Fietstocht naar Assisi

5 mei – 2 juni 2024

Dag 1: Roermond – Düren, 75 kilometer

Vijftien jaar na mijn fietstocht naar Rome (toen vijftig jaar oud) ben ik opnieuw op de fiets gestapt voor een langere solo-fietstocht. Wederom met de routeboekjes van Hans Reitsma. De route door Duitsland is anders (na Heidelberg) en in Italië ga ik de oostelijke route volgen. Genoeg afwisseling dus vergeleken met de vorige keer. Einddoel is dit keer Assisi. Over vier weken hoop ik gezond en wel met de Cycletour bus vanuit Tuoro del Trasimeno terug naar Nederland te rijden.

De etappes door Nederland hou ik dit keer voor gezien. Met de trein reis ik naar Roermond waar ik de route van Reitsma oppak. Tot Eindhoven zijn er veel PSV-supporters die het landskampioenschap vanmiddag gaan vieren. Vanwege de regenval de afgelopen dagen kies ik voor de zogenaamde ‘asfaltroute’ en vermijdt ik de waarschijnlijk modderige route langs de rivier de Rur waarvan het fietspad onverhard is. Minder mooi, maar wel zo prettig. Het is zondagmiddag en het is zeer rustig in de dorpjes en op het platteland. Zo nu en dan moest ik afremmen voor wandelende gezinnen met kleine kinderen maar dat deed ik graag. Het fietsen deed ik rustig aan. De conditie is goed, maar de marathon van Hamburg, een week geleden gelopen, zit nog in m’n benen merkte ik. Sowieso heb ik vanwege de training voor de marathon weinig gefietst, laat staan getraind, voor deze lange fietstocht. De ‘fietsconditie’ gaat vanzelf wel komen.
Maar het was een mooie dag. Het werd steeds zonniger en op de camping Echtzer Badesee, even buiten Düren, hadden ze een goed glas bier waar een grote hamburger met ‘Pommes’ bij werd geserveerd. Hier ontmoette ik ook de eerste twee Rome-gangers. Twee dames met elektrische fietsen en elk een tent.

Echtzer Badesee

Dag 2: Düren – Remagen, 106 kilometer

Vandaag van Düren naar Re(ma)gen. Het was een dag dat de regen lang duurde. Tot Zülpich was het lichte motregen (waar je ook behoorlijk nat van wordt) maar vanaf daar tot aan Remagen regende het onophoudelijk flink. Deze etappe is op zichzelf al niet zo spectaculair, door de regen viel hij helemaal in het water. Je scant de omgeving, maar een prettige beleving erbij ontbreekt. Opvallend waren de vele akkers met nieuw ingeplante asperges. De tweede lichting dit jaar naar ik meen. Het gele koolzaad bloeide daarentegen volop op de vele andere akkers. In Euskirchen een kamertje in Remagen geboekt vanuit het boekje van Reitsma. De kamer bleek over een keukenblokje te beschikken dus na een warme douche en droge kleren nog boodschappen gedaan (het was inmiddels droog!) om een eigen potje te koken.

De verrassing vandaag was in het Kottenforst, het grote woud onder Bonn. Elf jaar geleden fietste ik daar in tegenovergestelde richting met Cisca doorheen na een ronde Eifel – Moezel – Rijn. Op een open plek in he bos waren we getuige van het ophalen van houten altaarstukken voor een kerk in Bonn. Een kunstenaar had ze daar ter plekke gemaakt van de stam van een omgevallen historische eik. Een deel van de eik is blijven liggen als ‘Denkmall Die dicke Eiche’. Over deze gebeurtenis heb ik een verhaal geschreven ( Der dicke Eiche | Wim Faas ). Een paar jaar geleden toen ik nog eens door het Kottenforst fietste kon ik dat Denkmall op de open plek niet vinden. Ondanks de regen viel mijn oog er nu wel op; een stukje verderop, twintig meter links van het fietspad. Natuurlijk een selfie gemaakt!

Denkmall Der dicke Eiche, Kottenforst

Dag 3: Remagen – St. Goar, 84 kilometer.

De route langs de Rijn van Remagen naar St. Goar heb ik meerdere malen in verschillende richtingen gefietst. Fietsen langs de Rijn blijft mooi. Al zijn de fietspaden hier en daar niet al te best. Het was vandaag bewolkt. De regendampen hingen nog tegen de hellingen wat het aanzicht van het Rijndal wat mysterieus maakte. De zon deed zijn uiterste best om er doorheen te komen maar toen ik Koblenz uitreed gooide hij de handdoek in de ring toen het weer begon te regenen. Voor Koblenz moest ik even van de route afwijken om in Muhlheim Campingcenter Berger te bezoeken. In Düren bleek mijn opblaaskussentje lek.
Bij de imposante Marksburg kon ik stoppen om mijn regenkleding weer uit te doen en ook deze keer weer een foto te maken van het indrukwekkende kasteel aan de overkant van de Rijn. Vanaf Boppard gaat het fietspad in ruime bochten langs de rivier en gaat het fietsen bijna vanzelf. Vanwege de nattigheid die bleef dreigen toch maar gekozen voor een overnachting in de Jeugdherberg waar dit keer wel heel veel jeugd verbleef. Op mijn kamer was het rustig. Ik had nog energie over voor een klim naar de burcht zo’n beetje recht boven de jeugdherberg. Op het menu van de jeugdherberg stond pasta. Dat kon ik goed gebruiken!

Sankt Goar

Dag 4: St. Goar – Leeheim, 98 kilometer.

Vandaag scheen de zon weer! Dus het onderste deel van de broek afgeritst. Eerst langs de legendarische Lorelei en dan verder langs de Rijn tot Bingen. Het water staat erg hoog op het moment en dat geeft weidse blikken. Onderweg zag ik denk ik net zoveel cruiseschepen als fietsers!
Ieder stadje heeft z’n eigen burcht of bijzondere toren. In Bingen de St. Martinus basiliek bezocht. Veel oude kunst is er te zien maar een beeld van Hildegard kon ik niet ontwaren.
Het tweede deel van de etappe gaat door glooiend landschap waarin vooral akkerbouw plaatsvindt. Hier en daar een steilere heuvel die wat inspanning vergde. Een goede training voor als het straks echt menens wordt denk ik. Bij Nierstein steek ik de Rijn over en fiets ik nog een paar kilometer door naar de camping aan de Riedsee bij Leeheim. Op een mooi trekkersveld aan het meer zet ik mijn tentje weer op. Ik ontmoet een Zwitser die vanuit Zwitserland de Rijn afdaalt. De camping wordt overigens niet genoemd in het boekje van Reitsma.

De Rijn voor Bingen

Dag 5: Leeheim – Schlierbach (bij Heidelberg), 93 kilometer.

Heerlijk ontspannen gefietst vandaag. Een grotendeels vlakke etappe. Vanwege de vrije Hemelvaartsdag waren er veel mensen op de weg. Wandelende of fietsende gezinnen. In de dorpjes worden voorbereidingen getroffen voor een feest later op de dag. Uitgezonderd een paar stukken bos gaat de route door akkerbouwland. De mais staat nog laag, het koren al hoger. Aardbeien worden al geplukt. De nog lege kisten staan naast de bedden. Maar vandaag wordt er niet geplukt en ik ben niet zo vrij om er een paar te proeven met zoveel Duitsers op het fietspad.
Langzamerhand komen de heuvels langs het Neckardal in het zicht. Het laatste deel van de etappe voert langs deze rivier. Bij Heidelberg liggen er brede grasstroken langs het water. Honderden mensen brengen daar hun dag door want het is prachtig zonnig weer. Er klinkt muziek, er wordt bier gedronken en ijs geschept. Op de Alte Brücke is het een drukte van jewelste. Jonge mediterrane en Japanse meisjes laten zich fotograferen door hun geliefde. Ik moet nog een paar kilometer verder naar de camping, maar ik ga vanavond zeker nog even weer terug naar de stad!

Heidelberg

Dag 6: Schlierbach – Oedheim (bij Bad Wimpfen), 89 kilometer.

Vandaag ging de route verder langs de Neckar. Het is een rustige rivier met weinig scheepvaart. Ook vandaag mooi weer met veel fietsers op de fietspaden vanwege het vrije weekend. De meeste Duitsers fietsen elektrisch. Ook de ATB’s zijn meestal elektrisch. Regelmatig worden schilderachtige dorpjes gepasseerd met vakwerkhuizen. Hoger op de heuvels pronken burchten of ruïnes daarvan. De Neckar is een belangrijke naamgever geweest voor de stadjes. Ik noem ze: Neckargemünd, Neckar-Steinbach, Neckarhausen, Neckarhausenhof, Neckarwimmersbach, Neckargerach, Neckarelz, Neckarzimmern, Neckarmühlbach, Neckarsulm. Tien stuks!
Het stadje Bad Wimpfen ga ik natuurlijk even bezoeken. Zo’n mooie naam. Op een terras drink ik een koude alcoholvrije bier en ben ik getuige van een foto-shoot van een bruidspaar. Ik overnacht op de camping van Oedheim. Het trekkersveld is erg vol en ik krijg op mijn verzoek een mooi plekje bij het water toegewezen op een ruim veld waar ook caravans staan. Van mijn Duitse buurman krijg ik spontaan een stoel en een aangesloten stekkerdoos te leen. Van de kwakende kikkers ga ik denk ik vannacht het meeste last krijgen!

Wim bij Bad Wimpfen

Dag 7: Oedheim – Ellwangen, 119 kilometer.

Vandaag een dubbele etappe gefietst. Dat kon best. De route volgde steeds kleine riviertjes maar dat betekende niet dat het een vlakke rit was. Verschillende vervelende hellinkjes moesten overwonnen worden. Ik ben daarbij erg tevreden met mijn nieuwe Santos met Rohlofnaaf. Het schakelen gaat altijd goed. Met een derailleur met zeven achter- en drie voorbladen ging het schakelen in het verleden regelmatig mis omdat ik me bijvoorbeeld vergiste met links en rechts schakelen en ik op een steile helling zowat stil kwam te staan. Maar dat is nu verleden tijd.
Het landschap wordt vooral bepaald door graslanden waar de boeren gemaaid hebben en het gras ligt te drogen. Het zal maandag binnengehaald worden. Het riviertje de Kocher gaat nog door een diep dal waar tegen de westelijke heuvel wijngaarden zijn geplant. Daarna volgen de de rivieren Brühl en de Jagt die door het heuvelachtige boslandschap kronkelen. De fietspaden kunnen de riviertjes niet altijd volgen waardoor je verschillende keren uit het dal moet klimmen. Als de route een oud spoorweg tracé volgt is de route even lekker vlak. 
De camping in Ellwangen is dit jaar gesloten vanwege een grote renovatie. Speciaal voor Reitsma-fietsers is een strook vrij gelaten met basic-faciliteiten. Ik ontmoet een echtpaar dat onderweg is naar Rome maar ik sluit me aan bij een groep Duitsers die hier normaal hun caravan hebben staan en vanavond gaan barbecueën.

Alternatieve ‘Reitsma-camping’ bij Ellwangen

Dag 8: Ellwangen – Dillingen an der Donau, 80 kilometer.

Een heerlijke fietstocht vandaag van Ellwangen naar Dillingen an der Donau. Na Lauchheim even een fikse klim maar verder een makkelijke etappe. Veel dorpjes met barokke kerkjes. De torenspitsen hebben de vorm van een ui. In Dischingen zo’n kerkje bezocht. Wat een rijkdom aan beelden en schilderingen. Ook over het hele plafond.
Het landschap werd bepaald door glooiende heuvels en kleine riviertjes die er tussen stroomden. Het deed me een beetje denken aan Zuid-Limburg. Hele stukken door het land of het bos kwam ik niemand tegen. Het leek soms of ik in m’n eentje door Duitsland aan het fietsen was. Tot ik een grote weg over moest steken en wel vijf minuten moest wachten tot een colonne van motorrijders voorbij was gereden.
Ik was redelijk op tijd op de camping pal aan de Donau. Tijd genoeg om een wasje te doen en in de zon op te hangen en daarna nog de Altstadt te bezoeken. Naast de grote Basiliek  stapte ik een kleiner kerkje binnen waar net een vesper begon. Het bleek het ‘Mutterhaus der Franciscarinnen’ te zijn, het enige nonnenklooster van Franciscus van Assisi wat nog bestaat begreep ik. Dit moest zo zijn, zei de non die ik sprak. Als je naar Assisi fietst is dit geen toeval.
Terug op de camping heerlijk op het terras daar gegeten.

Mutterhaus der Franciscarinnen, Dillingen an der Donau

Dag 9: Dillingen an der Donau – Utting am Ammersee, 118 kilometer.

Vandaag weer een ‘dubbele’ etappe gefietst van Dillingen via Augsburg naar Utting am Ammersee. Het was een heerlijk zonnige dag met aan het eind van de middag dreigend onweer die net de camping aan de Ammersee voorbij ging.
De boeren haalden het gemaaide en opgedroogde gras op. Het werd in kolossale vrachttractors geblazen. Nooit gezien. Je ziet hier geen hooibalen verspreid over het land liggen.
Vanwege de lange etappe heb ik het centrum van Augsburg rechts laten liggen. Ik hoopte de stad vanaf het fietspad langs de Lech te kunnen aanschouwen maar dat viel erg tegen. Je reed voortdurend tussen bosschages. Een grote stuwdam met kapelletje was verrassend.

Na Augsburg begin je de Alpen te ruiken. Hier en daar al een typisch alpenhuis met karakteristiek houten balkon, een koe met een bel en de begroetingen die opeens ‘Gruß Gott’ zijn geworden. Dan kom ik aan de rand van een dorpje de straatnaam ‘Alpenblicke’ tegen. En jawel, als ik de hoek om het dorp uit fiets zie ik in de verte de eerste tekening van het gebergte.
Op de camping bij Utting ontmoet ik Stefan en Harriët uit Assen die onderweg zijn naar Rome en een Duitse vrouw die twee keer bij me komt praten en duidelijk meer van mij wil dan ik van haar.

De Ammersee

Dag 10: Utting – Garmisch Partenkirchen, 88 kilometer.

Wat een mooie fietsdag! Prachtig weer en heerlijke fietspaden met de Alpen letterlijk in het vooruitzicht.
Vanmorgen om half negen vertrokken. Het eerste stuk langs de Ammersee, helaas niet er vlak langs. Dan verder door rustig landelijk gebied met veel grazend vee. Ik haal twee Rome-gangers in (die echt al in de zeventig moeten zijn) die ik op mijn reis nog vaker tegen zal komen. Tweemaal werd een oude stad doorkruist. Weilheim en Murlau. De huizen van de stadjes zijn geschilderd in pasteltinten. In Murlau torent midden in de winkelstraat een Mariabeeld hoog uit boven het winkelende publiek. Een vriendelijke politieagente houdt me aan omdat ik (weliswaar) zachtjes fiets op het voetgangersgebied. Het heeft verder geen consequenties.
Het laatste deel van de etappe gaat bijna rakelings langs de voet van de Alpen. Bijzonder is het toch hoe hier het redelijk vlakke land in één keer over gaat in een stijl bergmassief.
De camping ligt een paar kilometer buiten Garmisch Partenkirchen en heeft een mooi uitzicht op de Zugspitze en andere nog witte bergtoppen.
Stefan en Harriët komen hier ook weer aan en gaan dankbaar gebruik maken van mijn waterkokertje.

Camping bij Garmisch-Partenkirchen

Dag 11: Garmisch Partenkirchen – Stamms, 67 kilometer.

Vandaag een spannende dag. De Alpen in! Twee fikse klimmen stonden op het programma met daar tussen in een vlakker gedeelte. Dan een lange steile afdaling.
Het klimmen ging prima. Ik merk dat ik de afgelopen week al flink wat fietsconditie heb opgebouwd. ’s Nachts wordt ik wakker van spierpijn in m’n bovenbenen. Sinds gisteren ben ik begonnen de spieren te masseren en te rekken. Dat had ik eerder moeten doen.
In het toeristische Mittenwald koffie gedronken en de van buiten kleurrijke kerk bezocht. Daarna de klim naar de Buchener Höhe die over een autoweg ging, dus dat was oppassen. Boven was het uitzicht over het dal spectaculair. Het meeste zag ik vandaag op tegen de afdeling van deze hoogte. Zes kilometer lang zo’n tien procent. Ik wilde niet harder gaan dan vijftig kilometer per uur en moest daarom voortdurend de remmen iets indrukken. Ondanks de spanning was het heerlijk zo naar beneden te vliegen. Met een minuut of tien reed ik Telfs binnen en heb ik mezelf getrakteerd op een Tiroler koek want inmiddels ben ik ook in Oostenrijk aangeland. Dan nog een stukje doorfietsen naar de camping bij Stamms van waar je een prachtig uitzicht hebt op de besneeuwde bergen. Nadat ik me heb gedoucht wandel ik nog even naar de iets lager gelegen abdij en de Stiftskirche. Veel barokke pracht.
Op de camping zijn mijn fietsmaatjes ook weer gearriveerd. We eten gezamenlijk en ik introduceer hen het gemak van de diepvries wokschotels in plastic zak die ik vaak onderweg al koop samen met een blikje bier. Die stop ik bij elkaar in de tas. Als ik ga koken is de maaltijd ontdooid en het blikje bier koud.

Uitzicht op Telfs

Dag 12: Stamms – Nauders, 94 kilometer.

De tocht ging vandaag van Stamms naar Nauders. Ik koos ervoor om de etappe te verlengen met het zwaarste deel van de beklimming naar de Reschenpas. De weersverwachting van morgen was slecht en ik had weinig zin om de beklimming in de regen te gaan doen. Helaas bleek voorbij Pfunds juist deze week het fietspad met haarspeldbochten omhoog gesloten. Door het extreme weer zijn er stenen op de weg gekomen die daarbij ook beschadigd is. Juist deze week zijn de herstelwerkzaamheden. Ik probeerde nog een stukje maar werd door een boer overtuigd dat het echt niet kon. Wat te doen? Met de bus naar Nauders (de fiets kan achter de bus worden opgehangen) of fietsen over de autoweg. Voor het laatste gekozen. Het leek me niet erg druk. Achteraf gezien was het niet de goede keus. Ik ben veilig in Nauders aangekomen, maar het was vooral in de tunnels doodeng. Daar waren wel fietspaden, maar eigenlijk te smal voor een fiets met volle fietstassen links en rechts. Om niet tegen de zijwand te komen moest ik tegen de linkerkant van het fietspad fietsen. Doodeng. Ik raad het iedereen af.
In Nauders was het regenachtig en vooral koud. Een kamer geboekt bij Haus Sigrid. De eigenaar heeft vroeger veel prijzen gewonnen met langlaufen. Het hele huis staat vol met bekers.
Was het laatste deel van de etappe hectisch, voor de rest was het prachtig fietsen langs de Inn die woest tussen de bergen door stroomt. Hier en daar bijzondere overdekte bruggen en bij wijdere gebieden prachtige uitzichten op bergmassieven en toppen. Het grasland is bloemrijk. Landbouw zie je nauwelijks meer. Wel zijn er veel houtbedrijven die boomstammen verwerken tot planken en brandhout.

Adige voor Pfunds

Dag 13: Nauders – Algund, 84 kilometer.

Van Nauders was het vanmorgen nog zo’n zeven kilometer klimmen om het hoogste punt van de Reschenpas te bereiken. Voor de fietsers is dat net wat hoger dan het bord wat bij de autoweg staat. Het is in de ochtend nog koud op deze hoogte dus voor het eerst op mijn fietstocht trek ik mijn handschoenen aan. Er hangen veel wolken tegen de bergen aan en ook hoog in de lucht drijven veel wolken. Zo nu en dan verschijnt er een streepje blauwe lucht. De Reschensee staat zo goed als droog. De kerktoren van Graun steekt nu boven het zand uit. Later bij de stuw zie ik dat men bezig is op de bodem van het meer. De leegstand is dus kunstmatig geregeld.
Bij het meer kun je kiezen om links of rechtsom te gaan. Vijftien jaar geleden heb ik de zwaardere route rechtsom genomen en ik neem me voor om nu linksom te gaan. Deze lichtere route blijkt echter gesloten dus toch rechtsom. Een mooi fietspad met veel hellingen op en neer. Voorbij St. Valentin begint dan de lange afdaling naar de Vinschau die ik in Burgeis even onderbreek voor m’n eerste Italiaanse koffie.
Ik verheug me op de route door de Vinschau met de mooie uitzichten op de Ortlergruppe. Het wolkendek verhinderd dit helaas. Soms zie ik een glimp van een witte bergtop.
Het fietsen gaat verder heerlijk. Het wordt elk uur warmer. Bovenin de lucht trekt het langzaam open maar de Ortlergruppe heb ik dan al achter me gelaten. De route gaat door kilometerslange appelboomgaarden. Bij Saturns stopt ik even omdat direct naast het fietspad een voetbalwedstrijd wordt gespeeld. Een jeugdteam jongens tegen een jeugdteam meisjes. Ze zijn aan elkaar gewaagd. Een doelpunt laat echter te lang op zich wachten.
De route eindigt vandaag op camping ‘Claudia Augusta’ in Algund, vernoemd naar de oude Romeinse handelsroute waarvan een deel van de fietsroute naar Rome over gaat.

Zicht op de Vinschau vanuit Burgeis

Dag 14: Algund – Nave S. Felice, 89 kilometer.

Ik ben op de helft wat betreft het aantal dagen van mijn reis! En qua kilometers er al over heen. Vandaag gefietst van Algund naar Nave S. Felice. Vlakbij de camping in Algund heb ik bij de fietsenmaker eerst mijn banden op de goede spanning laten brengen. In Meran was het even zoeken om op de goede route te blijven maar eenmaal buiten de stad richting Bozen liep alles gesmeerd. Voorbij Bozen was het weer klimmen geblazen (niet de lichte variant genomen) maar dan wordt je uiteindelijk beloond op een magnifiek uitzicht op het dal wat je achtergelaten hebt. De stad Bozen en vierkante kilometers vol met appelboomgaarden. Voorbij Kaltern gaat het weer naar beneden en kom je in de zogenaamde Süd-Tirolische Weinstraße. Steeds minder appelboomgaarden, steeds meer wijngaarden. Aan weerszijden van de route torenen hoge bergmassieven op. Soms komen ze dicht bij elkaar en ga je in lange bochten er tussendoor. Het weer was mooi maar de laatste twintig kilometer had ik een fikse tegenwind.
Nave S. Felice is een dorpje van niets. De camping behoort bij een oud hotel wat ligt tussen een autoweg en een spoorlijn. De treinen denderden op 50 meter afstand langs de tent. Wat een herrie! Gelukkig reden er ’s nachts geen treinen en heb ik nog best goed geslapen. Misschien kwam dat ook door het lekkere glas witte wijn wat ik voor het slapen nog op het terras van het hotel heb gedronken.

Zicht op Bozen en appelboomgaarden

Dag 15: Nave S. Felice – Bassano del Grappa, 127 kilometer.

Vandaag was weer zo’n dag dat alles anders liep (fietste) dan het plan was. Het plan: naar Trento fietsen, daar de trein naar Pérgine Valsugana nemen en vandaar rustig afdalen naar Bassano del Grappa. Het was zondag eerste Pinksterdag en ik vond dat ik het wel een keertje rustig aan mocht doen. De klim vanuit Trento is bijna 5 kilometer met steeds zo’n 6 tot 9% en een uitschieter van een stukje 13%. Die klim wilde ik aan me voorbij laten gaan. Rond negen uur kwam ik aan op het station van Trento en daar bleek de eerste trein naar Pérgine pas om 14.00 uur te vertrekken. Er gingen alleen bussen en daar kon de fiets niet mee mee. Het plan toen bijgesteld: toch maar klimmen en dan nog een kilometer of vijftien fietsen naar het Lago di Caldonazzo en daar m’n tentje op zetten en verder genieten van de dag en zwemmen in het meer.
De klim uit Trento was superzwaar. Het was ook warm! Ik moest een paar keer af stappen om even uit te puffen maar uiteindelijk kon ik vanaf Cognola rustig afzakken richting Lago di Caldonazzo. Ik kwam daar om twaalf uur aan. Een prachtig meer maar erg toeristisch. Het was vanwege het mooie weer het een drukte van jewelste met allemaal dagjesmensen. Daartussen voelde ik me helemaal niet thuis. Dus weer mijn plan bijgesteld: op naar Bassano del Grappa. Een prachtig stuk door het dal van de Brinta. Langzamerhand werd de rivier ruiger en de bergen aan weerszijden kwamen steeds dichter naast de rivier. Op een gegeven moment fiets je kilometers lang door een smalle kloof. Spectaculair. Dan worden de bergen om je heen lager en fiets je – letterlijk – voor Bassano de Alpen uit. In deze mooie stad – het was inmiddels tegen zessen – was het erg druk. Helaas was de camping aan de andere kant van de Brinta nog weer zeven kilometer de heuvels op fietsen (de minicamping bij de zorgboerderij was gesloten).
Zo had deze Pinksterdag veel verrassingen in petto. Gelukkig was er naast de camping een prima restaurant waar ik genoten heb van pizza en bier.

Bassano del Grappa

Dag 16: Bassano del Grappa – Oriago, 95 kilometer.

Vandaag dan eindelijk een makkelijke rit. Vanuit de camping weer afgedaald naar Bassano del Grappa. Een gedeelte ging over het parcours van de Giro die hier volgende week wordt gereden. Veel roze versieringen langs de weg en bij cafés.  In Bassano de route richting Venetië opgepakt. Vergeleken met gisteren een saaie etappe. Veel langs agrarisch gebied en door weinig opzienbare dorpjes. Opvallend zijn wel de hoge, ranke kerktorens die naast de kerk zelf staan. De stad Citadella, geheel ommuurd en met mooie poorten was eigenlijk het hoogtepunt van de etappe. Verder is het opvallend dat er veel boerderijen maar ook villa’s en kleine kastelen leegstaan, de kozijnen dichtgetimmerd. Tegelijk zie je heel veel moderne, nieuwe villa’s geheel omheind en met elektronische poorten en camera’s. Jammer dat de tegenwoordige rijken de bouwvallige kastelen en villa’s niet hebben gekocht en opgeknapt. Dat zou de omgeving zeer verfraaien.
Halverwege de middag kom ik op camping Serenissima aan. Ik kies een tentplek maar nog voor ik de tent opzet besluit is een cabin te huren (alleen een bed, open kast, stoel, tafel). Er komt een flinke bui aan zag ik op internet. Bovendien, ik blijf hier twee dagen want ik wil morgen met de bus naar Venetië. Dan staan mijn spullen meteen veilig.
Mijn buren op de camping zijn twee vrouwen die fietsend onderweg naar Rome zijn en vandaag Venetië hebben bezocht. In gesprek bleek al snel dat ik bij één van de twee in de klas op de middelbare school in Ede heb gezeten. Dus dat werd herinneringen ophalen.

Citadella

Dag 17: Oriago – Venetie – Oriago, met de bus. Een toeristisch dagje.

Regen op het San Marcoplein

Dag 18: Oriago – Baone, 78 kilometer.

Vanmorgen weer op de fiets gestapt van camping Serenissima naar Agriturismo camping Alba, tussen Monsélice en Este. Het was een makkelijke rit, veelal over dijken langs rustige riviertjes. Er was veel bewolking en links en rechts waren regelmatig onweersbuien zicht- en hoorbaar. Grotendeels ben ik er tussen door gefietst. Twee maal fietste ik door een buitje heen waar ik mijn regenjas haast niet voor aan hoefde te trekken. De omgeving is wijds en aan de westkant doemden de heuvels op gevormd door vulkanische activiteiten in het verre verleden. Onderweg groet ik Mariette en Joop die aan het lunchen zijn op een bankje. Ik ben ze al vaker tegengekomen. Later ontving ik foto’s die Joop van me heeft gemaakt terwijl ik aan kwam fietsen.
Het stadje Monsélice fiets ik door. Later in de middag, als ik me heb geïnstalleerd op de camping wil ik nog weer terug om de ‘Santuario delle sette Chiesa’ te bezoeken. Zeven kapellen die vroeger bezocht konden worden om aflaten te verdienen. Boven op de heuvel, waar de kapellen staan, is er een prachtig uitzicht over de omgeving. Tenslotte de moderne Duomo bezocht. Wat een ruimte. Bijzonder. Zelfs nog even op het orgel gespeeld.

Uitzicht bij Monsélice

Dag 19: Baone – Ferrara, 72 kilometer.

Vandaag weer naar een grote stad, Ferrara. Een zonnige dag en een etappe zo vlak als een strak gestreken laken. Ik moest denken aan een gedichtje wat ik vijftien jaar geleden schreef:

‘Fietsen langs de Po
Is dat niet saai ofzo?’
‘Het waren meer de bergen die mij pakten
Maar ik hou me nu maar even op de vlakte’.

Net als gisteren weer veel op dijkjes langs riviertjes gefietst. Dit gaf mooie uitzichten over het uitgestrekte landschap. Veel dieren zag ik: fazanten, zilverreigers, hagedissen en zelfs een bever die vlug het riet indook toen ik aan kwam fietsen. Hoogtepunt was een havik die vlak voor mijn neus een wegschietende hagedis probeerde te grijpen. De vogel hing al een tijdje boven me en wachtte blijkbaar op het moment dat een hagedis wegschoot. Dat zie je regelmatig gebeuren.
Het water in de Po stond erg hoog. Hele ‘uiterwaarden’ (heet dat in Italië ook zo?) stonden onder water.
In Fratta Polésine – het moest zo zijn – zaten op een terras Stephan en Harriët (die via Verona waren gefietst), Mariëtte en Joop en ook nog Ton. Allemaal fietsers onderweg naar Rome (of Assisi) maar vandaag naar Ferrara. We spreken af vanavond daar met elkaar ergens te gaan eten. Omdat er geen camping is in Ferrara boek ik een kamer in dezelfde B&B als waar Stephan en Harriët zijn. Een zeer luxe kamer! Het etentje was erg gezellig!

Ferrara ’s avonds

Dag 20: Ferrara – Quartiere, 26 kilometer.

Ferrara – Ravenna zou in één dag te doen zijn maar in Ferrara wil ik nog de tijd nemen om de basiliek San Francesco te bezoeken. Dat was zeer de moeite waard. Wat een rust in deze grote kerk die net buiten het drukke stadscentrum staat.
’s Middags dan een korte etappe naar Quartiere, een gehuchtje bij Porto Maggiore. De ontvangst op Agriturismo ‘Unicorno’ is echter groots. Een oude vrouw van 82 jaar leidt me rond. Ik ben de enige gast en kan mijn tent opzetten bij het gastenverblijf waar ik ook gebruik kan maken van de huiskamer en de keuken. De oude boerderij wordt nu gebruikt als verblijfplaats voor paarden van mensen uit de omgeving. Maar over het terrein lopen ook kippen, ganzen en pauwen. Leuk!

Basiliek San Francisco, Ferrara

Dag 21: Quartiere – Ravenna, 89 kilometer.

Vanmorgen werd ik tijdens het inpakken verrast door de eigenares van de Agriturimo met twee sneetjes geroosterd brood met daarop twee spiegeleitjes. Hoe lief! Ik heb haar bij het afrekenen een flinke fooi gegeven. Ook heb ik één van mijn bidons achtergelaten, maar dat was niet de bedoeling.
Het fietsen door deze streek is na een dag of vijf niet meer zo spannend. Alleen de steden en kleine stadjes geven nog wat bekijks. De camping bij Ravenna ligt zo’n vier kilometer voorbij de stad. Vanwege het mindere weer huur ik een kamer. Eind van de middag fiets ik terug naar de stad. De Basiliek San Francesco bezocht op het gelijknamige piazza. Een oude Romaanse kerk met veel schilderijen. (Hoe dichter je bij Assisi komt, hoe meer je San Franciscus tegen komt). Naast de basiliek staat de tombe van Dante, die hier heeft gewerkt en is overleden. Voor de beroemde mozaïeken in de stad had ik helaas te weinig tijd. Het ging me ook vooral om de sfeer te proeven. Die vond ik overigens wat matjes. Weinig volk op de pleinen terwijl het toch zaterdagavond was. Ook geen straatmuzikanten die vaak voor wat sfeer zorgen. Alleen op het Piazza del Populi leek het gezellig.
Morgen gauw verder. De Po-vlakte uit.

Vleugel mozaïek in Ravenna

Dag 22: Ravenna – Porta Messa, 100 kilometer.

Drie weken ben ik nu onderweg en het einddoel komt in zicht. Wat een heerlijke dag vandaag. Lekker weer en een prachtige etappe. Dat had ik wel nodig na vier dagen fietsen door de Po-vlakte. Het eerste deel gaat door een bijzonder bos met veel zogenaamde paraplubomen die je ook veel in Ravenna ziet. Naaldbomen met een hoge, brede kruin. Vervolgens langs toeristische kustplaatsen aan de Adriatische zee. Het was er vrij druk vanwege de combinatie zondag en strandweer. Na Cesenatico rustig gefietst richting de Apennijnen die steeds dichterbij komen. Op een weg is kilometers lang de naam van Pantani geschilderd. De legendarische wielrenner komt uit deze omgeving en is begraven in Cesenatico. Langzaam gaat de etappe dan licht omhoog. Ik genoot van de mooie uitzichten, de vele bloeiende planten en struiken en de bijzondere vogels die ik zag. Bij de rivier de Rubicon kon ik nog een bever fotograferen. Die zijn hier toch niet heel schuw. Het laatste deel van de etappe was onverhard. Langs de Rubicon waren hele stukken van het oorspronkelijk fietspad ingestort en moesten er korte omleidingen worden gemaakt. Dat was even opletten.
In Porta Messa, aan de voet van de Apennijnen, kon ik mijn tent opzetten op een strak groen gazon. Dat zie je niet veel. Samen gegeten met een jong Belgisch stel (net afgestuurde huisarts en tandarts) die een rondrit maken door Europa.
Morgen weer klimmen.

Weg bij Cesenatico

Dag 23: Porta Messa – Sansepolcro, 58 kilometer.

De één-na-laatste dag van de fietstocht naar Assisi gaat over de Apennijnen. Eerst een paar kilometer vlak en dan grosso modo vijfentwintig kilometer omhoog en dan vijfentwintig kilometer weer omlaag. Het was warm vandaag en de klim was op een paar stukken na erg zwaar. Ik heb de tijd genomen en een paar keer gerust. Halverwege de klim koffiegedronken in Badia Tedalda. Daar kwam ik Ton weer tegen (zie dag 19). De uitzichten waren prachtig, vooral bij de lange afdaling. Een paar keer afgestapt om hier van te genieten. Anders ben je immers zo beneden.
Vanuit Sansepolcro naar de camping gefietst, even buiten de stad. Een oude herenboerderij met zelfs een kapelletje waar in het voorportaal zwaluwen hun jongskens voerden (Psalm 84!). Ook hier weer verschillende fietsers ontmoet die naar Rome fietsen of daar vandaan kwamen.
Eind van de middag het oude centrum van de ommuurde stad bezocht. De moeite waard! In de Dom was niemand. In het koor stond een groot orgel wat ik aan kon zetten. Het pijpwerk bevond zich links en rechts hoog in het koor. Natuurlijk weer even gespeeld, zelfs even met het volle werk. Heerlijk!

Brug over de Rubicon

Dag 24: Sansepolcro – Assisi, 95 kilometer.

Al drieënhalve week fiets ik naar Assisi, maar vandaag fiets ik er echt heen! Het einddoel van mijn tocht. Een etappe met nog veel klim- en daalwerk. De meters kunnen tegen elkaar weggestreept worden. De benen kunnen het onderhand wel aan. Het eerste stuk gaat langs de Tiber, de rivier die verder stroomopwaarts ook door Rome stroomt. Qua omgeving is het eerste deel van de etappe niet heel bijzonder. De ommuurde stad Citadella komt voor de koffie eigenlijk te vroeg maar lijkt te mooi om zo maar voorbij te fietsen. Dus toch maar door één van de stadspoorten gefietst en het centrale plein opgezocht. Om de hoek daarvan staat een grote kerk die gewijd is aan San Francisco. Deze natuurlijk bezocht. In het gelijknamige koffietentje er tegenover drink ik mijn Latte Machiato.
Zoals Hans Reitsma beschrijft wordt de route halverwege mooier. Glooiende landschappen, wijngaarden, vergezichten. Mooi om doorheen te fietsen.
En dan komt Assisi in zicht. Eerst nog Santa Maria del Angeli met haar grote gelijknamige kathedraal (die grotendeels in de steigers staat), dan nog een paar kilometer stijgen om de tegen een heuvel opgebouwde stad te bereiken. Zij schittert in de zon. De stad van Franciscus. Ik rijd via de Porta San Pietro Assisi binnen. Over de kasseien moet ik nog een stukje klimmen om de Citalla Ospetalità te bereiken. Hier zal ik vier nachten vertoeven om dan zaterdag via Perugia naar het meer van Trasimeno te fietsen vanwaar ik met de cyclebus terug reis naar Nederland.

2000 kilometer gefietst.
Het zit er op.

Fietstocht naar Rome 21 april – 23 mei 2009

Dagboek van mijn fietstocht  naar Rome

14 april ben ik 50 jaar geworden. Een week later ben ik begonnen aan een solofietstocht naar Rome. Ik heb de route van Hans Reitsma gevolgd.(zie www.reitsmaroutes.nl) Hieronder leest u mijn verslag/dagboek. Als u op een foto klikt wordt deze vergroot

Dag 1: 21 april, Well

Sdc10181

Na alle voorbereidingen en twee volle weken (marathon Rotterdam, Bob Dylan, Pasen, 5 KM met Hanna, Verjaardag, afscheid op mijn werk en Candy Dulfer) was het vandaag zover. Om 8 uur uitgezwaaid door Cisca, Julia, Hanna en de buurjongens.
Een prachtige dag. Eerst nog even wat frisjes, maar vanaf half 11 korte broekenweer. Na 32 kilometer in Rhenen koffie gedronken bij Wim van Urk. Hij heeft lekkere koeken gekocht! Dan de Rijn over, en het gevoel echt weg te zijn.
Een prachtige route langs de Rijn naar Nijmegen. Even kletsen met een oud wielrenbaasje die 200 KM fietst, 30 KM per uur. In de Ooipolder m’n broodjes opgegeten en genoten van de rust en het mooie weer. Later in de middag een terrasje gepakt in Gennep. Mijn fiets met bepakking en vaantje (50) heeft de belangstelling van een wandelaar. Hij wenst me geluk. Voorbij Gennep ga ik het 100 KM punt voorbij! Met de boodschappen van de Albert Heyn (hier zit ook al een Oost-Europeaan trieste accordeonmuziek te spelen) fiets ik richting mijn eindbestemming van de dag: mini camping ‘De Halve Maan’. Omdat ik van de route ben afgeweken is het even zoeken, maar om 16.45 uur wordt ik na 120 KM hartelijk ontvangen door de beheerders. Een mooi plekje, een warme douche en een lekkere hap klaargemaakt op m’n vertrouwde brandertje maken deze prachtige eerste dag compleet!

Dag 2: Jullich 22 april

Sdc10191

Slecht geslapen. Op zich lag ik wel lekker. Ik werd uiteindelijk om 7.45 uur wakker. Ik wilde op tijd weg, want qua campings was de keus: Paarlo (75 KM) of anders pas Jullich (120 KM). Jammer genoeg zat er niets tussenin en omdat het weer zo mooi was moest het natuurlijk kamperen worden.
Fietsen door Noord-Limburg, langs de Maas, de aspergevelden, langs de Hertog-Jan brouwerij in Arcen. In Venlo veel tijd verloren bij het zoeken van de route. In Roermond tussen de middag gegeten, lekkere tosti met koffie verkeerd. Dan bij Vlodrop de grens over. Weer even verkeerd gereden, maar een Nederlandse vrouw wijst me de weg. Dan fietsen langs de Roer (waar mond die uit?). Veel onverharde paden, maar mooie natuur. Veel toerfietsers onderweg. De camping bij Jullich is meer een staplaats voor campers. “Sie kommen heute Abend kassieren” wordt er tegen mij gezegd, maar er is niemand langs geweest. Op de markt van Jullich een hapje gegeten, Wiener Schnitzel. Nog even bij een citadel gekeken. Teruggekomen zie ik dat er naast dit veld wel een tententerrein is wat nog gesloten is. Het toiletgebouw mag gebruikt worden door de mensen van de campers. Een vrouw biedt me haar pasje aan zodat ik kan douchen.

En nu lig ik dit hier op te schrijven. Al 2 dagen zitten erop. 240 KM. Het voelt goed.

Overigens, Jullich is gesticht door de Romeinen en heette oorspronkelijk Juliacum , ‘plaats van Julia’.

Dag 3: Remagen, 23 april

Sdc10199

Aan de oever van de Rijn op camping Goldene Meile. Aan een picknicktafel gekookt en gegeten. En nu (20.00 uur) zit ik dit te schrijven. De zon schijnt nog zwakjes op mijn gezicht. Het was een pittige dag.De geplande 100 KM zijn er 115 geworden doordat ik een paar keer ben fout gereden. Ook best nog wel veel klimmen en dalen. De conditie is echter uitstekend en zadelpijn heb ik niet (of het moet dat branderige gevoel zijn wat ik aan het eind van de etappe wel heb in m’n kruis).
Een mooie fietstocht. Nu echt het gevoel in Duitsland te zitten. Heuvelachtig met in de verten windmolens waarvan er de helft stilstaan. In Duren koffiegedronken bij een broodkraampje langs de weg. Geen geld: 3 belegde broodjes (kaas, ei, ham), 1 droog kaiserbroodje, 1 koffiebroodje en 2 keer koffie: €5,-. Vandaar dat ik maar wat extra’s heb genomen.
Ik zat daar op een bankje naast een telefooncel en een brievenbus. Een jongedame vroeg of ik ook Briefmarke verkocht. Ze dacht dat ik een postbode was vanwege mijn geel-zwarte tassen. Een oud mannetje van 84 jaar beklaagde zich erover dat er geen bericht meer op de brievenbus stond wanneer hij geleegd is. Volgens hem slaan ze de lichting wel eens een dag over. “Das ist nicht slimm”.

Morgen ga ik het maar eens rustig aan doen. Naar Koblenz is 45 KM

Dag 4: St. Goar, 24 april

Sdc10208

Na Koblenz toch maar verder gereden. De etappe afgemaakt tot St. Goar. Een mooie route veelal direct langs de Rijn. Prachtig. Oude stadjes, Ruines en nog gave burchten. Een makkelijke route waar weinig mis kon gaan. Ook weer mooi weer. Daarom toch gekozen voor een langere afstand. Er stond wel een straffe wind die in de loop van de middag nog steviger werd. Al met al werd het toch nog behoorlijk zwaar. In Andernach de kerk bekeken. In Koblenz gelunchd op het Deutches Eck. De Moezel stroomt hier in de Rijn. Op de camping aan de overkant heb ik in 1982 nog met Wim van Urk gekampeerd.
De eerste fietsers ontmoet die ook naar Rome gaan! Twee oudere mannen haalden me in en herkenden mijn boekje. Ze rijden zelf met GPS, 160 KM per dag! Maar dan wel met een racefiets zonder bagage. Hun vrouwen volgen per camper en zorgen voor het eten. De camping in St.Goar ligt iets boven het stadje in een zijdal naast een kabbelend beekje. Het is het mooiste plekje tot nu toe. Ik volg een onderhand bekent ritueel: Tent opzetten(die is nog kletsnat, maar droogt meteen op in de zon), spullen van de fiets in de tent en dan boodschappen doen. In het stadje m’n eerste ijsje gegeten. Nog een kerk bekeken en een stuk gewandeld richting de burcht. Dit is wel een verschil met een gewone vakantie. Dan had ik de heuvel helemaal beklommen naar de burcht. Het bevalt me prima om zo op weg te zijn. Ik vermaak me goed. Ben met de gewone dingen van het leven bezig. Ik weet nog dat het vrijdag is, maar het zegt me steeds minder. Hoewel, ik dacht nog wel: thuis eten ze pannenkoeken.

Dag 5: Leeheim,  25 april

Sdc10219

Het was gewoon zomer vandaag! En zaterdag. De kinderen speelden op straat, oma’s wandelden met hun kleinkinderen en (vooral) mannen veegden hun stoep aan. Het is schoon in Duitsland. Je ziet hier geen flesje of blikjes langs de weg. Vandaag weer vroeg op de fiets. 8.30 uur vertrok ik uit St. Goar om rond 16.30 in Leeheim aan te komen. Prachtige route wederom, al helpt het weer natuurlijk wel mee. Rond 10 uur in Bingen koffiegedronken. Dit probeer ik steeds: koffiedrinken in een backerie/konditorei (zoals dat in Duitsland heet). Een koffiekoek erbij en tegelijk broodjes voor de luch bestellen. Hier konden ze de broodje ook beleggen: zwei mit Käse en ein mit Schinken. “Salat dabei?” “Gerne”. En een hardgekookt ei. En zo zat ik tussen de middag heerlijke broodjes te eten bij een oude ruïne (Turm). Op een gedenkplaatje hierbij staat te lezen dat de heilige Ursela met haar 10.000 maagden in de middeleeuwen hier is langsgekomen op pelgrimstocht naar Rome.
In Bingen wilde ik de basiliek nog bezoeken. Bij de kerk sprak een meisje mij aan die zei dat ik door welke deur ik naar binnen moest. Ze zag me aan voor toerist en vertelde vrijuit over de kerk en haar moeder die binnen de bloemen aan het verzorgen was. Zij kwam bijna dagelijks naar de kerk voor een gebedje. Ze vond mijn reis naar Rome fantastisch. We spraken overigens Engels zo ook later met haar moeder die ik in de kerk ook nog even sprak. Ik verteld over mijn vrouw die ook altijd met bloemen bezig was en we spraken over de oecumene. Ze was ook in Taizé geweest.
Onderweg kwam ik langs een fietsenzaak. Daar mijn banden op goede spanning laten zetten en gekeken naar andere zijsteunen voor het stuur. Door het spiegeltje kan ik mijn linkerhand niet goed aan de zijkant van het stuur vasthouden. Hij had geen alternatief maar tipte om het spiegeltje naar beneden te zetten. Dat ik daar zelf niet op was gekomen…
En steeds word ik voor postbode aangezien vanwege mijn geel-zwarte tassenset. Daarom me maar op de foto laten zetten met een echte postbode.
Op de camping bij Leeheim was de bazin een vriendelijke vrouw die vertelde dat ze Friese voorouders had. Je kon het zien, ze leek op Teun. Er kwamen nog een stel jongeren op het veldje. Dat maakte het wat sfeervoller dan ik tot nu toe meemaakte. Zo is er alweer een mooie dag voorbij. Morgen is het zondag en dan fiets ik door Heidelberg. Daar kan je 52 zondagen doorheen fietsen!

Dag 6: Walldorf,  26 april

Sdc10226

Vandaag weer een prachtige zonnige dag, en niet zo’n zwaar parcours. 90 KM. In de stadjes is de routebeschrijving vaak onduidelijk. In Weinheim werd ik geholpen door een Duitse leeftijdgenoot die een stuk met me mee fietste en me de weg naar Heidelberg wees. We spraken Engels. Over mijn trip naar Rome: “you are crazy”. We spraken over rockmuziek. Hij hield van de Golden Earring.
In Heidelberg was het ook even zoeken naar de ‘Alte Stadt’ Eenmaal gevonden bleek het daar een drukte van jewelste. Een flink gevulde Turkse pizza gegeten en 2 kerken bezocht. In de Evangelische Kirche een kaarsje voor Emma aangestoken. Op de datums 26, 13, 15 en 19 ga ik respectievelijk Emma, Julia, Cisca en Hanna-dag houden. De katholieke Jezuïeten kerk was adembenemend mooi. Helemaal wit. En een orgel… prachtig. Gloednieuw en kolossaal groot. Een organist speelde ‘Nun danket alle Gott’ in variaties van Khun (dit raakte me zo dat ik spontaan begon te janken, en gauw in een bank ben gaan zitten), en later een stuk van Franck of Vierne. Ik heb hem boven gesproken. Bleek een student van het conservatorium. Hij zei dat het geen Franck was, maar een eigen improvisatie. Op straat speelden ook nog drie jongens klassieke muziek op elektrische gitaren. Bijzonder.
Op de camping in Walldorf staan wat Nederlanders, zelfs met kinderen. Het is in Nederland ook vakantie. Ze kwamen nota bene een inbussleutel lenen, zo’n grote caravan en dan nog iets nodig hebben van een fietser met bijna niks bij zich.

Schnellbron, 27 april

Sdc10238_2

Van het platteland het Zwarte Woud in. Geen eindeloze velden met Spargel (asperges) meer met in de dorpjes de talloze verkooppunten daarvan. Opeens zit je in een ander gebied. Heuvels, boomgaarden, bossen. Het leek aanvankelijk een rustige etappe, maar het venijn zat hem weer in de staart . Verdwalen in Pforzheim en een zware klim tot besluit. In 11 KM  275 meter omhoog. Weer dus om 17.00 aangekomen op de camping. Ik denk steeds van te voren: om 15.00 uur ben ik er wel, maar steeds valt dat tegen. Afijn, het douchen is altijd een zaligheid. Ook steeds meteen shirt en broek wassen en daarna koken. Een goed gevulde nasi uit de diepvries.
In een klein stadje gezelschap gehad van een man die alles wilde weten over mijn reis. Dat zijn steeds leuke onderbrekingen. A.s. vrijdag is het hier een feestdag, 1 mei. Overal zie je al ‘Maybaumen’ liggen die dan worden opgezet. Een lange kale boomstam met bovenop een den met linten.
En zo zitten de eerste zeven dagen erop. Een week onderweg. Ik begin nu echt het gevoel te krijgen ver van huis te zitten. Ook wordt het allemaal wat spannender. Beklimmingen, minder campings, straks Oostenrijk in, meer verlaten stukken, en dan Italië wat ik helemaal niet ken.
Tot nu toe is het boven verwachting verlopen. 730 Km zijn afgelegd. Het weer was geweldig, zelfs vandaag is het droog gebleven al was het sterk bewolkt. Alleen vermaak ik me ook prima.

Dag 8: Tubingen, 28 april

Sdc10248_3

Vandaag een jeugdherberg gekozen. Het begon vannacht te regenen en het heeft de hele dag doorgesijpeld. Verkleumd kwam ik in Tubingen aan. Het was een mooie rit, maar door het slechte weer is het natuurschoon mij een beetje ontgaan. Jammer, want een heel stuk ging door een afgesloten natuurgebied (zoiets als de hoge Veluwe). Ik wilde eigenlijk nog verder, de “Schwabische Alb” over, maar vanwege het weer en ook wat haperingen aan m’n fiets daar maar van af gezien. De remmen en versnellingen moeten bijgesteld worden. Rond 14.00 uur kwam ik in Tubingen aan. Een heerlijk lunchbuffet gebruikt bij een Indiaas restaurant voor €7.90. Daarna de jeugdherberg opgezocht en daar de tent opgedroogd en een handwasje gedaan.  Toen de stad in geweest. Een mooie binnenstad met een burcht even buiten de stad tegen de heuvel op. Zo zie je het veel in oude Duitse steden.
Vanavond kennis gemaakt met m’n kamergenoten. Een Duitse ingenieur die hier bij een bouwproject betrokken is en een arts die studeert voor neuroloog en hier in de stad gastcolleges volgt. Hij kwam uit Bulgarije, maar studeert in Boston. Interessante gesprekken over de gezondheidszorg en de kredietcrisis. Vanavond ook nog met het thuisfront gebeld. Gelukkig gaat daar alles goed. Morgen de Schwabische Alb over.

Dag 9: Sigmaringen, 29 april

Sdc10258_3

Sjonge, wat heb ik vandaag genoten. Trouwens, wel slecht geslapen in de JH. Ik begon goed te wennen aan m’n tentje en m’n matje. De laatste dagen sliep ik uitstekend. Maar goed. Na het ontbijt naar de fietsenmaker gegaan (vlakbij de JH). Men was zo vriendelijk mij meteen te helpen. Versnelling, remmen afgesteld en gesmeerd. Het duurde even, maar zo’n afstelbeurt is nou eenmaal nodig bij een nieuwe fiets die nog niet goed is ingereden.
Fietsen ging heerlijk vandaag. Geen grote plaatsen waar ik vaak in verdwaal. Maar 1 keer verkeerd gereden. Een mooie route tussen de heuvels van het Zwarte Woud door. Aan het begin een stevige beklimming van de Schwabische Alb, maar die pakte ik in één keer. Daarna genoten van het fietsen en de omgeving. Het beetje regen van het laatste uur deerde me eigenlijk niet. Goede regenkleding! Ik werd nog ingehaald door een man die dezelfde route reed. Ook weer op een snelle racefiets met nauwelijks bepakking. Hij ging van hotel naar hotel. Grappig was dat hij me later nog een keer inhaalde. Blijkbaar ben ik niet de enige die zich weleens in de route vergist.
Aangekomen in Sigmaringen toch maar voor de JH gekozen hoewel het weer begon op te klaren. Een prachtig nieuw gebouw (i.t.t. Tubingen, dat was oud en bouwvallig). Er waren maar 2 gasten. Ik had dus een ruime 1 persoonskamer.
Later weer de stad bekeken. Wederom een mooie burcht en een kerk waar de heilige Fidelius ligt begraven. Bij de Aldi lasagna gekocht en dat in de badkamer au-bain-marie opgewarmd. ’s Avonds nog even terug naar de stad (dalen en terug weer klimmen 8%) om even te internetten.

Dag 10: Bregenz, 30 april

Sdc10279_2

Leve de Koningin!  In Duitsland zijn ze overal bezig met het voorbereiden van de Mayfeste. Ik zal het hier niet meer meemaken, want ik zit al in Oostenrijk. Of hebben ze hier ook 1 mei vieringen?
Op dit moment (21.57 uur) lig ik in m’n tentje. Ik sta op een tweede-rangs camping even buiten Bregenz. Een boer (Weiss) heeft van z’n grond een camping gemaakt, maar er staan meer Turken die er permanent lijken te wonen dan vakantiegangers. Ik hoefde me ook niet in te schrijven. Geef maar 5 euro zei hij. Het fietsen ging geweldig vandaag. 120 kilometers gemaakt, 2 etappes uit het boekje! Vanochtend vertrokken om half 9 en ik kwam hier aan om 5 uur. 2 korte en een langere rustpauze gehad. Vanmorgen was het nog regenachtig, maar het zette niet door. De zon deed steeds z’n best om door de wolken te komen. Wel veel tegenwind de eerste helft wat maakte dat het behoorlijk fris was. Lekker mijn handschoenen aangehouden. Een prachtige route! Veel boomgaarden, fruit, hop. Alles staat in bloei. Op een paar pittige hellingen na veel vlak en verschillende afdalingen richting de Bodensee. Je merkte dat het klimaat aan het veranderen was. Ook de zon brak op het laatst nog door. Het bereiken van de Bodensee voelde echt als een hoogtepunt van deze week, een soort eerste mijlpaal, want daarachter zag je ze: de Alpen. Net voor Bregenz de grens over naar Oostenrijk. Weer een mijlpaaltje. Het laatste stuk ging direct langs de Bodensee. Schitterend.
Nadat ik de tent had opgezet en lekker gedoucht had en de fietscontrole heb gedaan ben ik nog even in de stad geweest. Een Turkse Pizza gegeten. Ja, de Turken zitten ook in Oostenrijk.
Helemaal voldaan lig ik nu hier. Morgen niet zo’n zware etappe. Die komt overmorgen.

Dag 11: Bludenz 1 mei

Sdc10292_3

In Oostenrijk hangen in plastic tassen kranten aan lantaarnpalen. Je kunt die kopen door geld in een busje te doen wat er bij hangt. Bij de ingang van de camping staat zo’n lantaarnpaal. Ik ben er naar toe gelopen nadat ik een antwoord SMSje van Emma had gekregen waarin ze vroeg of ik wist van de ramp in Nederland op Koninginnedag. In de krant las ik het verhaal en zag ik de foto’s. Verschrikkelijk.

1 mei is in Duitsland en Oostenrijk een nationale feestdag. Alle winkels zijn dicht. Daar had ik niet op gerekend. Gisteren was ik te laat voor de boodschappen voor o.a. het ontbijt. Ik moest het dus doen met een mueslireep en een banaan. Om 8.30 uur uit Bregenz vertrokken en om 10 uur in een net café een frühstuck gebruikt, met extra broodjes voor later op de dag. De dag begon fris, maar toen de zon eenmaal doorbrak werd het weer korte broeken weer. Heerlijk! Een makkelijke etappe naar Bludenz langs de Neue Rhein, dus zo goed als vlak. Doordat ik nergens verkeerd kon rijden was ik nu eindelijk ook eens vroeg op m’n eindbestemming.   Om half 3 was ik al op de camping. Een hele keurige camping deze keer. De eigenaresse die in de tuin bezig was zei dat ze ‘geschlossen’ waren, maar voor mij maakte ze een uitzondering. Prachtig uitzicht op de bergtoppen. Lekker gedoucht en een paar spullen gewassen die daarna in het zonnetje konden drogen. De camping mevrouw informeerde of ik op reis was naar Rome. Haar camping werd vaker bezocht door reizigers zoals ik. Heerlijk in het zonnetje gerelaxt. Voor het eerst aan een sudoku begonnen. Daarna even in de stad wezen kijken. Ik had gehoopt op wat festiviteiten, een band op een plein of zo, maar er was 1 mei ten spijt helemaal niets te doen. Alleen in de dorpjes heb ik verschillende marcherende fanfares gezien. Mijn oog viel op een chinees restaurant met een buffet voor €10,90. En daar zit ik op dit moment van te smullen en tussen de gangen door dit zo op te schrijven. Cisca en de meiden waren vandaag in Amsterdam. Die hebben vast en zeker ook gechineesd.
Het was een heerlijke dag, die wel een schaduwrand kreeg door het nieuws uit Nederland.

Dag 12: Landeck 2 mei

Sdc10298_3

Volgens Hans Reitsma heb ik vandaag de zwaarste etappe van de route naar Rome gefietst. Door het Klostertal naar de Arlbergpas om via die pas in het Vorarlgebergte in Tirol uit te komen. Het stijgen betekende concreet: in 35 kilometer van 550 meter naar 1800 meter. Met name de laatste 10 kilometer waren erg zwaar. Het lukte me om alles te fietsen, maar ik heb wel een paar tussenstops gehad om even bij te komen. Tjonge wat is dit anders dan zeg maar een 10 kilometer hardlopen. De ademhaling is zo anders. Puffen, puffen en nog eens puffen. En zweten…verschrikkelijk. Maar gaaf is het zeker. Overigens heb ik wel het verschil gemerkt van zonder en met een bepakking van zo’n 27 kilo te stijgen. De camping in Bludenz, gisteren lag bovenaan een steile beklimming. Toen ik gisteravond zonder bagage nogmaals omhoog ging, ging me dat bijna gemakkelijk af vergeleken met de eerste keer met bepakking. Het lijkt wel twee keer zo zwaar. Hoe steiler, hoe meer de zwaartekracht je naar achteren trekt. Maar goed, ik heb het gehaald. Het was leuk dat bij aankomst boven op twee Oostenrijkers hun bewondering uitspraken. Onderweg kreeg ik ook een keer een duim omhoog van een wandelaar.  Alpe d’Huez is anders, maar het is iets. Trouwens geen enkele fietser gezien op de beklimming. Gisteren, tijdens de vlakke etappe was dat wel anders. En het is vandaag nog wel zaterdag. Jammer was dat het helemaal bewolkt was. Ik had hierdoor geen ver uitzicht. Maar hoe dan ook, het was prachtig zo te fietsen langs de besneeuwde wegen. Hier en daar zag ik nog skiërs naar beneden gaan.
Boven op de pas waren er wat toeristische uitspanningen. Bij één heb ik koffie gedronken met wat lekkers erbij. (duur!). Net zo lang blijven zitten dat mijn rug en shirt weer een beetje opgedroogd waren van het zweet.  Toen de jas aangetrokken en naar beneden. Wauw, wat ging dat hard. En algauw kwam ik plots in een regenbui terecht.. Doodeng,  ik kon niet meteen stoppen, moest voortdurend remmen, pompend; voor, achter enz. Gelukkig werd later het dalen wat minder steil. En koud dat ik het kreeg. Met name mijn handen en voeten. Het remmen werd heel lastig.  De jas is geweldig. Over mijn lijf kreeg ik het niet echt koud. Verkleumd kwam ik uiteindelijk rond 16.30 uur in Landeck aan (9.30 uur weggegaan uit Bludenz). Op internet had ik gelezen dat je hier hutten kon huren. Daar ben ik op af gegaan en ik zit nu in een ‘studio’ op een terrein met allerlei huisjes, een zgn. sportpark (hier wordt veel aan rafting gedaan). Het is een huisjes met 4 stapelbedden en een keukentje. Ik had dus alle ruimte om alle tassen eens te ordenen, de tent nog goed te drogen en echt te koken. Dus daar met het boodschappen doen rekening mee gehouden: gebakken aardappels, een stukje vlees, heerlijk. Met het thuisfront gebeld. Die hebben het ook goed met elkaar.
Het was een enerverende dag. Vanwege de bewolking helaas niet ver kunnen kijken toen ik boven was. Alles was wit van de sneeuw. Bij het klimmen heb je weinig puf om rond te kijken, bij het afdalen gaat het daarvoor te hard. Wel een paar keer afgestapt voor een mooi plaatje.

Dag 13: Reschen, 3 mei

Sdc10308_3

Een prachtige zondag. Zojuist een avondwandelingetje gemaakt langs de Reschensee, een kunstmatig stuwmeer wat in dit dal is aangelegd. Morgen zal ik een kerktoren wat nog boven het water uitsteekt zien van een ondergelopen dorpje wat hiervoor is opgeofferd. Ontzettend genoten van de bergen, het landschap en de dorpjes. Wat een rust. Over het algemeen een vlakke etappe. Het venijn zat echter in de staart; de Reschenpas. 6 kilometer lang 7% stijgen. (dat is dus 7 meter per 100 meter, dat is 420 meter omhoog in 6 kilometer). Ik heb er de tijd voor genomen, want ik merkte dat de zware rit van gisteren ook nog in de benen zat. Ik moet morgen maar eens een dagje rustig aan doen. Na een hardloopwedstrijd moet je ook herstellen.
Balen was dat de camping die ik op het oog had nog dicht was. De volgende was ruim 15 kilometer verderop. Dat zag ik niet meer zitten. Dus maar een kamer gezocht in Reschen. Achteraf was ik er blij mee, want die camping was echt niks, een grasveld achter een benzinepomp aan de weg. Meer voor campers. Voor het eerst dus nu in een pension, of hoe je het ook maar noemt. Een luxe! Alhoewel, mijn eten heb ik op het balkon opgewarmd (vlindermacaroni met spinazie van Knor: 500cc water en 7 min. Koken) was best lekker.
Ondertussen al weer m’n tweede zondag. Vorige week was ik in Heidelberg. Wat lijkt dat al weer lang geleden. Het gaat eigenlijk allemaal hartstikke goed. Cisca en de kinderen leven heel erg mee. Ik heb niet het gevoel dat ik heel ver van ze af sta. Een beetje aanspraak mis ik soms wel. Op de grens van Oostenrijk-Italië kwam ik een zwaar bepakte fietser tegemoet. Hij was een Duitser (maar met een Nederlandse vrouw getrouwd) die van Florence naar Noorwegen fietste. Het kan dus nog gekker. Hij kampeert overigens niet. Verder vandaag vooral toerende motorrijders tegengekomen en slechts enkele wielrenners.

Dag 14: Merano, 4 mei

Sdc10325_3

Ik was de enige gast in Pension ‘Augusta Claudia’ van dhr. en mw. Ziernhold. Een pension wat denk ik wel 20 gasten kan hebben. Maar april – begin mei is het toeristisch heel rustig in Zuid Tirol. Het winterseizoen (wintersport) is voorbij en het zomerseizoen moet nog komen. Veel hotels en pensions zijn dan ook dicht. Bij het ontbijt kreeg ik alle aandacht van dhr. en vooral van mevrouw Ziernhold. Wilt u nog een eitje? Wilt u nog een glaasje vruchtensap? En ze wilden alles horen van mijn reis, mijn thuissituatie. Dus: ik heb de foto’s die op de camera stonden laten zien.
Om 10 uur op de fiets gestapt, nadat ik de ketting nog even gesmeerd had in de garage van dhr. Ziernhold. Langs de Reschensee met het verdronken dorpje Graun. Alleen de kerktoren steekt nog boven het water uit. Eerst was het nog regenachtig, maar al snel kwam de zon door. In de middag dreigde er weer regen (je ‘ziet’ zo’n bui letterlijk aankomen als je een dal in fietst), maar meer dan een paar spatjes heb ik niet gehad. Het was een prachtige tocht. Veel afdalen over veilige fietspaden. Geweldig! En dan langs de rivier de Etsch met links en vooral rechts de bergen (Ortler gruppe). Indrukwekkend. In het dal veel fruitteelt. En alles bloeit. Weer mannen tegengekomen die dezelfde route fietsen. Vlakbij de start haalden ze me al in. Later kwam ik ze weer tegen en had ik in de gaten dat het Nederlanders waren. Een derde keer in Latch bij een bikeshop. In die plaats heb ik ook nog gepauzeerd bij een modern gebouw/annex museum. Vlak voor Merano haalde ik het stel weer in. Eentje had een lekke band. Toen ben ik maar even gestopt. Het heerschap (60+) kwam uit Heerlen. Ze reden de route met een volgauto van hotel naar hotel. Zo’n die-hard als ik die alles bij zich heeft en hoofdzakelijk kampeert ben ik nog niet tegengekomen. Over die-hards gesproken, ik kwam ze wel tegen. Eerst een ‘hardlopende’ vrouw, met een startnummer. Ik vond dat al een beetje vreemd, maar later volgden er meer. Soms bijna wandelend. Allemaal met nummer. Ik heb toen iemand aangesproken, bleek een Duitser te zijn. Ze liepen een ultralange duurloop van Bari naar de Noordkaap van Noorwegen. Dagelijks 70 kilometer. Achter de Duitser liep een Nederlander. Met hem ben ik een stukje opgelopen. Allerlei nationaliteiten liepen mee.
In Merano toch maar voor de JH gekozen. De lucht was zwaar bewolkt, hoewel de temperatuur goed was. We gaan vast mooie dagen krijgen: Bolzano, Trento!

Dag 15:  Tramin, 5 mei

Sdc10337

Vanochtend ontbeten met een vriendelijke weduwe uit Hannover. Ik voelde me een beetje m’n vader. Ze was een weekje in Meran op vakantie, een prachtig stadje in de Vinschau. Om 10 uur op de fiets gestapt en nog een stukje door de stad gefietst om de sfeer te proeven, en een petje gekocht. Mijn Stonespet laten hangen in de wasruimte van de camping van Bludenz…snik. Toen de route weer op. En, de eerste dag met direct een blauwe lucht, dus meteen met korte broek en zonder jas op de fiets gestapt!. De keus was: een kleine etappe tot de Kalternsee (45 km) of door tot Trento (+45 km). Eindelijk kon ik vandaag de behoefte onderdrukken om door te rijden. Trento was best haalbaar, maar daar was geen camping in de buurt, en met dit mooie weer had ik ook zin om me eens te ontspannen. Dus om 14.00 uur stond m’n tentje al opgezet op een rustige camping bij de Kalternsee. Te midden van allemaal wijngaarden. Het heet hier de: Sus-Tirolische weinstrasse. Op m’n gemak een dorpje in de omgeving bezocht met een prachtig oud Romaanskerkje op een heuvel (St. Jacobskirche, Tramin). Prachtige fresco’s uit 1200.

– SMSje gekregen van Emma en Wim Heij.

– Mijn dagelijkse gedichtje of gedachte geschreven

– Fiets nagekeken en een beetje schoongemaakt

– Hapje gegeten op het terras van de camping (met wijn uit de omgeving)

– Boekje ‘taalgids Italiaans’ doorgebladerd (morgen ga ik het Italiaanse taalgebied in)

– twee kaarten geschreven (Fia en George/Heleen)

Vanavond heerlijk in een bootje op het meer gezeten. Volle maan. Biertje, sigaretje. Fantastisch. Vandaag was het 5 mei, Bevrijdingsdag. In Meran was om de hoek van de JH de XXX april Strasse (hun Bevrijdingsdag) en even verderop kwam ik een Anne Frank Strasse tegen.

Dag 16: Malcisene , 6 mei

Sdc10358

Zeven uur: Opstaan! (is wel lastig in zo’n laag tentje). Tien over acht: op de pedalen! Een lekker weertje vandaag. Het plan was om eind van de ochtend in Trento aan te komen, daar één en ander te bezichtigen en daarna richting de noordpunt van het Gardameer te fietsen. Zo geschiedde. Lekker kopje cappechino gedronken op het domplein, de Dom bezichtigd, en wat door het centrum gewandeld. Mooi! Prachtige marmeren straatbedekking. Een stukje buiten Trento m’n broodjes opgegeten. Daar kwam een jonge vrouw met zoontje voorbij die ook aan het fietsen waren (het was weer een prachtig fietspad). Ze spraken Nederlands, dus ik sprak ze aan. Ze bleken in Trento te wonen. Ze was 9 jaar geleden met een Italiaan getrouwd en geëmigreerd. Kwam oorspronkelijk uit Groningen. Het zoontje, 5 jaar werd tweetalig opgevoed. Voorbij Rovretto weer twee ‘Reitsmagangers’ ontmoet, dit keer twee meiden uit Utrecht en Bussum die de route vanuit Siena naar Nederland fietsen. Allebei erg enthousiast over de reis. Ze waarschuwen me voor de pittige heuvel in de Apennijnen. En: ze kamperen ook!
Ik zit dit nu te schrijven uitkijkend over het Gardameer, zo’n 50 meter van me verwijderd. De camping heeft een terrasinrichting (trapsgewijs stroken gras omhoog). Ook hier weer heel rustig. De mevrouw van de camping moet nog langs komen om af te rekenen.
Morgen een wat kortere rit naar Verona. Mag best, want vandaag was het nog een pittige rit, het laatste stuk voor het Gardameer nog een pas over. Ben benieuwd naar Verona. Heb ’s middags waarschijnlijk wat meer tijd om de stad te bekijken.
Cisca en Hanna aan de telefoon gehad. Thuis gaat alles goed.

Dag 17: Verona, 7 mei

Sdc10361

Daar zit ik dan, ’t is 21.30 uur, Terrasje in Verona, biertje en een Pizza Calzona achter de kiezen.
Om 8 uur was ik al weg. De campingmevrouw niet meer gezien, en alles was dicht, dus gratis gekampeerd. Vandaag langs het Gardameer  gefietst en daarna oostwaarts naar Verona. Ik was er om 13.00 uur. Ingecheckt in de JH, een kolossale oude villa. 20 persoonkamer (5 bedden bezet) voor € 17,-  incl. ontbijt. Daarna de stad in. Naar de Arena, ook erin geweest, diverse kerken bezocht, prachtig museum in een oud kasteel. Vanavond een mis bijgewoond in de kathedraal. Indrukwekkend.
Het is zomer hier! Zeker 25 graden. Het was nogal druk in de stad, veel schoolgroepen. Vooral bij het huis van Julia (Romeo). In de kerken en het museum was het rustiger. Prachtige beelden en fresco’s gezien. In de JH een leuk gesprek gehad met Jael , een Italiaan afkomstig uit Libanon. Ik ben benieuwd of het nog drukker is geworden in de JH. Het is gek, meestal slaap ik in de tent beter dan in het bed van een JH.

Dag 18: Montagnana, 8 mei

Sdc10383

Redelijk geslapen vannacht. Er sliepen uiteindelijk 4 mannen op de kamer. Alleen de deurbel schelde steeds keihard tot 24.00 uur, en vanaf 7 uur weer. Het goedkoopste ontbijt ooit genuttigd. Koffie, thee of warme melk kon je met een grote pollepel uit bakken scheppen in een grote kom. Verder alleen harde witte bolletjes, boter en jam. Lekker rustig aangedaan, Nog even een kerk binnen geweest, in een internetcafé wat foto’s op hyves gezet, nog even langs een bakker. En daar werd ik welkom geheten door een Nederlandse winkelmevrouw. Ze herkende me (als Nederlander) aan mijn oranje Amsterdam Marathon shirt. Deze tweede naar Italië geëmigreerde Nederlandse woont al 22 jaar in Italië. Ze runt met haar man dit winkeltje en ze heeft thuis een hondentrimsalon. Omdat ze zelf ook honden heeft komt ze bijna nooit in Nederland. Ze stelt haar 19 jarige zoon nog voor die naar buiten loopt. Die zegt: Doei! Maar verder kent hij nauwelijks Nederlands. Ik koop zoals gewoonlijk pannini’s met formaggio en ze stopt er een lekkere koek voor onderweg bij!
De route vandaag was niet echt opwindend. Door vooral agrarisch gebied. Het was me al verteld. De Po-vlakte heeft iets van Nederland. De charme vandaag zat hem dan vooral ook in de details. Kwakende kikkers en schrikachtige hagedisjes bij een betonnen bruggetje waar ik pauzeerde. Allerlei wilde bloemen bloeiend langs de berm. Oude boerderijen, soms vergaan tot ruïnes. Het heerlijke warme, windstille weer. En, tenslotte; wel indrukwekkend: Montagnana, een geheel ommuurde middeleeuwse stad. Schitterend. Net daarbuiten bij de JH ingecheckt, want in deze omgeving is geen camping aanwezig. (om deze reden mogen fanatiekelingen ook in de tuin van de JH kamperen, maar dat vond ik een beetje overdreven). Overigens, dit keer weer een picobello JH met erg vriendelijk personeel. En warempel: Reitsmagangers! Een man op exact dezelfde fiets als ik en een echtpaar uit Noord Holland die de weg andersom fietsen. Gedoucht, wasje gedaan, stadje doorkruist en boodschappen gedaan bij de Liddl. De diepvrieswokschotel later opgewarmd op een rustig pleintje in de stad. En nu zit ik in een kerk (die niet meer als zodanig in gebruik is) af te wachten tot een concert begint. Er zitten maar een handjevol mensen. Er gaat gezongen worden door een sopraan en een tenor begeleid door en pianist op een vleugel.
Sja, ben halverwege weggegaan. Veel geklets tussendoor, en het zingen van met name de tenor deed gewoon zeer aan m’n oren. Een schallende stem die door de lege kerk nog harder aankwam. De sopraan was zachter en lief. Bij terugkomst in de JH de vrouw van het echtpaar nog even gesproken. Zij fietsen van Rome naar Zaandam en kamperen ook veel.

Dag 19: Ferrara, 9 mei

Sdc10410

Verder door de Po-vlakte. Weer een warme dag vandaag. Weinig bankjes, uiteindelijk mijn middaglunch bij een fabrieksterrein gebruikt waar ik kon zitten. Een arbeider bood me aan om water te tappen of van het toilet gebruik te maken. Later op de rit kwam ik een Nederlands echtpaar tegen die de rit in tegenovergestelde richting aan het fietsen waren.
Net als gisteren een weinig opwindende rit qua omgeving. Veel vervallen boerderijen, daarnaast ook veel nieuwe luxe villa’s. In de dorpjes was markt, soms moest ik afstappen omdat de markt precies op de route lag. Grappig dat elke omgeving zijn eigen type gebouwen heeft. De kerken staan hier steeds los van de toren, die heel erg spits is. Van verre zie je de torentjes. Juist omdat het hier zo vlak is hebben ze vast de torens hoog gemaakt zodat je ze van ver kan zien (of als concurrentie met het naastliggende dorp?) In bergachtige omgevingen heeft een hoge toren geen zin. Grappig, dit had ik nooit bedacht. Vandaar dat er in Nederland ook veel hoge kerktorens zijn. Ondanks dat het een lichte etappe was vond ik het fietsen zwaar vandaag. De moeheid begint in de benen te kruipen lijkt het. Ik heb expres in de stad Ferrara maar niet teveel gelopen, want een beetje rust is wel belangrijk.
Overmorgen moet ik de bergen weer in. De camping ligt buiten de stad. Grote kathedraal, kastelen. Veel mensen op de been. Een muziekfestival (folkloristisch) op het grote plein. Later de drukte vermeden en in een park een paar kaarten geschreven, en m’n zoveelste gedichtje.

Dag 20: Bologna, 10 mei

Sdc10426

Het is bijna half elf en ik zit nog met m’n korte broek en T-shirt buiten op een plekje onder een lamp op de camping. Dit stukje schrijven, de volgende dag doornemen, biertje, sigaretje, het is genieten.  Een heerlijke dag gehad. Wederom een prachtig weer en een heerlijke rustige route van Ferrara naar Bologna. Ik heb echt genoten van het fietsen. Het was met recht een zondag. De mensen op straat waren allemaal relaxt. In de dorpjes verzamelden zij zich in het café of op het plein. Gefietst langs een zijtak van de Po, en alles nog vlak. In de verte zag je heuvels van de Apennijnen echter al opdoemen. Dat is voor morgen.
In een buitenwijk van Bologna het tentje weer opgezet (een camping van niks die totaal onterecht de naam ‘Europa’ draagt. De praktische zaken gedaan zoals het wasje, douchen. En toen naar de stad gefietst. Die was verrassend mooi. Wat een prachtig centrum, helemaal authentiek. Niks geen moderne gebouwen, lelijke voorgevels met overdreven grote reclameborden. Eigenlijk alles zoals het 100 jaar geleden ook nog was. Schitterende gebouwen, kastelen en kerken. En overal mensen, het was dan ook vanavond nog prachtig zomerweer. De sfeer had iets van Amsterdam, maar dan veel relaxter en gemoedelijker. Ik voelde me er thuis. Lekker Lasagne Bolognese (!) gegeten, helaas een te kleine portie. Ook nog even in een internetcafé geweest.
Deze dag heeft me echt energie gegeven!

Dag 21: Monte die Fo, 11 mei

Sdc10440

De Po-vlakte uit, de Apennijnen in! Ik heb er naar uitgekeken, ondanks het feit dat het fietsen weer een stuk steviger zou worden (of juist daarom?). Niet zo best geslapen. De camping lag pal naast een drukke weg en een fabriek die beiden veel lawaai produceerden. Toch slaap ik steeds voldoende, en lig ik nooit lang wakker. Het buiten zijn, de beweging; het doet een mens goed.
Om 7 uur weer waker. Alles weer aan kant gemaakt. Hapje eten. Gepoept (doe ik elke morgen voor ik vertrek; gaat ook prima). En dan: fietsen maar weer! Van de vlakke Po-vlakte gaat het voorbij Bologna gauw omhoog. Mooi heuvels die al snel overgaan in een behoorlijk gebergte. Alles groen, veel gebloei langs de weg, seringen, irissen enz. Genoten heb ik van de rit. Wel bijna voortdurend stijgen. Steeds rustpauzes genomen en 2 keer (bij stijgingspercentages van 9-11%) een stukje gelopen. Mezelf kapot fietsen, daar had ik niet zo’n zin in. In een klein dorpje m’n broodjes gegeten. Er liep één of andere dorpsgek heen en weer al schreeuwend en scheldend. Ik verstond er geen woord van.
Het eindpunt van de etappe was bovenaan een pas. Op de camping waren meer Nederlanders, maar allemaal met campers enzo. Een Belg ontmoet die ook aan het fietsen was. Het was overigens een Waal, die wel Nederlands met me wilde praten, maar zeker geen Vlaams (al klonk het wel zo). Een principekwestie. Hij ging met z’n auto met een racefiets en een mountainbike naar een gebergte en gaat dan zoveel mogelijk passen over. Het is een hobby van hem. Zo heeft hij al meer dan 1000 passen gehad in Europa.
Morgen voor het laatst een forse klim. Dan kom ik aan in Florence!

Dag 22: Florence, 12 mei

Sdc10450

De fietspomp van de Belg geleend om de banden nog eenmaal goed op spanning te brengen en toen om 9.30 uur de afdaling begonnen. Miste is na 1 KM een afslag waar ik pas na 3 KM achter kwam. Moest ik 2 KM terug klimmen. Zonde. Maar verder ging alles goed vandaag. Voor Florence nog 8 KM 5% stijgen en toen de laatste 8 KM weer dalen. En dan plotseling ligt zij daar in het dal: Florence, met de grote Dom dominerend in het midden. Wat heb ik hier naar uitgekeken.
De camping (die ik had uitgekozen) lag aan de andere kant van de rivier de Arno, weer een stuk omhoog de heuvel op. Weer even lastig om de weg te vinden, maar om 14.30 uur was ik er. Een plekje uitgezocht, tentje opgezet en m’n broodjes opgegeten. En toen om 15.30 uur de stad ik gefietst. Ontzettend veel toeristen. Allereerst naar de Dom gegaan. De buitenkant bekeken, de koepel, de toren, het marmer. Toen naar binnen. Er stond een aardige rij, maar ik was toch al snel binnen. Een imponerende ruimte. Wat ik niet had verwacht was dat ik het meest geraakt werd door de vloer. Allemaal mozaïek. Schitterend. Eén mozaïek (met een diameter van zo’n 30 meter maakte me aan het huilen. Het leek een religieuze ervaring. Alles leidde naar het middelpunt, of, alles ging van het middelpunt uit. In het midden stonden de letters Alpha en Omega. Een symbool voor Christus. Na het bezoek aan de Dom (kaarsje aangestoken voor Florinda) het oostelijke deel van de Dom doorkruist. Wat is het hier prachtig. Mooie pleinen en kerken. In één ervan was een organist Bach aan het spelen. Het kon niet op! Daar een plan gemaakt voor morgen. Ik wil in elk geval drie musea bezoeken. Terug gefietst naar de camping via een parkwijk, een grotere afstand waardoor ik minder stijl hoefde te klimmen. Op de Piazzo Michelangelo, vlakbij de camping, buiten een heerlijke pizza gegeten, zittend op een grote trap met een prachtig uitzicht over de stad. Mooi sfeer daar, er zaten zeker honderd mensen op die trap. Een zwoele zomeravond.
Cisca en Hanna gebeld. We beginnen elkaar wat te missen. Maar goed, het einde begint ook in zicht te komen. Volgende week dinsdag hoop ik in Rome aan te komen. Maar eerst morgen nog een hele dag Florence. Op Julia-dag!

Dag 23: Florence, 13 mei

Sdc10475

Julia is jarig en de tweede dag Florence! Vroeg opgestaan want ik wilde 4 musea bezoeken en een paar kerken. Om 8 uur stond ik al in de rij voor Uffizi, zeg maar het Rijksmuseum van Florence. Om 8.50 was ik binnen. Veel schilderijen (ook Hollanders) en enkele beelden. Foto’s maken is streng verboden in al deze musea, maar ik heb het stiekem steeds wel gedaan. Toen naar Bargello. Hoofdzakelijk beelden. O.a. Tondo en Bacchus van Michelangelo. Toen naar het museum wat bij de Dom hoort (dell’opera) o.a. een Pieta van Michelangelo en werk van Donizetti. Toen besloten toch de koepel van de Dom te beklimmen. 320 treden. Maar geen spijt van gehad. Schitterend, zowel van binnen (de fresco’s van de koepel van dichtbij te zien) als van buiten. Een adembenemend uitzicht. Daarna nog naar de santé Croce, waar Michelangelo, Gallileo, Dante en Rossini begraven liggen. Hier een kaarsje voor Julia gebrand. Heb in gedachten haar leven voorbij laten gaan. Emotioneerde mij (haar gedichtje had ik vanmorgen in de wachtrij bij Uffizi al gemaakt. Je moet je tijd nuttig gebruiken). Toen naar de Galleria dell’ Academica. Hier ook weer prachtig, soms ook onaf werk van Michelangelo gezien, met natuurlijk als hoogtepunt de David. Indrukwekkend zo van dichtbij. Tenslotte naar de San Lorenzo kerk, de kerk van de Medici, de familie die in de 16e eeuw regeerde over Florence en de stad welvarend hebben gemaakt; en Michelangelo hebben ‘grootgebracht’. Helaas werd ik de kerk uitgezet omdat het al na vijven was en hij voor bezichtiging was gesloten. Het werk van Michelangelo hier dus jammergenoeg niet gezien. Anderhalve dag Florence is natuurlijk veel te kort. Maar het was prachtig allemaal. Tussen de bedrijven door genoten van de sfeer, de straatjes, en de kleuren en geuren (!) van de stad. Vanavond naar een orgelconcert geweest. Heerlijk, alleen maar te hoeven zitten) daarna nog op wat pleinen wezen kijken. Op de Ponte Vecchio Julia gebeld. Daar kreeg ik ook een smsje van Henk (die bij een popconcert in Paradiso was) en een telefoontje van Ria Duiven. Een prachtige dag. Eén museum had ik nog wel willen bezoeken. Zou ik morgenvroeg nog kunnen doen, maar ik denk dat ik het maar laat. Siena wacht…

Dag 24: Siena, 14 mei

Sdc10539

21.30 uur. Zonet terug gekomen uit de binnenstad van Siena. De camping ligt in een buitenwijk heuvel op. Weer zo’n grote, oude en authentieke ommuurde stad. Maar weer totaal anders dan Ferrara, Bologna of Florence. Deze stad doet nog veel ouder aan. Heeft hoogte verschillen. Het lijkt wel in een kom gebouwd. Het prachtige plein in het midden, de campo is ook holvormig. Daaromheen allemaal kleine, donkere straatjes met hoge huizen. Prachtig om hier te dwalen. Ook hier kun je weer van alles bezoeken, maar ik heb ervoor gekozen dat maar niet te doen. Geen tijd, maar eigenlijk ook geen zin. De pure stad geeft genoeg. Hier dus geen kerken, musea of oude gebouwen van binnen gezien.
Het was vandaag best nog een pittige etappe van zo’n 70 km. En nog flinke klimpartijen daarbij ook. Daar had ik eigenlijk niet op gerekend. Maar de tocht was schitterend. Toscane met haar prachtige landhuizen, glooiende heuvels en uitzichten. En alles staat in bloei; brem, sering, irissen. Veel wijngaarden ook. Het gebied waar ik vandaag fietste was van de Chianti-wijn. Ook veel boomgaarden met olijfbomen. Veeteelt zie je hier niet. Dusx85.weer een prachtige dag. Het houdt niet op. Als ik
’s morgens op de fiets stap (en ik hoef niet direct een heuvel op) dan voel ik me zo goed en gelukkig. De reis is echt een groot succes. En thuis en veel anderen, ze leven allemaal mee. Ik krijg SMSjes van Maarten en Afien bijvoorbeeld!
Volgende week donderdag is de laatste dag. Dat is ook goed, want weer thuis komen lijkt me ook heerlijk.

Dag 25: Murlo, 15 mei

Sdc10555

Op de camping in Siena zat een Duits stel dat een rondje Noord-Italië fietste en een ouder Canadees stel die ongeveer hetzelfde doen. Vakantiefietsen in deze omgeving is populair, de omgeving is dan ook wondermooi. Het is leuk om wat ervaringen te delen, maar van echt intensievere contacten is geen sprake. Zoek ik ook niet op.
Vanmorgen nog even door Siena gefietst waardoor het me moeite koste om de officiële route weer op te pakken. Een korte etappe vandaag van 25 KM. Volgens mij heeft Hans Reitsma de etappes afgestemd op de beschikbare campings. Anders zou de volgende camping pas na 65 KM zijn en met dit bergachtige landschap is dat echt te zwaar. Een rustig dagje dus. Toch nog weer een afslag gemist bij een afdaling waardoor ik een extra klim van 2 KM erbij kreeg. Dit moet nu echt de laatste keer zijn.
Op de camping in Murlo stond één tent. Daar ben ik maar bij gaan staan (er waren wel wat campers en caravans). De tent bleek van twee stel Tjechen. Ze leken een beetje te balen dat ik gebruik maakte van de picknicktafel. Het was Cisca-dag vandaag. En hoe kan het anders: nog nooit zoveel bermbloemen gezien als vandaag. Daar moet een gedichtje over geschreven worden. Een kaarsje branden in een kerk is er niet van gekomen. De kerk van Murlo was dicht. Morgen maar doen.

Dag 26:  Castel del Piano, 16 mei

Sdc10562

Zoals gewoonlijk rond 7 uur wakker. Niet bijster goed geslapen. Vandaag een redelijk zware etappe met twee fikse beklimmingen, dus ik wilde op tijd weg. Was het gisteren veelal bewolkt, vandaag was het weer de hele dag zonnig en warm. De beklimmingen waren pittig, maar meestal niet te stijl zodat ik af zou moeten stappen. 9% of steiler is eigenlijk met al die bepakking niet te doen. Maar het blijft zwaar werk dat klimmen. Na een half uur dan druppelt het zweet langs je kin op de stang. Drup, drup, drup. Elke 3 seconden wel een drup. Goed mijn rust genomen. Koffie gedronken in een oud stadje op een terras waar ook een Nederlands stel zat die met een fietsvakantie bezig waren.
Het was een prachtige rit. Wat is de omgeving hier mooi. Niets is verpest, ook de steden en dorpen niet. Heden en verleden, schepping, natuur en cultuur zijn met elkaar in balans.
Nu ik zo langzamerhand het eindpunt van mijn tocht nader en het ook vandaag weer prachtig was, begin ik me steeds meer te realiseren hoe een geweldig succes deze hele onderneming is. Tot nu toe leef ik nog erg van dag tot dag. En je moet steeds nog een heel stuk. Maar nu begin ik het geheel te overzien zien en begin ik te beseffen wat een geweldige tijd ik heb. Hierdoor geniet ik nog meer van ieder moment. Het is heerlijk.

Dag 27: Lago di Bolsena, 17 mei

Sdc10570_2

Zoals gewoonlijk rond 7 uur wakker. Rustig alles in gepakt en ontbeten aan een picknicktafel. Een Engelse jongen die hier ook staat en een fietstrip maakt doet alles voor zijn tentje. Als ik ga koken o.i.d. neem ik alles mee naar bijv. een picknicktafel. Dan heb ik de ruimte en kan ik comfortabel zitten.
Wederom een schitterende dag. Prachtige route met soms fikse klimmen en snelle afdalingen. Ik ben er aardig bedreven in geworden en heb bij de bochten veel gemak van het achteruitkijkspiegeltje van George. Ik zit nu in een vulkanisch gebied. Geen wijnbouw meer, maar bosrijk, huizen van tufsteen en een kratermeer met zwart gruis zand. (lava gesteente). Ik heb een prachtige plek op een verder onbenullige camping. Ik sta hier geloof ik als enige en heb een mooi plekje direct aan het meer. Het is heel zacht vanavond. Bij aankomst hier vanmiddag even een onweersbui, net toen de te tent stond, maar na het douchen scheen de zon alweer. Al met al: genieten. Vandaag veel groepjes fietsers op de weg. Bij een beklimming blijven sommigen even haken en informeren naar mijn tocht. Er wordt altijd enthousiast gereageerd: “Complimento”!.
Vanavond was het aan het water zo heerlijk stil. Aan de waterkant m’n biertje gedronken en sigaretje gerookt en heerlijk zitten mijmeren. Een otter zwom voorbij…

Dag 28: Fabrica di Roma, 18 mei

Sdc10566

Een gekke dag. Heet weer, veel klimmen en dalen, dus zweten. Tjonge, ik had niet gedacht dat het tot het eind aan toe zo heuvel-bergachtig zou zijn. Vervelend ook dat veel wegen erg slecht waren. Vooral bij het dalen betekent dat steeds extra uitkijken en de gaten in de weg mijden.
Ik weet niet waarom, maar vandaag zag ik allemaal dode dieren langs de weg: Een egel, een ree. een slang, een kat, nog een kat en tenslotte een hondje of eekhoorn? Ook viel het me op dat in deze omgeving er van alles langs de weg wordt gegooid, flesjes, blikjes, nog wel erger dan in Nederland. Samengevat: de tocht was niet zo bijster. Wel heerlijk (na een beklimming) in een vulkaanmeer gezwommen waar ik langs kwam. Dat friste lekker op.
Bij het eindpunt van deze etappe was geen camping, of ik moest 5 KM afbuigen, maar die zouden dan morgen nog weer bij de 91 Km komen, dat leek me niks. Ik wilde toch wel op tijd in Rome aankomen. Daarom maar een stukje doorgefietst tot Fabrica di Roma en daar een B+B genomen. In een stadje daarvoor kon ik niks vinden, daarom had ik daar al inkopen gedaan en er rekening meegehouden deze keer een wild te gaan kamperen. Gelukkig was er in Fabrica een goed B+B voor € 35,-. De receptioniste sprak geen woord Engels, maar alles kwam goed. Lekker gedoucht en op de vensterbank bij het open raam een hapje warm gemaakt. Verder alle spullen op orde gepakt en de tassen specifiek ingepakt voor een paar dagen Rome. Alles wat ik niet meer hoefde te gebruiken in aparte tassen.
Hanna is vandaag met haar examen begonnen. Was lastig geweest zei ze.
Nog 80 KM naar het Sint Pietersplein.

Dag 29:  Rome, 19 mei

Sdc10575

Na een goedkoop ontbijt (weer geen kaas of vleeswaren) zat ik om half 9 weer op de fiets, met wederom zonnig weer. Op naar Rome! Het eerste gedeelte had nog een paar fikse klimmetjes, maar gelukkig ging alles goed! Eén keer was een afslag links wat onduidelijk aangegeven waarbij de volgende afslag pas na 4 KM kwam (met andere woorden, dan zou je er pas achter komen als je verkeerd zat). Ik twijfelde na 1 KM Zou ik teruggaan om de afslag nog een keer goed te bekijken? Maar toen hoorde ik “Koekoek” en toen dacht ik: het is goed. En het was ook goed!
Onderweg nog leuke gesprekken gehad met Italiaanse mannen op de race fiets. “Complimento” zeggen ze tegen mij. Het mooiste was dat een man me inhaalde bij een afdaling, maar beneden op me stond te wachten om van me te horen waar ik mee bezig was!
En toen kwam Rome in zicht. Het laatste stuk het fietspad langs de Tiber (welke in het boekje zo bejubeld werd). Het had voor mij nog wel een addertje onder het gras. De poortjes (ter voorkoming dat er scooters op gaan rijden) waren soms net te smal voor mijn brede bagage. Ik moest dus verschillende keren de hele achterkant los maken. Daar kwam nog bij dat het echt snikheet was. Zeker 35 graden. In de stad was de weg naar het Sint Pietersplein goed aangegeven. Ik arriveerde daar om 14.30 uur. GEHAALD!!! Een groepje Nederlanders verwelkomde me en hebben voor de foto’s gezorgd. Het was fantastisch natuurlijk, maar tegelijk ook gewoon. Het bellen of SMSsen lukte niet vanaf die plek. Daarom eerst maar de JH opgezocht, dat was nog een aardig stuk fietsen door de drukke stad. Maar ook dit ging goed. Een grote 10 persoonskamer, aan de wegkant. Ik ben er niet zo tevreden over. Ik denk dat er zo’n zes bedden bezet zijn. Er is ’s middags alleen een Amerikaan van Peruaanse afkomst die zegt dat het hier een ‘Mess’ is. “These kids come drunk in the night to bed”. We zullen zien. Het is nu (23.00 uur) nog rustig.
Eind van de middag en begin van de avond de stad al in geweest. Een 3-daagse openbaarvervoerkaart gekocht. Met name het oude deel bezocht: Forum Romanum.

Dag 32: Rome, 22 mei

Sdc10618

6.37 uur. De trein rijdt weg van station Trastevere, Rome. Op weg naar huis. Naar Cisca, Emma, Julia, Hanna en alle anderen.
Na 4 weken vrijheid is de stress van het gewone leven weer voelbaar. Altijd weer spannend of het allemaal goed gaat. Haast niet geslapen. Het station was nog best ver weg van de JH. Gisteravond heb ik het stuk al even heen en weer gefietst om de route en het station te verkennen, want ik wilde niet voor verrassingen komen te staan. De lift geprobeerd enz.
De trein snelt nu door het Italiaanse landschap alwaar ik afgelopen dinsdag nog doorheen fietste. Een vreemd gevoel. Maar het is goed zo. Ik heb zin om naar huis te gaan, al zal het een vermoeiende reis worden. Morgen om 12.15 uur hoop ik in Zeist aan te komen. Straks om 10.15 uur de eerste overstap in Pisa.

20 mei (dag 30)

Wauw wat een puinzooi was het de eerste nacht in de JH. Maar 2 uur geslapen denk ik. Ten eerste veel lawaai van de drukke weg. Ten tweede al die jongelui…ik denk dat zo’n 7 bedden bezet waren. Op een gegeven moment kwam het spul terug. Ze probeerden wel zachtjes te doen, maar dat lukte maar moeilijk als je dronken bent. Dan namen 2 jongens ook nog eens meisjes mee naar binnen om te vrijen. Eén stel zakte zelfs door het bed! Herrie! Die gingen ergens anders heen. Nou ja, dat soort dingen. De volgende ochtend heb ik gelukkig een andere kamer kunnen regelen. Aan de achterkant van het gebouw, dus veel stiller, en bovendien een 4 persoonskamer met douche en wc! En dat voor € 5,- meer. Ik snap niet dat die kamer mij meteen is aangeboden. Misschien was hij nog bezet. Hoe dan ook, de eerste nacht sliep ik er alleen, en heb ik die tweede nacht heerlijk bij kunnen slapen!

Woensdag en donderdag heb ik de stad bezocht. Hiervoor had ik al wat voorwerk gedaan, een plan voor de ene en de andere dag. Veel kerken bezocht, sowieso alle waar werk van Michelangelo of Caravaggio staat of hangt. Erg van genoten. Eigenlijk nauwelijks in museums geweest. De Sixtijnse kapel gemist omdat die op Hemelvaartsdag gesloten was. Wel in de Sint Pieter geweest en de koepel beklommen. Verder St. Gianovinni in Laterno en het Sancta Sanctorum (dus met eigen ogen het boek de Ontdekking van de Hemel van Mulisch een stukje kunnen meemaken).
De afstanden met de metro afgelegd en dan in een bepaalde omgeving rondgewandeld en de bijzondere bezienswaardigheden bekeken. Verder ook gerelaxt, met name de avonden. Dan ging ik naar de Spaanse trappen met een biertje, en had ik gesprekken met verschillende mensen; Zweden, Duitsers, Engelsen.
Twee dagen Rome is eigenlijk te weinig, maar voor mij goed zo. Het alleen zijn begint te vervelen, het is anders dan op de fiets. Bovendien begin ik naar huis te verlangen.
Bij terugkomst donderdag avond in de JH bleek de kamer vol met drie reizende vrienden uit de USA. Eén, een dikke Chinees vond het onvoorstelbaar wat ik had gedaan. “This is the most bizarre trip i’ve ever heard of this year”.

Dag 33: Keulen, 23 mei

Sdc10680

8.30 uur. Net Bonn voorbij. Ik begin Nederland te ruiken! Zojuist een heel stuk langs de Rijn gereden in tegenovergestelde richting van waar ik dag 3 en 4 gereden heb.
Gisteren was nog wel een spannende dag. Na Rome moest ik in Pisa overstappen richting Allesandria. Vanuit daar ging de trein naar Milaan (en van daaruit ’s avonds de nachttrein trein naar Nederland). De trein vanuit Pisa was echter een paar weken geleden geschrapt. Ik kon via een ander stadje naar Allesandria maar had dan niet veel tijd om over te stappen. En inderdaad, de trein vertraagde en ik miste weer een trein. Weer een andere spoorbeambte maakte een nieuw reisplan. Via Genua naar Milaan. Uiteindelijk is het allemaal gelukt. Volgens de oorspronkelijke planning had ik 4 uur overstaptijd in Milaan, dat zijn er 1 1/2 geworden. In de nachttrein een 6 persoonscoupé met z’n vijven. Tussen 2 en 6 uur wel wat geslapen. En nu: op weg naar de Nederlandse grens en dan Driebergen Zeist! Daar mag ik terug gaan zien op een geweldige tijd!