‘Mit Verlangen’, een homo-erotische aria van Bach

hyacinth-by-Nicolas-Rene-Jollain

Zijn lier liet hij links liggen.
Apollo, de god van de muziek, van het boogschieten, van de geneeskunde, van het licht.
Zijn pijl en boog liet hij schieten.
Ál zijn goddelijke aspiraties liet hij varen. Zolang hij maar bij Hyacinthus kon zijn. De jonge, mooie Spartaan. Nog nooit had hij iemand zo lief.
Tijdens wandelingen over heuvels en door dalen droeg hij zelfs zijn spullen en hoe langer ze samen waren hoe groter zijn hartstocht werd.
En als jongens samen zijn willen ze spelen.
‘Wie van ons twee kan een discus het hoogst in de lucht werpen?’.
Iedere dag deden ze het tijdens het middaguur.
En de mannensport werd naakt beoefend. Ze ontdeden zich van hun kleding en smeerden zich in met vette olijfolie zodat hun lichamen glommen in de  zon.
Met een kunstige zwier wierp Apollo als eerste met volle kracht de discus de lucht in. Hij leek maar te blijven stijgen. Hij doorkliefde zelfs de wolken!
Uiteindelijk daalde de discus weer terug naar de aarde. Hyacinthus kon bijna niet wachten. Nu was het zijn beurt! Geestdriftig rende hij naar de plek waar de discus neer zou komen. Daar trof hem echter het noodlot. De discus, op de grond geland, stuiterde met dezelfde vaart terug omhoog, recht in zijn gezicht, een gapende wond achterlatend.
Apollo was meteen ter plekke. Net als Hyacinthus trok hij wit weg. Hij nam zijn gehavende lichaam in zijn schoot. Hij hield hem warm, depte zijn wond, probeerde met kruiden Hyacinthus’ wegvluchtende geest tegen te houden. Het mocht niet baten. Al was hij de god van de geneeskunde, hij kon niet voorkomen dat Hyacinthus’ hoofd boog, zoals viooltjes of zelfs sterke lelies in de tuin hun kopjes laten bengelen als het takje geknakt is.

Apollo is ten einde raad. ‘Hyacinthus, je sterft!’ schreeuwt hij uit. ‘En ik ben de oorzaak van jou dood. Maar waar ligt mijn schuld? Kan het discusspel schuldig zijn? Of dat we elkaars minnaars waren?’.
Het liefst was Apollo samen met Hyacinthus gestorven. Maar zijnde een onsterfelijke god was dat niet mogelijk. Daarom belooft Apollo: ‘ik zal je nooit vergeten, je naam zal altijd op mijn lippen zijn, ik zal je bezingen met mijn lier. Je zal een bloem worden die ieder jaar weer verschijnt en mijn verdriet zal in de blaadjes van de bloem geschreven staan’.
Apollo had deze woorden nog niet uitgesproken of het bloed van Hyacinthus wat op de grond lag verdween in de aarde en op diezelfde plek kwam een glanzende purperkleurige bloem omhoog. In de bladeren schreef Apollo de woorden die uiting gaven aan zijn verdriet: Ai Ai.
Zo werd Hyacinthus nooit vergeten. Door de bloem die ieder voorjaar kleurrijk bloeit. Kort helaas, net als het leven van Hyacinthus.

*

Dat lied, wat Apollo zong voor Hyacinthus, hoe zou daarvan de tekst zijn geweest? Hoe zou de muziek er van geklonken hebben? En de melodie? Niemand minder dan Johann Sebastian Bach en zijn tekstdichter Picander hebben een poging gewaagd Apollo zijn lied te laten zingen. Het lied is als aria opgenomen in de cantate Geschwinde ihr wirbelnde Winde (BWV 201), ook bekent als de ‘dramma per musica’ Der Streit zwischen Phoebus und Pan. Phoebus (de stralende) is de tweede of andere naam van Apollo. Deze wereldlijke cantate behandelt een andere Griekse mythe, namelijk de muzikale strijd tussen Phoebus en Pan. De sater Pan (met zijn fluit) daagt de god Phoebus Apollo met zijn lier uit. Wie zal de mooiste muziek maken? In deze strijd zingt Pan ‘Zu Tanze, zu Sprunge so wackelt das Herz’ een nogal platvloers lied, terwijl  Phoebus het lied ‘Mit Verlangen’ ten gehore brengt. Hij wint hiermee glansrijk:

Mit Verlangen
drück ich deine zarten Wangen
holder, schöner Hyazinth.
Und dein’ Augen küß ich gerne,
weil sie meine Morgensterne
Und der Seele Sonne sind.

Dat Bach ervoor gekozen heeft om Phoebus over Hyacinthus te laten zingen mag als zeer opmerkelijk gezien worden want hoe je het ook wendt of keert, het gaat in deze mythe over een homo-erotische relatie[1]. In toelichtingen op deze aria in de Bach literatuur krijgt dit aspect echter niet op nauwelijks de aandacht. Dan gaat het alleen over de compositie en de instrumentatie. Op zichzelf is dit zwijgen ook weer bijzonder want de aria is misschien wel het eerste expliciet homo-erotische lied uit de westerse klassieke muziekgeschiedenis. En dat nog wel van Johann Sebastian Bach!
Een nog jonge Mozart schreef later ook een mini-opera over Apollo en Hyacinthus, maar zijn tekstdichter paste de tekst behoorlijk aan. Er werd een vrouwspersoon genaamd Melia (een nimf) aan het verhaal toegevoegd en daar werd Apollo verliefd op in plaats van op Hyacinthus.
Bachs tekstschrijver Picander (1700 – 1764) heeft zich wel aan het oorspronkelijke verhaal gehouden.
Het verhaal van Apollo en Hyacinthus zal zeker ook bekend geweest zijn bij Bach. Nota bene, vijf jaar voor het verschijnen van de cantate, in 1724, werd in Leipzig de ‘Gründliches Lexicon Mythologicum’ uitgegeven. Een soort encyclopedie met een beschrijving van alle mythologische figuren. Auteur Benjamin Hederich schrijft daarin over Hyacinthus dat hij een uitzonderlijk knappe jongen was die bij Apollo (en ook andere goden) liefde opwekte die ‘tegennatuurlijk’ was.
Homoseksualiteit was zeker in Bachs tijd nog een relatievorm die zich buiten het openbare leven afspeelde. Bovendien werd het door de kerk veroordeeld. In de Griekse oudheid werd homoseksualiteit ook afgewezen, behalve  in één vorm: die tussen een volwassen man en een adolescent, dus met een leeftijd van zestien tot achttien jaar en dit is precies het beeld van wat over Apollo en Hyacinthus geschetst wordt.

Bach is akkoord gegaan met de tekst van Picander. Zijn idee om Apollo over Hyacinthus te laten zingen paste natuurlijk in de geschiedenis van Apollo en deed de Griekse mythologie dus geen geweld aan. Maar evenzo goed had Picander een tekst voor Apollo kunnen maken over zijn niet beantwoorde liefdes aan vrouwelijke godinnen als Daphne en Cassandra. En wat betreft het onderwerp van de cantate zou het misschien nog sterker geweest zijn om een tekst te schrijven over muziek. Over schone zang en zacht getokkel op lier. Dat zou dan ook een mooie tegenhanger van Pans lied geweest zijn. Die zong over dansen en springen ‘op’ muziek. Daar is de muziek dan eigenlijk ondergeschikt. Apollo kon dan zingen over waar echte muziek om gaat.
Maar Picander koos een ander onderwerp. Misschien omdat dat onderwerp hem wel aan het hart ging. Er is namelijk wel eens gesuggereerd dat Picander zelf homoseksueel was. Dit is dan afgeleid vanuit het feit dat hij pas op zesendertig jarige leeftijd trouwde, wat in die tijd voor een eerste huwelijk al vrij oud was en hij bij zowel zijn eerste vrouw (die jong overleed) en bij zijn tweede vrouw geen kinderen kreeg. Dat Picander een zekere mate van obsessie ten aanzien van seksualiteit had, is wel een feit. In 1721, tijdens zijn studententijd, gaf hij zijn eerste werk uit en dat waren erotisch getinte gedichten en toneelstukken.
Lettend op de tekst van de aria kun je je nog afvragen wanneer deze in de tijd van de mythe gesitueerd is: voor het ongeluk, tijdens Hyacinthus sterven of na zijn dood. Wat mij betreft komt de eerste mogelijkheid nog het meest in aanmerking. Er is geen sprake van dramatiek. Dit betekent dat de aria dus gewoon een liefdeslied is van man naar man.
Uiteindelijk kennen we niet de gedachte of de reden van de keuze voor de inhoud van het lied van Phoebus Apollo. Ook weten we niet hoe het ontvangen is. Het zal in elk geval geen rel hebben veroorzaakt want Bach heeft de cantate na 1729 nog minstens twee maal uitgevoerd. De Leipzigers zullen gedacht hebben ‘rare jongens, die Grieken’ en: ‘zó zijn wij toch niet’.
Al zullen enkele luisteraars misschien heimelijk andere gedachten hebben gehad…

*

De aria ‘Mit Verlangen’ is het vijfde deel van de cantate. En het is één van Bachs mooiste basaria’s qua schoonheid en sfeer vergelijkbaar met het veel bekendere ‘Ich habe genug’ uit de gelijknamige cantate (BWV 82).
De toonsoort is h-moll, de toonsoort waar Bach zijn mooiste muziek in heeft geschreven. De instrumentatie is breed: naast het continu spelen een viool 1, viool 2, altviool (allen ‘con sordino’, gedempt’) , traverso (fluit) en hobo d’amore (!). Gezamenlijk leiden deze instrumenten in een kalm en liefelijk samenspel de zangpartij in. Steeds neemt een ander instrument een versierinkje op zich, en zo gaat het de hele aria door. Heel anders dus dan in ‘Ich habe genug’ waar voortdurend de hobo concerteert.

Het is een aanrader om ‘Mit Verlangen’ via Youtube met een doorlopende partituur te beluisteren en te bekijken. Dan wordt nog beter zicht- en hoorbaar hoe Bach subtiel alle instrumenten laat samenwerken. Soms unisono dan weer aanvullend op elkaar of als echo en hoe ze uiteindelijk de stem van de bas de hele aria door omringen met warme klanken en eigen lijnen en soms muzikaal uitdrukken wat er letterlijk gezongen wordt. Zo wordt het ‘zacht tegen zich aandrukken’ uitgebeeld door achtereenvolgens de fluit, de hobo en de twee violen na elkaar steeds korte en dalende motiefjes te laten spelen die steeds lager klinken. Alsof de ander steeds dichter bij je komt (voorbeeld 1).
Prachtige woordschilderingen voor de bas krijgen natuurlijk de woorden Verlangen en in het tweede deel (op het laatst) Seelen Sonne in een lange notenrij van wel zeventien maten (voorbeeld 2). Als een warme gloed op je gezicht.
De aria eindigt met een herhaling (da capo) van het eerste deel.

Ik vraag me af: is het verlangen naar een liefdevol (homoseksueel) samenzijn ooit mooier bezongen?
Diepe bewondering voor Bach.

 

Voorbeeld 1
mit1

Voorbeeld 2
mit2

Schilderij: Hyacinthus veranderd in een bloem. Nicolas Rene Jolein, 1769

Het inleidende verhaal is een eigen waarheidsgetrouwe bewerking van de orginele tekst van Ovidius.

 

 

[1] De mythe van Appolo en Hyacinthus is ook nog in een iets andere versie overgeleverd. Hierin speelt Zephyrus (de god van de westenwind) ook een rol. Hij is ook verliefd op Hyacinthus. Omdat deze laatste voor Apollo kiest dood Zephyrus Hyacinthus uit jaloersheid. Als de discus daalt blaast hij deze uit de koers en velt hij  Hyacinthus.