Chagrijn op Bachs 54ste verjaardag

21 maart 1739. Bachs verjaardag viel dat jaar op zaterdag. Vanwege de lijdenstijd hoefde hij zondag geen cantate uit te voeren. Maar Goede Vrijdag viel vroeg dat jaar. Op 27 maart stond de Johannes Passion gepland. Je zou dus kunnen bedenken: toch werk aan de winkel. Het zou de vierde keer zijn dat hij de Johannes Passion zou uitvoeren. Dit keer in de Nicolaikirche. Maar het liep allemaal anders.
Net zoals Bach in 1736 gedaan had met de Matthäus Passion was hij begonnen de Johannes Passion opnieuw in net handschrift te noteren. Het zou zijn definitieve versie worden. De versie voor het nageslacht. Helaas is deze versie er nooit gekomen. Niet compleet althans. Midden in recitatief 10 komt er abrupt een einde aan Bachs notatie.
Wat is het verhaal hierachter? Misschien dit:
Op 17 maart, kreeg Bach bezoek van een stadsklerk. In opdracht van het gemeentebestuur kwam hij Bach meedelen dat de muziek die hij zou gaan uitvoeren op Goede Vrijdag niet door mocht gaan. Hoe dit gesprek is gegaan valt enigszins op te maken uit het bewaarde document wat de klerk heeft ingediend:
‘Naar aanleiding van een Nobel en Zeer Wijs Raadsbesluit ben ik naar Mr. Bach gegaan en heb hem erop gewezen dat de muziek die hij komende Goede Vrijdag wil uitvoeren moet worden geschrapt totdat er officiële toestemming voor is verleend. Waarop hij antwoordde dat het altijd zo werd gedaan, maar dat het hem niet kon schelen omdat het hem toch niks opleverde en dat het dus alleen maar extra werk opleverde; hij zou de superintendent van het verbod op de hoogte stellen en liet nog weten dat als er bezwaar bestond tegen de tekst, dat deze al vaker was uitgevoerd’.
In datgene wat de klerk schrijft over Bachs reactie proef je Bachs ergernis en frustratie. Het is slechts gissen wat voor de Stadsraad de reden is geweest om de Johannes Passion te schrappen. Het lijkt weer op een ouderwets machtspelletje. Bach had toestemming moeten vragen. Hij zal dat sowieso onzin hebben gevonden. De Johannes Passion was toch al drie maal eerder uitgevoerd? Maar ja, de Stadsraad van Leipzig wisselde regelmatig van samenstelling en misschien zaten er nu net één of twee figuren die niet van Bach of zijn muziek hielden. En die konden nu op formele gronden Bach dwarsbomen.
In Bachs reactie lees je ook zijn diepere frustratie over hoe alles in Leipzig geregeld. ‘Het levert hem toch niks op’: je werkt voor de Passiemuziek dubbel zo hard, maar je krijgt er niks extra’s voor uitbetaald.
Of hij nog voor andere Passiemuziek heeft gezorgd op Goede Vrijdag is niet bekend.
Pas in 1749 heeft hij de Johannes Passion nog een keer uitgevoerd. Maar net als van de eerdere uitvoeringen in 1724, 1725 en 1730 hebben we hier geen complete, zelfgenoteerde partituur van.
Als de Stadsraad van Leipzig in 1739 niet zo moeilijk had gedaan hadden we vast en zeker een prachtige autograaf van de Johannes Passion van Bach zelf gehad, want net als die van de Matthäus Passion van 1736 zou hij daar heel zuinig op zijn geweest.
Chagrijnig kan je daar van worden, van die flauwe politieke machtspelletjes.
Vier dagen later was Bach jarig en werd hij vierenvijftig.
Het zou me niks verbazen dat hij toen nog steeds chagrijnig was.