5 mei – 2 juni 2024
Dag 1: Roermond – Düren, 75 kilometer
Vijftien jaar na mijn fietstocht naar Rome (toen vijftig jaar oud) ben ik opnieuw op de fiets gestapt voor een langere solo-fietstocht. Wederom met de routeboekjes van Hans Reitsma. De route door Duitsland is anders (na Heidelberg) en in Italië ga ik de oostelijke route volgen. Genoeg afwisseling dus vergeleken met de vorige keer. Einddoel is dit keer Assisi. Over vier weken hoop ik gezond en wel met de Cycletour bus vanuit Tuoro del Trasimeno terug naar Nederland te rijden.
De etappes door Nederland hou ik dit keer voor gezien. Met de trein reis ik naar Roermond waar ik de route van Reitsma oppak. Tot Eindhoven zijn er veel PSV-supporters die het landskampioenschap vanmiddag gaan vieren. Vanwege de regenval de afgelopen dagen kies ik voor de zogenaamde ‘asfaltroute’ en vermijdt ik de waarschijnlijk modderige route langs de rivier de Rur waarvan het fietspad onverhard is. Minder mooi, maar wel zo prettig. Het is zondagmiddag en het is zeer rustig in de dorpjes en op het platteland. Zo nu en dan moest ik afremmen voor wandelende gezinnen met kleine kinderen maar dat deed ik graag. Het fietsen deed ik rustig aan. De conditie is goed, maar de marathon van Hamburg, een week geleden gelopen, zit nog in m’n benen merkte ik. Sowieso heb ik vanwege de training voor de marathon weinig gefietst, laat staan getraind, voor deze lange fietstocht. De ‘fietsconditie’ gaat vanzelf wel komen.
Maar het was een mooie dag. Het werd steeds zonniger en op de camping Echtzer Badesee, even buiten Düren, hadden ze een goed glas bier waar een grote hamburger met ‘Pommes’ bij werd geserveerd. Hier ontmoette ik ook de eerste twee Rome-gangers. Twee dames met elektrische fietsen en elk een tent.
Dag 2: Düren – Remagen, 106 kilometer
Vandaag van Düren naar Re(ma)gen. Het was een dag dat de regen lang duurde. Tot Zülpich was het lichte motregen (waar je ook behoorlijk nat van wordt) maar vanaf daar tot aan Remagen regende het onophoudelijk flink. Deze etappe is op zichzelf al niet zo spectaculair, door de regen viel hij helemaal in het water. Je scant de omgeving, maar een prettige beleving erbij ontbreekt. Opvallend waren de vele akkers met nieuw ingeplante asperges. De tweede lichting dit jaar naar ik meen. Het gele koolzaad bloeide daarentegen volop op de vele andere akkers. In Euskirchen een kamertje in Remagen geboekt vanuit het boekje van Reitsma. De kamer bleek over een keukenblokje te beschikken dus na een warme douche en droge kleren nog boodschappen gedaan (het was inmiddels droog!) om een eigen potje te koken.
De verrassing vandaag was in het Kottenforst, het grote woud onder Bonn. Elf jaar geleden fietste ik daar in tegenovergestelde richting met Cisca doorheen na een ronde Eifel – Moezel – Rijn. Op een open plek in he bos waren we getuige van het ophalen van houten altaarstukken voor een kerk in Bonn. Een kunstenaar had ze daar ter plekke gemaakt van de stam van een omgevallen historische eik. Een deel van de eik is blijven liggen als ‘Denkmall Die dicke Eiche’. Over deze gebeurtenis heb ik een verhaal geschreven ( Der dicke Eiche | Wim Faas ). Een paar jaar geleden toen ik nog eens door het Kottenforst fietste kon ik dat Denkmall op de open plek niet vinden. Ondanks de regen viel mijn oog er nu wel op; een stukje verderop, twintig meter links van het fietspad. Natuurlijk een selfie gemaakt!
Dag 3: Remagen – St. Goar, 84 kilometer.
De route langs de Rijn van Remagen naar St. Goar heb ik meerdere malen in verschillende richtingen gefietst. Fietsen langs de Rijn blijft mooi. Al zijn de fietspaden hier en daar niet al te best. Het was vandaag bewolkt. De regendampen hingen nog tegen de hellingen wat het aanzicht van het Rijndal wat mysterieus maakte. De zon deed zijn uiterste best om er doorheen te komen maar toen ik Koblenz uitreed gooide hij de handdoek in de ring toen het weer begon te regenen. Voor Koblenz moest ik even van de route afwijken om in Muhlheim Campingcenter Berger te bezoeken. In Düren bleek mijn opblaaskussentje lek.
Bij de imposante Marksburg kon ik stoppen om mijn regenkleding weer uit te doen en ook deze keer weer een foto te maken van het indrukwekkende kasteel aan de overkant van de Rijn. Vanaf Boppard gaat het fietspad in ruime bochten langs de rivier en gaat het fietsen bijna vanzelf. Vanwege de nattigheid die bleef dreigen toch maar gekozen voor een overnachting in de Jeugdherberg waar dit keer wel heel veel jeugd verbleef. Op mijn kamer was het rustig. Ik had nog energie over voor een klim naar de burcht zo’n beetje recht boven de jeugdherberg. Op het menu van de jeugdherberg stond pasta. Dat kon ik goed gebruiken!
Dag 4: St. Goar – Leeheim, 98 kilometer.
Vandaag scheen de zon weer! Dus het onderste deel van de broek afgeritst. Eerst langs de legendarische Lorelei en dan verder langs de Rijn tot Bingen. Het water staat erg hoog op het moment en dat geeft weidse blikken. Onderweg zag ik denk ik net zoveel cruiseschepen als fietsers!
Ieder stadje heeft z’n eigen burcht of bijzondere toren. In Bingen de St. Martinus basiliek bezocht. Veel oude kunst is er te zien maar een beeld van Hildegard kon ik niet ontwaren.
Het tweede deel van de etappe gaat door glooiend landschap waarin vooral akkerbouw plaatsvindt. Hier en daar een steilere heuvel die wat inspanning vergde. Een goede training voor als het straks echt menens wordt denk ik. Bij Nierstein steek ik de Rijn over en fiets ik nog een paar kilometer door naar de camping aan de Riedsee bij Leeheim. Op een mooi trekkersveld aan het meer zet ik mijn tentje weer op. Ik ontmoet een Zwitser die vanuit Zwitserland de Rijn afdaalt. De camping wordt overigens niet genoemd in het boekje van Reitsma.
Dag 5: Leeheim – Schlierbach (bij Heidelberg), 93 kilometer.
Heerlijk ontspannen gefietst vandaag. Een grotendeels vlakke etappe. Vanwege de vrije Hemelvaartsdag waren er veel mensen op de weg. Wandelende of fietsende gezinnen. In de dorpjes worden voorbereidingen getroffen voor een feest later op de dag. Uitgezonderd een paar stukken bos gaat de route door akkerbouwland. De mais staat nog laag, het koren al hoger. Aardbeien worden al geplukt. De nog lege kisten staan naast de bedden. Maar vandaag wordt er niet geplukt en ik ben niet zo vrij om er een paar te proeven met zoveel Duitsers op het fietspad.
Langzamerhand komen de heuvels langs het Neckardal in het zicht. Het laatste deel van de etappe voert langs deze rivier. Bij Heidelberg liggen er brede grasstroken langs het water. Honderden mensen brengen daar hun dag door want het is prachtig zonnig weer. Er klinkt muziek, er wordt bier gedronken en ijs geschept. Op de Alte Brücke is het een drukte van jewelste. Jonge mediterrane en Japanse meisjes laten zich fotograferen door hun geliefde. Ik moet nog een paar kilometer verder naar de camping, maar ik ga vanavond zeker nog even weer terug naar de stad!
Dag 6: Schlierbach – Oedheim (bij Bad Wimpfen), 89 kilometer.
Vandaag ging de route verder langs de Neckar. Het is een rustige rivier met weinig scheepvaart. Ook vandaag mooi weer met veel fietsers op de fietspaden vanwege het vrije weekend. De meeste Duitsers fietsen elektrisch. Ook de ATB’s zijn meestal elektrisch. Regelmatig worden schilderachtige dorpjes gepasseerd met vakwerkhuizen. Hoger op de heuvels pronken burchten of ruïnes daarvan. De Neckar is een belangrijke naamgever geweest voor de stadjes. Ik noem ze: Neckargemünd, Neckar-Steinbach, Neckarhausen, Neckarhausenhof, Neckarwimmersbach, Neckargerach, Neckarelz, Neckarzimmern, Neckarmühlbach, Neckarsulm. Tien stuks!
Het stadje Bad Wimpfen ga ik natuurlijk even bezoeken. Zo’n mooie naam. Op een terras drink ik een koude alcoholvrije bier en ben ik getuige van een foto-shoot van een bruidspaar. Ik overnacht op de camping van Oedheim. Het trekkersveld is erg vol en ik krijg op mijn verzoek een mooi plekje bij het water toegewezen op een ruim veld waar ook caravans staan. Van mijn Duitse buurman krijg ik spontaan een stoel en een aangesloten stekkerdoos te leen. Van de kwakende kikkers ga ik denk ik vannacht het meeste last krijgen!
Dag 7: Oedheim – Ellwangen, 119 kilometer.
Vandaag een dubbele etappe gefietst. Dat kon best. De route volgde steeds kleine riviertjes maar dat betekende niet dat het een vlakke rit was. Verschillende vervelende hellinkjes moesten overwonnen worden. Ik ben daarbij erg tevreden met mijn nieuwe Santos met Rohlofnaaf. Het schakelen gaat altijd goed. Met een derailleur met zeven achter- en drie voorbladen ging het schakelen in het verleden regelmatig mis omdat ik me bijvoorbeeld vergiste met links en rechts schakelen en ik op een steile helling zowat stil kwam te staan. Maar dat is nu verleden tijd.
Het landschap wordt vooral bepaald door graslanden waar de boeren gemaaid hebben en het gras ligt te drogen. Het zal maandag binnengehaald worden. Het riviertje de Kocher gaat nog door een diep dal waar tegen de westelijke heuvel wijngaarden zijn geplant. Daarna volgen de de rivieren Brühl en de Jagt die door het heuvelachtige boslandschap kronkelen. De fietspaden kunnen de riviertjes niet altijd volgen waardoor je verschillende keren uit het dal moet klimmen. Als de route een oud spoorweg tracé volgt is de route even lekker vlak.
De camping in Ellwangen is dit jaar gesloten vanwege een grote renovatie. Speciaal voor Reitsma-fietsers is een strook vrij gelaten met basic-faciliteiten. Ik ontmoet een echtpaar dat onderweg is naar Rome maar ik sluit me aan bij een groep Duitsers die hier normaal hun caravan hebben staan en vanavond gaan barbecueën.
Dag 8: Ellwangen – Dillingen an der Donau, 80 kilometer.
Een heerlijke fietstocht vandaag van Ellwangen naar Dillingen an der Donau. Na Lauchheim even een fikse klim maar verder een makkelijke etappe. Veel dorpjes met barokke kerkjes. De torenspitsen hebben de vorm van een ui. In Dischingen zo’n kerkje bezocht. Wat een rijkdom aan beelden en schilderingen. Ook over het hele plafond.
Het landschap werd bepaald door glooiende heuvels en kleine riviertjes die er tussen stroomden. Het deed me een beetje denken aan Zuid-Limburg. Hele stukken door het land of het bos kwam ik niemand tegen. Het leek soms of ik in m’n eentje door Duitsland aan het fietsen was. Tot ik een grote weg over moest steken en wel vijf minuten moest wachten tot een colonne van motorrijders voorbij was gereden.
Ik was redelijk op tijd op de camping pal aan de Donau. Tijd genoeg om een wasje te doen en in de zon op te hangen en daarna nog de Altstadt te bezoeken. Naast de grote Basiliek stapte ik een kleiner kerkje binnen waar net een vesper begon. Het bleek het ‘Mutterhaus der Franciscarinnen’ te zijn, het enige nonnenklooster van Franciscus van Assisi wat nog bestaat begreep ik. Dit moest zo zijn, zei de non die ik sprak. Als je naar Assisi fietst is dit geen toeval.
Terug op de camping heerlijk op het terras daar gegeten.
Dag 9: Dillingen an der Donau – Utting am Ammersee, 118 kilometer.
Vandaag weer een ‘dubbele’ etappe gefietst van Dillingen via Augsburg naar Utting am Ammersee. Het was een heerlijk zonnige dag met aan het eind van de middag dreigend onweer die net de camping aan de Ammersee voorbij ging.
De boeren haalden het gemaaide en opgedroogde gras op. Het werd in kolossale vrachttractors geblazen. Nooit gezien. Je ziet hier geen hooibalen verspreid over het land liggen.
Vanwege de lange etappe heb ik het centrum van Augsburg rechts laten liggen. Ik hoopte de stad vanaf het fietspad langs de Lech te kunnen aanschouwen maar dat viel erg tegen. Je reed voortdurend tussen bosschages. Een grote stuwdam met kapelletje was verrassend.
Na Augsburg begin je de Alpen te ruiken. Hier en daar al een typisch alpenhuis met karakteristiek houten balkon, een koe met een bel en de begroetingen die opeens ‘Gruß Gott’ zijn geworden. Dan kom ik aan de rand van een dorpje de straatnaam ‘Alpenblicke’ tegen. En jawel, als ik de hoek om het dorp uit fiets zie ik in de verte de eerste tekening van het gebergte.
Op de camping bij Utting ontmoet ik Stefan en Harriët uit Assen die onderweg zijn naar Rome en een Duitse vrouw die twee keer bij me komt praten en duidelijk meer van mij wil dan ik van haar.
Dag 10: Utting – Garmisch Partenkirchen, 88 kilometer.
Wat een mooie fietsdag! Prachtig weer en heerlijke fietspaden met de Alpen letterlijk in het vooruitzicht.
Vanmorgen om half negen vertrokken. Het eerste stuk langs de Ammersee, helaas niet er vlak langs. Dan verder door rustig landelijk gebied met veel grazend vee. Ik haal twee Rome-gangers in (die echt al in de zeventig moeten zijn) die ik op mijn reis nog vaker tegen zal komen. Tweemaal werd een oude stad doorkruist. Weilheim en Murlau. De huizen van de stadjes zijn geschilderd in pasteltinten. In Murlau torent midden in de winkelstraat een Mariabeeld hoog uit boven het winkelende publiek. Een vriendelijke politieagente houdt me aan omdat ik (weliswaar) zachtjes fiets op het voetgangersgebied. Het heeft verder geen consequenties.
Het laatste deel van de etappe gaat bijna rakelings langs de voet van de Alpen. Bijzonder is het toch hoe hier het redelijk vlakke land in één keer over gaat in een stijl bergmassief.
De camping ligt een paar kilometer buiten Garmisch Partenkirchen en heeft een mooi uitzicht op de Zugspitze en andere nog witte bergtoppen.
Stefan en Harriët komen hier ook weer aan en gaan dankbaar gebruik maken van mijn waterkokertje.
Dag 11: Garmisch Partenkirchen – Stamms, 67 kilometer.
Vandaag een spannende dag. De Alpen in! Twee fikse klimmen stonden op het programma met daar tussen in een vlakker gedeelte. Dan een lange steile afdaling.
Het klimmen ging prima. Ik merk dat ik de afgelopen week al flink wat fietsconditie heb opgebouwd. ’s Nachts wordt ik wakker van spierpijn in m’n bovenbenen. Sinds gisteren ben ik begonnen de spieren te masseren en te rekken. Dat had ik eerder moeten doen.
In het toeristische Mittenwald koffie gedronken en de van buiten kleurrijke kerk bezocht. Daarna de klim naar de Buchener Höhe die over een autoweg ging, dus dat was oppassen. Boven was het uitzicht over het dal spectaculair. Het meeste zag ik vandaag op tegen de afdeling van deze hoogte. Zes kilometer lang zo’n tien procent. Ik wilde niet harder gaan dan vijftig kilometer per uur en moest daarom voortdurend de remmen iets indrukken. Ondanks de spanning was het heerlijk zo naar beneden te vliegen. Met een minuut of tien reed ik Telfs binnen en heb ik mezelf getrakteerd op een Tiroler koek want inmiddels ben ik ook in Oostenrijk aangeland. Dan nog een stukje doorfietsen naar de camping bij Stamms van waar je een prachtig uitzicht hebt op de besneeuwde bergen. Nadat ik me heb gedoucht wandel ik nog even naar de iets lager gelegen abdij en de Stiftskirche. Veel barokke pracht.
Op de camping zijn mijn fietsmaatjes ook weer gearriveerd. We eten gezamenlijk en ik introduceer hen het gemak van de diepvries wokschotels in plastic zak die ik vaak onderweg al koop samen met een blikje bier. Die stop ik bij elkaar in de tas. Als ik ga koken is de maaltijd ontdooid en het blikje bier koud.
Dag 12: Stamms – Nauders, 94 kilometer.
De tocht ging vandaag van Stamms naar Nauders. Ik koos ervoor om de etappe te verlengen met het zwaarste deel van de beklimming naar de Reschenpas. De weersverwachting van morgen was slecht en ik had weinig zin om de beklimming in de regen te gaan doen. Helaas bleek voorbij Pfunds juist deze week het fietspad met haarspeldbochten omhoog gesloten. Door het extreme weer zijn er stenen op de weg gekomen die daarbij ook beschadigd is. Juist deze week zijn de herstelwerkzaamheden. Ik probeerde nog een stukje maar werd door een boer overtuigd dat het echt niet kon. Wat te doen? Met de bus naar Nauders (de fiets kan achter de bus worden opgehangen) of fietsen over de autoweg. Voor het laatste gekozen. Het leek me niet erg druk. Achteraf gezien was het niet de goede keus. Ik ben veilig in Nauders aangekomen, maar het was vooral in de tunnels doodeng. Daar waren wel fietspaden, maar eigenlijk te smal voor een fiets met volle fietstassen links en rechts. Om niet tegen de zijwand te komen moest ik tegen de linkerkant van het fietspad fietsen. Doodeng. Ik raad het iedereen af.
In Nauders was het regenachtig en vooral koud. Een kamer geboekt bij Haus Sigrid. De eigenaar heeft vroeger veel prijzen gewonnen met langlaufen. Het hele huis staat vol met bekers.
Was het laatste deel van de etappe hectisch, voor de rest was het prachtig fietsen langs de Inn die woest tussen de bergen door stroomt. Hier en daar bijzondere overdekte bruggen en bij wijdere gebieden prachtige uitzichten op bergmassieven en toppen. Het grasland is bloemrijk. Landbouw zie je nauwelijks meer. Wel zijn er veel houtbedrijven die boomstammen verwerken tot planken en brandhout.
Dag 13: Nauders – Algund, 84 kilometer.
Van Nauders was het vanmorgen nog zo’n zeven kilometer klimmen om het hoogste punt van de Reschenpas te bereiken. Voor de fietsers is dat net wat hoger dan het bord wat bij de autoweg staat. Het is in de ochtend nog koud op deze hoogte dus voor het eerst op mijn fietstocht trek ik mijn handschoenen aan. Er hangen veel wolken tegen de bergen aan en ook hoog in de lucht drijven veel wolken. Zo nu en dan verschijnt er een streepje blauwe lucht. De Reschensee staat zo goed als droog. De kerktoren van Graun steekt nu boven het zand uit. Later bij de stuw zie ik dat men bezig is op de bodem van het meer. De leegstand is dus kunstmatig geregeld.
Bij het meer kun je kiezen om links of rechtsom te gaan. Vijftien jaar geleden heb ik de zwaardere route rechtsom genomen en ik neem me voor om nu linksom te gaan. Deze lichtere route blijkt echter gesloten dus toch rechtsom. Een mooi fietspad met veel hellingen op en neer. Voorbij St. Valentin begint dan de lange afdaling naar de Vinschau die ik in Burgeis even onderbreek voor m’n eerste Italiaanse koffie.
Ik verheug me op de route door de Vinschau met de mooie uitzichten op de Ortlergruppe. Het wolkendek verhinderd dit helaas. Soms zie ik een glimp van een witte bergtop.
Het fietsen gaat verder heerlijk. Het wordt elk uur warmer. Bovenin de lucht trekt het langzaam open maar de Ortlergruppe heb ik dan al achter me gelaten. De route gaat door kilometerslange appelboomgaarden. Bij Saturns stopt ik even omdat direct naast het fietspad een voetbalwedstrijd wordt gespeeld. Een jeugdteam jongens tegen een jeugdteam meisjes. Ze zijn aan elkaar gewaagd. Een doelpunt laat echter te lang op zich wachten.
De route eindigt vandaag op camping ‘Claudia Augusta’ in Algund, vernoemd naar de oude Romeinse handelsroute waarvan een deel van de fietsroute naar Rome over gaat.
Dag 14: Algund – Nave S. Felice, 89 kilometer.
Ik ben op de helft wat betreft het aantal dagen van mijn reis! En qua kilometers er al over heen. Vandaag gefietst van Algund naar Nave S. Felice. Vlakbij de camping in Algund heb ik bij de fietsenmaker eerst mijn banden op de goede spanning laten brengen. In Meran was het even zoeken om op de goede route te blijven maar eenmaal buiten de stad richting Bozen liep alles gesmeerd. Voorbij Bozen was het weer klimmen geblazen (niet de lichte variant genomen) maar dan wordt je uiteindelijk beloond op een magnifiek uitzicht op het dal wat je achtergelaten hebt. De stad Bozen en vierkante kilometers vol met appelboomgaarden. Voorbij Kaltern gaat het weer naar beneden en kom je in de zogenaamde Süd-Tirolische Weinstraße. Steeds minder appelboomgaarden, steeds meer wijngaarden. Aan weerszijden van de route torenen hoge bergmassieven op. Soms komen ze dicht bij elkaar en ga je in lange bochten er tussendoor. Het weer was mooi maar de laatste twintig kilometer had ik een fikse tegenwind.
Nave S. Felice is een dorpje van niets. De camping behoort bij een oud hotel wat ligt tussen een autoweg en een spoorlijn. De treinen denderden op 50 meter afstand langs de tent. Wat een herrie! Gelukkig reden er ’s nachts geen treinen en heb ik nog best goed geslapen. Misschien kwam dat ook door het lekkere glas witte wijn wat ik voor het slapen nog op het terras van het hotel heb gedronken.
Dag 15: Nave S. Felice – Bassano del Grappa, 127 kilometer.
Vandaag was weer zo’n dag dat alles anders liep (fietste) dan het plan was. Het plan: naar Trento fietsen, daar de trein naar Pérgine Valsugana nemen en vandaar rustig afdalen naar Bassano del Grappa. Het was zondag eerste Pinksterdag en ik vond dat ik het wel een keertje rustig aan mocht doen. De klim vanuit Trento is bijna 5 kilometer met steeds zo’n 6 tot 9% en een uitschieter van een stukje 13%. Die klim wilde ik aan me voorbij laten gaan. Rond negen uur kwam ik aan op het station van Trento en daar bleek de eerste trein naar Pérgine pas om 14.00 uur te vertrekken. Er gingen alleen bussen en daar kon de fiets niet mee mee. Het plan toen bijgesteld: toch maar klimmen en dan nog een kilometer of vijftien fietsen naar het Lago di Caldonazzo en daar m’n tentje op zetten en verder genieten van de dag en zwemmen in het meer.
De klim uit Trento was superzwaar. Het was ook warm! Ik moest een paar keer af stappen om even uit te puffen maar uiteindelijk kon ik vanaf Cognola rustig afzakken richting Lago di Caldonazzo. Ik kwam daar om twaalf uur aan. Een prachtig meer maar erg toeristisch. Het was vanwege het mooie weer het een drukte van jewelste met allemaal dagjesmensen. Daartussen voelde ik me helemaal niet thuis. Dus weer mijn plan bijgesteld: op naar Bassano del Grappa. Een prachtig stuk door het dal van de Brinta. Langzamerhand werd de rivier ruiger en de bergen aan weerszijden kwamen steeds dichter naast de rivier. Op een gegeven moment fiets je kilometers lang door een smalle kloof. Spectaculair. Dan worden de bergen om je heen lager en fiets je – letterlijk – voor Bassano de Alpen uit. In deze mooie stad – het was inmiddels tegen zessen – was het erg druk. Helaas was de camping aan de andere kant van de Brinta nog weer zeven kilometer de heuvels op fietsen (de minicamping bij de zorgboerderij was gesloten).
Zo had deze Pinksterdag veel verrassingen in petto. Gelukkig was er naast de camping een prima restaurant waar ik genoten heb van pizza en bier.
Dag 16: Bassano del Grappa – Oriago, 95 kilometer.
Vandaag dan eindelijk een makkelijke rit. Vanuit de camping weer afgedaald naar Bassano del Grappa. Een gedeelte ging over het parcours van de Giro die hier volgende week wordt gereden. Veel roze versieringen langs de weg en bij cafés. In Bassano de route richting Venetië opgepakt. Vergeleken met gisteren een saaie etappe. Veel langs agrarisch gebied en door weinig opzienbare dorpjes. Opvallend zijn wel de hoge, ranke kerktorens die naast de kerk zelf staan. De stad Citadella, geheel ommuurd en met mooie poorten was eigenlijk het hoogtepunt van de etappe. Verder is het opvallend dat er veel boerderijen maar ook villa’s en kleine kastelen leegstaan, de kozijnen dichtgetimmerd. Tegelijk zie je heel veel moderne, nieuwe villa’s geheel omheind en met elektronische poorten en camera’s. Jammer dat de tegenwoordige rijken de bouwvallige kastelen en villa’s niet hebben gekocht en opgeknapt. Dat zou de omgeving zeer verfraaien.
Halverwege de middag kom ik op camping Serenissima aan. Ik kies een tentplek maar nog voor ik de tent opzet besluit is een cabin te huren (alleen een bed, open kast, stoel, tafel). Er komt een flinke bui aan zag ik op internet. Bovendien, ik blijf hier twee dagen want ik wil morgen met de bus naar Venetië. Dan staan mijn spullen meteen veilig.
Mijn buren op de camping zijn twee vrouwen die fietsend onderweg naar Rome zijn en vandaag Venetië hebben bezocht. In gesprek bleek al snel dat ik bij één van de twee in de klas op de middelbare school in Ede heb gezeten. Dus dat werd herinneringen ophalen.
Dag 17: Oriago – Venetie – Oriago, met de bus. Een toeristisch dagje.
Dag 18: Oriago – Baone, 78 kilometer.
Vanmorgen weer op de fiets gestapt van camping Serenissima naar Agriturismo camping Alba, tussen Monsélice en Este. Het was een makkelijke rit, veelal over dijken langs rustige riviertjes. Er was veel bewolking en links en rechts waren regelmatig onweersbuien zicht- en hoorbaar. Grotendeels ben ik er tussen door gefietst. Twee maal fietste ik door een buitje heen waar ik mijn regenjas haast niet voor aan hoefde te trekken. De omgeving is wijds en aan de westkant doemden de heuvels op gevormd door vulkanische activiteiten in het verre verleden. Onderweg groet ik Mariette en Joop die aan het lunchen zijn op een bankje. Ik ben ze al vaker tegengekomen. Later ontving ik foto’s die Joop van me heeft gemaakt terwijl ik aan kwam fietsen.
Het stadje Monsélice fiets ik door. Later in de middag, als ik me heb geïnstalleerd op de camping wil ik nog weer terug om de ‘Santuario delle sette Chiesa’ te bezoeken. Zeven kapellen die vroeger bezocht konden worden om aflaten te verdienen. Boven op de heuvel, waar de kapellen staan, is er een prachtig uitzicht over de omgeving. Tenslotte de moderne Duomo bezocht. Wat een ruimte. Bijzonder. Zelfs nog even op het orgel gespeeld.
Dag 19: Baone – Ferrara, 72 kilometer.
Vandaag weer naar een grote stad, Ferrara. Een zonnige dag en een etappe zo vlak als een strak gestreken laken. Ik moest denken aan een gedichtje wat ik vijftien jaar geleden schreef:
‘Fietsen langs de Po
Is dat niet saai ofzo?’
‘Het waren meer de bergen die mij pakten
Maar ik hou me nu maar even op de vlakte’.
Net als gisteren weer veel op dijkjes langs riviertjes gefietst. Dit gaf mooie uitzichten over het uitgestrekte landschap. Veel dieren zag ik: fazanten, zilverreigers, hagedissen en zelfs een bever die vlug het riet indook toen ik aan kwam fietsen. Hoogtepunt was een havik die vlak voor mijn neus een wegschietende hagedis probeerde te grijpen. De vogel hing al een tijdje boven me en wachtte blijkbaar op het moment dat een hagedis wegschoot. Dat zie je regelmatig gebeuren.
Het water in de Po stond erg hoog. Hele ‘uiterwaarden’ (heet dat in Italië ook zo?) stonden onder water.
In Fratta Polésine – het moest zo zijn – zaten op een terras Stephan en Harriët (die via Verona waren gefietst), Mariëtte en Joop en ook nog Ton. Allemaal fietsers onderweg naar Rome (of Assisi) maar vandaag naar Ferrara. We spreken af vanavond daar met elkaar ergens te gaan eten. Omdat er geen camping is in Ferrara boek ik een kamer in dezelfde B&B als waar Stephan en Harriët zijn. Een zeer luxe kamer! Het etentje was erg gezellig!
Dag 20: Ferrara – Quartiere, 26 kilometer.
Ferrara – Ravenna zou in één dag te doen zijn maar in Ferrara wil ik nog de tijd nemen om de basiliek San Francesco te bezoeken. Dat was zeer de moeite waard. Wat een rust in deze grote kerk die net buiten het drukke stadscentrum staat.
’s Middags dan een korte etappe naar Quartiere, een gehuchtje bij Porto Maggiore. De ontvangst op Agriturismo ‘Unicorno’ is echter groots. Een oude vrouw van 82 jaar leidt me rond. Ik ben de enige gast en kan mijn tent opzetten bij het gastenverblijf waar ik ook gebruik kan maken van de huiskamer en de keuken. De oude boerderij wordt nu gebruikt als verblijfplaats voor paarden van mensen uit de omgeving. Maar over het terrein lopen ook kippen, ganzen en pauwen. Leuk!
Dag 21: Quartiere – Ravenna, 89 kilometer.
Vanmorgen werd ik tijdens het inpakken verrast door de eigenares van de Agriturimo met twee sneetjes geroosterd brood met daarop twee spiegeleitjes. Hoe lief! Ik heb haar bij het afrekenen een flinke fooi gegeven. Ook heb ik één van mijn bidons achtergelaten, maar dat was niet de bedoeling.
Het fietsen door deze streek is na een dag of vijf niet meer zo spannend. Alleen de steden en kleine stadjes geven nog wat bekijks. De camping bij Ravenna ligt zo’n vier kilometer voorbij de stad. Vanwege het mindere weer huur ik een kamer. Eind van de middag fiets ik terug naar de stad. De Basiliek San Francesco bezocht op het gelijknamige piazza. Een oude Romaanse kerk met veel schilderijen. (Hoe dichter je bij Assisi komt, hoe meer je San Franciscus tegen komt). Naast de basiliek staat de tombe van Dante, die hier heeft gewerkt en is overleden. Voor de beroemde mozaïeken in de stad had ik helaas te weinig tijd. Het ging me ook vooral om de sfeer te proeven. Die vond ik overigens wat matjes. Weinig volk op de pleinen terwijl het toch zaterdagavond was. Ook geen straatmuzikanten die vaak voor wat sfeer zorgen. Alleen op het Piazza del Populi leek het gezellig.
Morgen gauw verder. De Po-vlakte uit.
Dag 22: Ravenna – Porta Messa, 100 kilometer.
Drie weken ben ik nu onderweg en het einddoel komt in zicht. Wat een heerlijke dag vandaag. Lekker weer en een prachtige etappe. Dat had ik wel nodig na vier dagen fietsen door de Po-vlakte. Het eerste deel gaat door een bijzonder bos met veel zogenaamde paraplubomen die je ook veel in Ravenna ziet. Naaldbomen met een hoge, brede kruin. Vervolgens langs toeristische kustplaatsen aan de Adriatische zee. Het was er vrij druk vanwege de combinatie zondag en strandweer. Na Cesenatico rustig gefietst richting de Apennijnen die steeds dichterbij komen. Op een weg is kilometers lang de naam van Pantani geschilderd. De legendarische wielrenner komt uit deze omgeving en is begraven in Cesenatico. Langzaam gaat de etappe dan licht omhoog. Ik genoot van de mooie uitzichten, de vele bloeiende planten en struiken en de bijzondere vogels die ik zag. Bij de rivier de Rubicon kon ik nog een bever fotograferen. Die zijn hier toch niet heel schuw. Het laatste deel van de etappe was onverhard. Langs de Rubicon waren hele stukken van het oorspronkelijk fietspad ingestort en moesten er korte omleidingen worden gemaakt. Dat was even opletten.
In Porta Messa, aan de voet van de Apennijnen, kon ik mijn tent opzetten op een strak groen gazon. Dat zie je niet veel. Samen gegeten met een jong Belgisch stel (net afgestuurde huisarts en tandarts) die een rondrit maken door Europa.
Morgen weer klimmen.
Dag 23: Porta Messa – Sansepolcro, 58 kilometer.
De één-na-laatste dag van de fietstocht naar Assisi gaat over de Apennijnen. Eerst een paar kilometer vlak en dan grosso modo vijfentwintig kilometer omhoog en dan vijfentwintig kilometer weer omlaag. Het was warm vandaag en de klim was op een paar stukken na erg zwaar. Ik heb de tijd genomen en een paar keer gerust. Halverwege de klim koffiegedronken in Badia Tedalda. Daar kwam ik Ton weer tegen (zie dag 19). De uitzichten waren prachtig, vooral bij de lange afdaling. Een paar keer afgestapt om hier van te genieten. Anders ben je immers zo beneden.
Vanuit Sansepolcro naar de camping gefietst, even buiten de stad. Een oude herenboerderij met zelfs een kapelletje waar in het voorportaal zwaluwen hun jongskens voerden (Psalm 84!). Ook hier weer verschillende fietsers ontmoet die naar Rome fietsen of daar vandaan kwamen.
Eind van de middag het oude centrum van de ommuurde stad bezocht. De moeite waard! In de Dom was niemand. In het koor stond een groot orgel wat ik aan kon zetten. Het pijpwerk bevond zich links en rechts hoog in het koor. Natuurlijk weer even gespeeld, zelfs even met het volle werk. Heerlijk!
Dag 24: Sansepolcro – Assisi, 95 kilometer.
Al drieënhalve week fiets ik naar Assisi, maar vandaag fiets ik er echt heen! Het einddoel van mijn tocht. Een etappe met nog veel klim- en daalwerk. De meters kunnen tegen elkaar weggestreept worden. De benen kunnen het onderhand wel aan. Het eerste stuk gaat langs de Tiber, de rivier die verder stroomopwaarts ook door Rome stroomt. Qua omgeving is het eerste deel van de etappe niet heel bijzonder. De ommuurde stad Citadella komt voor de koffie eigenlijk te vroeg maar lijkt te mooi om zo maar voorbij te fietsen. Dus toch maar door één van de stadspoorten gefietst en het centrale plein opgezocht. Om de hoek daarvan staat een grote kerk die gewijd is aan San Francisco. Deze natuurlijk bezocht. In het gelijknamige koffietentje er tegenover drink ik mijn Latte Machiato.
Zoals Hans Reitsma beschrijft wordt de route halverwege mooier. Glooiende landschappen, wijngaarden, vergezichten. Mooi om doorheen te fietsen.
En dan komt Assisi in zicht. Eerst nog Santa Maria del Angeli met haar grote gelijknamige kathedraal (die grotendeels in de steigers staat), dan nog een paar kilometer stijgen om de tegen een heuvel opgebouwde stad te bereiken. Zij schittert in de zon. De stad van Franciscus. Ik rijd via de Porta San Pietro Assisi binnen. Over de kasseien moet ik nog een stukje klimmen om de Citalla Ospetalità te bereiken. Hier zal ik vier nachten vertoeven om dan zaterdag via Perugia naar het meer van Trasimeno te fietsen vanwaar ik met de cyclebus terug reis naar Nederland.
2000 kilometer gefietst.
Het zit er op.






















































