in de vorige cantate!
In het aansluitende recitatief krijgen we toch een soort ‘Vox Christi’ van de bas. Goede werken zijn belangrijk. Maar denk niet dat je daarmee je ziel kan redden.
Het is maar goed ook. Want hoezeer we ook ons best kunnen doen iets goed te doen, geloof me, tegelijk kunnen we daarin ook gigantisch falen. Geloven is daarom genoeg. Geloven dat de weg die Jezus is voorgegaan een heilzame weg is. Dienstbaar zijn, naastenliefde, barmhartigheid tonen, verzoening brengen en gelijkwaardigheid nastreven. Zo geloven en leven, met vallen en opstaan, maakt dat Jezus blijft voortleven in deze wereld al is hij niet meer lijfelijk aanwezig.
Zo geloven maakt dat je vleugels krijgt zoals gezongen wordt in de laatste aria. Het bourrée-achtige ritme van het orkest accentueert een soort vliegbewegingen. In de eerste cantate vlogen de engelen. Nu zijn wij aan de beurt. Niet alleen om de hemel in te vliegen maar in de eerste plaats om bevlogen je leven te leven.
Barokensemble Zeist. o.l.v. Paulien Kostense
