Mei 2016 verscheen bij uitgeverij Aspekt: ‘Johann Sebastian Bach en de Italiaanse barok’ Alla maniera Italiana.
Het concerto, de triosonate, de cantate met zijn aria´s en recitatieven. Al deze genre´s waarin Bach zijn meesterschap heeft getoond, zijn ontwikkeld in Italië. Als autodidact bestudeerde Bach werken van Italiaanse meesters, hij bewerkte ze, en hij voerde ze uit. Italiaanse invloeden, dikwijls afkomstig uit de in opkomst zijnde opera, brachten frisheid en virtuositeit in zijn muziek, maar ook dramatiek, zoals in de Matthäus Passion. In Alla maniera Italiana wordt Bach tegen deze achtergronden belicht, en dan ook vanuit verschillende rollen, zoals die van vader, broer, leraar, vriend, componist en uitvoerend musicus.
Net als in Dansen met Bach schetst Wim Faas in een mix van historische feiten en literaire fictie een levendig beeld van de grootste componist aller tijden. Voor hen die nog niet zo bekend zijn met Bach levert Alla maniera Italiana een originele kennismaking op, Bach-kenners daarentegen zullen verrassende nieuwe gezichtspunten ontdekken.
Alla maniera Italiana wordt gecomplementeerd met een unieke serie korte portretten van Italiaanse componisten wiens composities Bach heeft bewerkt en veelal ook daadwerkelijk heeft uitgevoerd.
Met een voorwoord van Ton Koopman:
Voorwoord
Vergeleken met veel van zijn tijdgenoten heeft Johann
Sebastian Bach niet veel gereisd. In de achttiende eeuw
raakte het voor jonge mensen uit rijke families in de mode om
een grote reis te maken door Europa. Deze ‘Grand Tour’, door
Frankrijk en Italië bijvoorbeeld, werd al snel beschouwd als een
essentieel onderdeel van de opvoeding. De welgestelde jonge rei
zigers bekeken allerlei bezienswaardigheden (er waren ook toen
al talloze reisgidsen!), en maakten kennis met eten, gebruiken,
mode, kunst en cultuur die – toen veel meer dan nu – in andere
streken heel anders waren dan thuis.
Zo ging ook Johann Friedrich von Uffenbach uit Frankfurt
op reis, en hield een dagboek bij waarin hij zijn indrukken vast
legde. Hij reisde tussen 1712 en 1716 door Frankrijk en Italië,
en zijn belangstelling ging daarbij vooral uit naar muziek. In zijn
dagboek (‘Die musikalischen Reisen des Herrn von Uffenbach’)
lezen we dat hij, na eerst kennis te hebben gemaakt met de lief
lijke Franse muziek, werkelijk gechoqueerd was door de Itali
aanse! Hij hoorde Antonio Vivaldi zelf spelen in Venetië, en
vond dat aanvankelijk krasserig, te snel en met teveel bravoure
gespeeld (hoewel technisch indrukwekkend).
Een veel gehoord bezwaar van de Fransen tegen de Italiaanse
muziek was dan ook: ‘het is een aanval op het oor!’. Vast en zeker
was ook de zeer hoge stemming in Italië daar debet aan, die was
een halve toon hoger dan onze huidige piano-a.
Het is overigens goed te bedenken dat het land Italië in de
achttiende eeuw nog niet bestond. Italië was nog een aaneen
schakeling van stadstaatjes die ieder hun eigen manieren had
den, ook in de muziek: alla Romana, alla Napolitana, alla Lom
barda, etc.
Johann Sebastian Bach leerde muziek uit Italië kennen door de
Nederlandse uitgaven ervan (in Amsterdam was alles te koop).
Zo kwam hij stellig via de vioolconcerten van Vivaldi op het
idee om klavecimbelconcerten te componeren. Hij kende na
tuurlijk ook muziek van zijn Franse tijdgenoten en gebruikte
ook elementen van die stijl: denk aan de verschillende Franse
ouvertures in cantates en de orkestsuites. Toch is de Italiaanse
smaak, meer nog dan de Franse, alom aanwezig in Bachs wer
ken. Een goed idee dus van Wim Faas om zich speciaal met dat
aspect bezig te houden. Laten we ervan genieten!
Ton Koopman
Recensies:
https://www.opusklassiek.nl/boeken/faas_bach2.htm
Foto’s van de boekpresentatie op 7 mei in de Noorderlichtkerk te Zeist, m.m.v. Tineke Steenbrink (orgel, klavecimbel) en Judith Steenbrink (viool).


Tineke Steenbrink en Judith Steenbrink

Eerste exemplaar voor ‘Vivaldi’








