Fietsen met een jonge Bach

Verslag van een ‘Bachfietstocht’ door Noord-Duitsland, juni 2014.

Bach was vijftien jaar. Dat betekende dat zijn broer niet meer verplicht was om hem te verzorgen. Via een leraar in Ohrdruf kwam Bach ertoe om naar Lüneburg te verhuizen. Hier zou hij zijn gymnasium af kunnen maken en in zijn levensonderhoud kunnen voorzien door te gaan zingen in het Mettenchor van de Sankt Michaeliskirche. Bach verbleef twee jaar in Lüneburg, en deze jaren waren ook voor zijn muzikale ontwikkeling zeer vormend. In Lüneburg ontfermde Georg Böhm zich over de jonge Bach. Böhm was een gerenommeerd organist en componist. Vanuit Lüneburg kwam Bach ook in contact met musici van het hof van Celle, een hof dat Frans georiënteerd was. Hier leerde Bach de Franse stijl kennen, de suite en de dansvormen. Bach maakte ook enkele keren een uitstapje naar Hamburg. Hier ontmoette hij de oude organist Johann Adam Reincken die in de traditie stond van de Amsterdamse organist Sweelinck.
Lüneburg, Celle, Hamburg en ook Lübeck, waar Bach een paar jaar later Buxtehude bezocht, zijn verbonden aan de jonge jaren van Bach. Steden in Noord-Duitsland die niet al te ver uit elkaar liggen en dus een mooi doel vormen voor een fietstocht met als thema: de jonge Bach.

Dag 1. Hannover – Celle

Het mooiste zou natuurlijk zijn om in Lüneburg te starten en dan volgens de chronologie Celle, Hamburg en ten slotte Lübeck te bezoeken. Helaas is dat voor een fietstour verre van praktisch, je zou zigzaggend grotere afstanden moeten afleggen. Mijn keuze valt dan ook op een treinreis naar Hannover om van daaruit een ronde te fietsen: Celle, Lüneburg, Lubeck, Hamburg en weer terug naar Hannover. Iedere dag een nieuwe bestemming.
Hannover dus als vertrekpunt. Händel was hier een periode officieel cantor en organist. In de praktijk verbleef hij echter hoofdzakelijk in Londen, waar hij uiteindelijk zijn definitieve werkplek vond. Snel dus maar uit Hannover gefietst, het kompas op noordoost.
Het duurt ruim dertig minuten voordat ik Hannover uit ben, maar dan fiets ik door een rustig agrarisch landschap, afgewisseld met enkele bossen. Er zijn nauwelijks hellingen. Met een windje in de rug heb ik de vijftig kilometer naar Celle snel overbrugd. Het eerste wat in het oog springt is het ‘Neue Rathaus’, opgetrokken uit rode baksteen. Van een afstand oogt het gebouw als een oud kasteel. Ik dacht dan ook in eerste instantie hier met het oude slot te maken te hebben. De oude binnenstad bestaat voor een groot deel uit vakwerkhuizen. Direct aan de rand van het centrum, net naast het plein van de oude kerk staat het oude barokke stadspaleis. Hier zetelde in Bachs tijd hertog en hertogin von Braunschweich. Hertogin Eleonore d´Olbreuse was een Franse Hugenote die van haar slot een ‘klein-Versailles’ maakte. Het hoforkest bestond uit veel Franse musici, onder andere Thomas de la Salle, een violist die ook dansmeester was. De la Salle gaf danslessen op de Ritterakademie in Lüneburg, de school voor de jongens van adel die verbonden was aan de Michaelisschule van Bach. Zodoende kwamen de twee met elkaar in contact en introduceerde hij Bach in de Franse muziek.
De Franse invloeden zijn in Celle nog altijd zichtbaar. Ten oosten van het barokke slot ligt de ´Französischer Garten´. Een tuin, door hertogin d´Olbreuse aangelegd, in de stijl van Versailles, al is de omvang vele malen kleiner.

Slot Celle

Slot Celle

Plattegrond Französischer Garten

Plattegrond Französischer Garten

Een paar kilometer ten noorden van Celle ligt de Silbersee. Op de gelijknamige camping zet ik mijn tentje op, en kijk ik ´s avonds naar de eerste WK-wedstrijd Nederland-Spanje. Nederland was in 2010 verliezend finalist tegen Spanje. Met drie medelanders en een aantal Duitse campinggasten zie ik hoe Nederland zich met een overtuigende 5-1 revancheert.

Dag 2. Celle – Lüneburg

Of Bach werkelijk in Celle is geweest is niet honderd procent zeker, en dus ook niet of hij globaal dezelfde rit heeft gemaakt die ik vandaag fiets. Het is een bosrijke omgeving. Ik vermijd de drukkere wegen en beland zo (dikwijls tegen mijn zin) op hobbelige karrensporen in het bos. Dit waren wel de type wegen uit de tijd van Bach. Honderden kilometer heeft hij gelopen op dit soort paden. Maar zou Bach met De la Salle op en neer zijn gereisd naar Celle, dan hebben ze dat zeker in een rijtuig gedaan. Het zou overigens ook kunnen dat Bach de Franse musici heeft ontmoet in het buitenverblijf van de hertog wat dichter bij Lüneburg lag.
De tocht naar Lüneburg is zo’n negentig kilometer. Urenlang kom ik niemand tegen, behalve twee mensen die diep in het bos cantharellen aan het plukken zijn. Het laatste gedeelte kies ik voor de meer begaanbare wegen. Het landschap is heuvelachtiger geworden en ik doorkruis eindeloze aardappelvelden. Even ten zuiden van Lüneburg regel ik op camping ‘Rote Schleusse’ een kampeerplaats. Het vriendelijk meisje aan de balie probeert me over te halen om een kano tocht te maken op het riviertje wat langs de camping stroomt. Helaas valt dit niet samen met mijn plan om eind van de middag het oude centrum van Lüneburg te bezoeken.
Direct naast het winkelcentrum met de karakteristieke rode bakstenen gevels ligt de ‘Altstadt’ met z’n smalle straatjes rond de Michaeliskirche. Daarachter staan nog de gebouwen van de Michaelisschule waar Bach naar het gymnasium ging. Ook is er nog een gebouw met de naam Ritterakademie. Dit was ooit het domein van de jonge edelen die hier hun onderwijs kregen, de Franse taal leerden en de daarbij passende gewoonten. Hier gaf Thomas de la Salle zijn danslessen. ‘Gewone’ studenten van de Michaelisschule hadden dikwijls een bijbaantje bij de studenten van de Ritterakademie. Ze deden hun boodschappen of poetsten hun schoenen. De Ritterakademie is nu een partycentrum, en juist als ik voorbij kom stapt een trouwgezelschap het gebouw uit. Zo krijg ik toch even een indruk hoe het gebouw in Bachs tijd fungeerde voor de deftig geklede jongens uit de aristocratie.

Michaelskirche en schule

Michaelskirche en schule

Huidige Ritterakademie

Huidige Ritterakademie

Het plein voor de Michaeliskirche is ‘Johann Sebastian Bachplatz’ genoemd. Ik vermoedde hier een standbeeld van Bach te zien, maar die blijkt er niet te zijn. Misschien elders in de stad?
In de Johanniskirche is om 18.00 uur een ‘Mottete’, een gebedsdienst met voornamelijk koorzang verzorgt door het Hugo Distlerchor. Mooie a-capella zang van Schein en Tallis en moderner werk van onder andere Distler. Tussendoor een orgelsonate van Reinberger. Helaas geen werk van Böhm , ten tijde van Bach hier de vaste organist en diens leermeester, en ook niet van Bach zelf. Je kan niet alles hebben.

Dag 3. Lüneburg – Lübeck

In de Marienkirche van Lübeck is het boekje nog te koop: ‘Pilgrimsfahrt von Johann Sebastian Bach’. In de zestiger jaren was dit geromantiseerde verhaal van Hans Franck een populair werkje. Bij tweedehands boekhandels kom je het nog geregeld tegen. Maar hier ligt het nog als nieuw gedrukte uitgave. Het beschrijft de geschiedenis van de negentien jarige Bach die vier weken verlof krijgt van de kerkenraad van de Neue Kirche van Arnstadt. Bach heeft namelijk de vurige wens om Dietrich Buxtehude te bezoeken, een grootheid in de Noord-Duitse orgelkunst. Maar dat betekende wel een voettocht van driehonderd kilometer heen en terug! Zou je dan aan vier weken wel genoeg hebben? Van Lüneburg naar Lübeck fiets ik de afstand in zes uur. Vanaf Buche ruim vijftig kilometer langs het kanaal Lübeck-Elbe. Nogal saai, vooral omdat de bomen langs het kanaal vooral in het eerste stuk het uitzicht op de omgeving ontnemen. Het schiet wel lekker op. In Bachs tijd waren er nog geen snelwegen of rechte kanalen. Hij zal de tocht gelopen hebben van dorp naar dorp, en de bossen hebben doorkruist over de karrensporen. De winkels zijn allemaal gesloten op zondag. Alleen een enkele bakker is open waardoor ik in staat ben halverwege een rustpauze in te lassen en me te goed kan doen aan een Milchcafé met een Pflaumeschnecke. Voor onderweg neem ik ook nog twee belegte Brötchen mee. Deze geneugten waren ook voor Bach niet weggelegd. Hij had er ook het geld niet voor. Het verhaal gaat dat hij eens – zonder geld – voor een herberg en zat toen er een paar vissenkoppen uit het raam voor zijn voeten werden gegooid. Bij nadere inspectie bleek dat er muntstukken in de koppen zaten zodat Bach werkelijk een lunch kon betalen! We mogen er van uitgaan dat Bach in de herbergen wel wat geld bij elkaar scharrelde door muziek te maken.
In een buitenwijk van Lübeck ligt camping Schönbocken. Van daaruit is het vier kilometer naar de binnenstad. Ik kom de stad binnen aan de zijde van de imposante stadspoort. Van hieruit wordt een fraai uitzicht over de stad geboden. De hoge kerken bepalen het stadsbeeld, niet in het minst de Marienkirche en de Dom, beide met hun twee torens. Natuurlijk bezoek ik eerst de Marienkirche. Op een grote steen aan de zijkant van de kerk zit een duiveltje in brons gegoten. Hij zit vast te balen dat hij niet naar binnen kan, want de kerk is van grote schoonheid. De roodbruine bakstenen muren zijn gelukkig niet witgepleisterd waardoor de kerk zijn eeuwenoude karakter vast heeft gehouden. Het orgel van Buxtehude is helaas niet bewaard gebleven. Wel zijn er enkele plekken waar aan hem herinnerd wordt, waaronder een plaquette op de plek waar hij is bijgezet. Een andere plaquette, achter in de kerk herinnerd aan het bezoek wat de jonge Bach heeft gebracht aan Buxtehude, en natuurlijk aan deze kerk: 1705 kamm Joh. Seb. Bach nach Lübeck um den berühmten Dietrich Buxtehude zu behorchnen’. De twee figuren op de plaquette zien wat duf uit…

Lübeck met links de Marienkirche

Lübeck met links de Marienkirche

Plaquette Buxtehude / Bach

Plaquette Buxtehude / Bach

Wat moet Bach hier een inspiratie hebben opgedaan. Buxtehudes prachtige koraalfantasieën, zijn Preludiums en fuga’s, en zijn ‘Abendmusiken’ in de adventstijd. Bach keerde niet na vier weken, maar pas na vier maanden terug in Arnstadt. Dat zegt wel wat over hoe hij het naar zijn zin heeft gehad. Het zou mooi zijn geweest als er in deze kerk een concert was geweest maar dat is niet het geval. Ik kies voor een avondconcert in de kleine Jürgenkapel net buiten de binnenstad. Een zeshoekig kerkje uit 1620 waar een klein gezelschap uit Hamburg kamermuziek uitvoert. Gelukkig deze keer wel een werk van Bach: de Triosonate uit het Musikalischer Opfer (BWV 1079).

Dag 4. Lübeck – Hamburg

Ik dacht snel in Hamburg te zijn, maar dat viel fiks tegen. Eerst verkeerd gereden (nooit een industriegebied in fietsen als er geen bewegwijzering is), een paar keer geschuild vanwege de regen en tenslotte Hamburg zelf. Wat een allemachtig grote stad is dit. Het oude centrum ligt in het zuiden aan de Elbe,maar voordat je daar op de fiets bent is het vanaf de rand van de stad nog ruim een uur fietsen. Ik zoek een hotelletje omdat kamperen hier niet lukt.
Uiteindelijk is het bijna vijf uur als ik de oude stad kan bezoeken, en dan vooral natuurlijk de Katharinenkirche die Bach meerdere malen heeft bezocht. De kerken in Lüneburg en Lübeck waren tot zes uur open; ik heb dus nog even de tijd. Ik kom langs de imposante Sint Michaelskirche die hoog boven de wijk St.Pauli torent. Ik twijfel, maar kan het toch niet laten deze katholieke kerk even van binnen te bewonderen. Wat een weelde. Schitterende ronde vormen, een preekgestoelte helemaal uit marmer en drie joekels van orgels: de grootste, hangend achterin, een tweede op het rechter balkon, en een derde daartegenover op nog een hoger gelegen balkon. Hoe zou het klinken als deze drie orgels tegelijk bespeelt worden tijdens een concert?
Dan gauw door naar de Katharinenkirche. Als ik daar aan kom blijkt de kerk al gesloten. Wat een teleurstelling; feitelijk was deze kerk mijn voornaamste doel om de stad te bezoeken. Een eindje verderop zie ik een andere ingang, die van het kerkelijk bureau. Deze deur blijkt nog open. Ik loop een gang in en tref in een kamertje een aantal mensen. Ik leg hen uit waarom is zo teleurgesteld ben dat de kerk al gesloten is en vraag hen vriendelijk of ik toch nog niet eventjes naar binnen mag. Dit blijkt geen probleem. Sterker nog, van een vrijwilliger krijg ik een privérondleiding.
De kerk, net zoals veel andere gebouwen in het centrum, heeft veel te leiden gehad van de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. Ook het Arp-Schnitzer orgel werd tijdens de bombardementen in juni 1943 grotendeels verwoest. Het orgel gold reeds in de 16e eeuw als het belangrijkste instrument van Hamburg. Beroemde organisten als Heinrich Scheidemann en Johann Adam Reincken speelden op het instrument. Bach bezocht de kerk, en dus ook Reincken in 1700 als vijftien, zestien jarige vanuit Lüneburg, en later nog weer in 1722 toen hij Hamburg aandeed omdat hij een organistenfunctie opteerde in de Jacobikirche. In de Katharinenkirche speelde hij in het bijzijn van de oude Reincken een koraalfantasie. Reincken zou daarna de woorden hebben uitgesproken: ‘ik dacht dat deze kunstvorm dood was , maar zie dat hij in jouw verder leeft’.
Er zijn nog 520 pijpen uit 20 registers bewaard gebleven. De Nederlandse orgelbouwer Flentrop heeft onlangs een geheel nieuw orgel gebouwd naar het voorbeeld van het oude orgel. De oude pijpen zijn hier weer voor gebruikt. De nieuwe pijpen zijn afkomstig van de orgelpijpenfabriek Jacq. Stinkens uit Zeist! Het was aardig dat ik dit de vriendelijke vrijwilligster kon vertellen.

Katharinenkirche

Katharinenkirche

Het nieuwe Flentrop orgel

Het nieuwe Flentrop orgel

Op een plein in de binnenstad bekijk ik ’s avonds op een groot scherm, samen met honderden Duitsers, de wedstrijd Duitsland – Portugal (3-1). Voor het eerst juich ik als Duitsland een doelpunt maakt. In 1988 was het ook in Hamburg dat tijdens de EK Nederland Duitsland versloeg in de halve finale.

Dag 5 en 6. Hamburg – Bergen Belsen – Winsen – Hannover

Mijn fietstocht ‘De jonge Bach’ zit er op. In twee etappes wil ik terugfietsen naar Hannover. Bij het bestuderen van de route ontdek ik dat ik niet ver hoef om te rijden om het kamp Bergen-Belsen te bezoeken, het krijgsgevangenen- en concentratiekamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog 70.000 mensen zijn omgekomen, waaronder Anne Frank. Een zeer indrukwekkend bezoek.
Een paar kilometer verderop kampeer in Winsen aan de Aller. Van daaruit is het de volgende dag nog ruim veertig kilometer naar Hannover waar ik weer op de trein stap naar huis.