Vioolspel bij de kribbe

 

Kerstverhaal                                                                          NoorderLichtgemeente 24-11-2011

Situatie: Het podium leeg; alleen de verhalenverteller zit op de baal stro. Het is donker. Van achter uit de kerk wordt het podium met een lichtbundel belicht richting de plek waar er een activiteit plaatsvindt.

Vaak gaan kerstverhalen over vroeger.
Maar dit kerstverhaal gaat over vandaag. Sterker nog, het speelt zich voor een groot gedeelte af op dit moment.  Ja, zelfs op deze plek!
Het gaat over Henry. Henry is een violist.
Met z’n vioolkist onder zijn arm kwam hij zojuist de kerk binnen wandelen.
Gelukkig had hij zijn vioolkist bij zich, want anders had hij zeker met zijn ziel onder zijn arm gelopen.
De hele dag was Henry al op pad. Op zoek, kan je beter zeggen. Op zoek om ergens viool te spelen.
Want dat deed hij het liefst:  viool spelen.
Nog liever:  viool spelen in de kerk.
Maar het allerliefst:  viool spelen in de kerk tijdens de kerstnacht.
Bij verschillende kerken was hij al langs geweest.  Maar nergens was meer een plaats.
‘Wij hebben al een koor’ kreeg hij een paar keer te horen.  ‘Wij hebben  2  trompettisten bij het orgel’  hoorde hij.  ‘Wij doen dit jaar een musical’. . . .
Zo liep Henry vandaag door Zeist.
Natuurlijk, de deuren van de kerken zouden vanavond open gaan. Ook wel voor hem. Maar zijn vioolkist zou dicht blijven, en dat stemde hem  in mineur.  Hij wilde zo graag spelen. Niet alleen voor de kerkgangers, nee vioolspelen wilde hij vooral voor dat kind in de kribbe.

Het was inmiddels avond en Henry had zich er zo onderhand bij neergelegd dat hij deze kerstavond niet op zijn viool zou spelen.  Maar opeens hoorde hij in de verte gezang. Hij luisterde nog eens goed: ja, hij hoorde duidelijk Christmas carols zingen. Zijn hart ging weer sneller kloppen. Hij ging op het gezang af. Even later zag hij inderdaad een koor voor een kerk gebouw zingen. ’Zou hij hier dan . . . .?’

Het was tegen half 8 toen hij het kerkplein opliep. Het  koor stopte juist  met zingen.  Met de koorleden en nog een paar late kerkgangers ging Henry mee naar binnen. In de hal zag hij links de deur van een toilet.  ‘Daar moet ik eerst even heen’ dacht onze violist. Toen hij uit het toilet kwam was de hal leeg, en bleek de kerkdienst reeds begonnen. Hij zag op tafel nog een liturgie liggen.  ‘Kerstnachtdienst van de Noorderlichtgemeente. Met medewerking van: een organist, een pianist, een carolkoor, een kinderkoor . . . .’.  De moed schoot hem in zijn schoenen.  Dan zal hier waarschijnlijk helemaal  geen plaats meer zijn voor een violist.
‘Wat nu?’ zei Henry in zichzelf. ‘Toch naar binnen gaan? Gewoon maar doen. Wie niet waagt, die niet wint’ besloot Henry.  Hij luisterde aan de deur. Hij hoorde iemand een verhaal vertellen.
Zachtjes opende hij de deur, liep naar binnen en beklom het podium.

Henry komt nu binnen, en volgt verder met gebaren,  mimiek e.d. samen met de andere genoemde personen  het verhaal.

De man die een verhaal aan het vertellen was keek verbaasd op.  Ordeverstoring? Gelukkig was de koster snel ter plaatse.  Deze vroeg aan Henry wat hij wel kwam doen.  ‘Ik wil viool spelen. Voor het kerstkind’ zei Henry.  ‘Tja’ zei de koster, ‘maar we zitten al midden in de dienst, en er is al zo veel muziek, dat gaat niet meer lukken hoor’.
De organist boven in de kerk keek over de balustrade om te zien wat er aan de hand was beneden. Henry kreeg hem in de gaten.  ‘Organist, mag ik niet samen met u wat spelen’.  De organist zwaaide echter afkeurend met zijn armen.
Henry liep verder over het podium. Daar stond dat koor wat daarstraks buiten stond te zingen. De dirigent leek hem wel een vriendelijke man. ‘Dirigent, zou het niet leuk zijn als ik viool speel bij een kerstlied wat jullie nog gaan zingen?’ De dirigent keek eens naar zijn koor, maar hij zag verschillende nee-schuddende gezichten. ‘Nee beste violist, dat gaat ook niet. Wij zingen de kerstliederen  a-kapella’.

Bijna had Henry zich erbij neergelegd dat het ook in deze kerk niet zou lukken, maar toen zag hij nog iemand achter een vleugel zitten. ‘Mijn laatste kans’ dacht hij. Hij liep op de pianist af en stelde wederom dezelfde vraag: ‘Ik zou zo graag vioolspelen. Voor het kerstkind’.  De pianist reageerde  anders dan de anderen. Hij legde uit dat het natuurlijk eigenlijk niet kan; zomaar een kerkgebouw inlopen om viool te spelen. En dan nog wel tijdens de kerstnachtdienst. Alles is tot in de puntjes voorbereid en ingestudeerd. Dan kun je toch niet op het laatste moment aankomen om even mee te doen?
Maar misschien, zei de pianist, als de verhalenverteller het goed vindt,  mag je wel even solo voor het kerstkind een lied spelen. De pianist keek de verhalenverteller aan; en die knikte: Ja.

Henry liep naar de kribbe. Hij trok zijn jas uit.
Hij mocht spelen! Wat voelde hij zich gelukkig. Hij moest weer denken aan zijn kinderjaren toen hij in een combo ook tijdens dit soort diensten in de kerk mocht spelen. Nu kwam hij eigenlijk weinig meer in de kerk. Het geloof in God; ergens diep van binnen was het er wel, maar zo veel dingen begreep hij niet. Het gekste vond hij eigenlijk nog Kerst. De zoon van God, als baby in een kribbe. Om later redder van mensen te worden. Kan je dat begrijpen?

Hij deed zijn vioolkist open en haalde zijn viool eruit.
Maar tegelijk, hij voelde diep van binnen dat het toch iets heel bijzonders was, datgene waar het met kerst omging.  Daarom wilde hij met kerst toch altijd weer naar de kerk.  Licht schijnt in het donker. Vrede op aarde.  Hoop op een betere wereld . . . .  en, een kind  dat niet zomaar een baby was, maar alles te maken had met die mooie woorden.

Hij nam de strijkstok en bracht  die op spanning.
“Woorden” bedacht Henry. Dat is het precies wat ik zo moeilijk vind om eraan te geven.  Ik zou iets willen zeggen tegen dat kerstkind, maar ik weet gewoon niet wat. Ik zou willen bidden, maar zou niet weten  wat ik moet zeggen.  Maar op de één of andere manier zou ik een dankbaar gevoel willen uiten omdat ik toch geloof dat wat  uitgaat van dit kerstkind van de grootste waarde is.
Gelukkig heb ik mijn viool . . . . .

Hij zet het instrument  onder zijn kin en begint  te spelen.

Henry speelt ingetogen solo  ‘o kindeke klein o kindeke teer’.
Na één couplet mengt de pianist zich in zijn spel. Tijdens dit spel komt het kinderkoor erbij staan en zingen tenslotte het eerste couplet nog eenmaal mee.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s