Dag 1 – Zeist – Millingen aan de Rijn (90 km.)

Mijn derde lange meerweekse fietstocht. Na Rome (2009 en Assisi (2024) gaat nu de tocht naar Budapest over de Limes, de oude noordgrens van het Romeinse rijk.
Je denkt dat je alles goed hebt voorbereid. Maar dan blijkt met een lekke band (al na twaalf kilometer!) het fietspompje niet meer te werken. Het rubber is vergaan… Gelukkig wilde vrouwlief nog even langskomen en nam daarbij zelfs koffie en koek mee. Band geplakt en in Wijk bij Duurstede een nieuw fietspompje gekocht. Daar ook de Rijn overgestoken. Dan heb je ook het gevoel echt op weg te zijn. Een stuk met een wielrenner gefietst die over een paar weken vanuit Budapest terug naar Nederland gaat fietsen.
Langs de Rijn, door de Betuwe, langs de Waal, Nijmegen en dan verder langs de Waal naar Millingen. Dat laatste stuk was prachtig. Natuurgebieden met veel water. In de Millingenwaard liepen wilde paarden.
Ik merkte dat de kilometers flink in de m’n benen zaten. Was moe. Met de wetenschap dat het in de ochtenden nog best koud is (6 graden) besloot ik een B&B te regelen bij Marti de Wolf. ’s Avonds in Millingen ouderwets gechineesd.
Dag 2 – Millingen aan de Rijn – Meerbusch (115 km.)

De camping bij Meerbusch ligt aan Rijn. Dat zou met mijn startpunt vandaag de suggestie kunnen wekken dat ik de hele dag langs de rivier heb gefietst. Maar dat is allerminst zo. Het eerste deel nog veel door agrarisch gebied met akkers die kort geleden zijn ingezaaid. De mais komt net op. Ook zie ik veel asperge en aardbeien velden waar al geplukt wordt. De stadjes Kalkar, Xanten en Rheinberg hebben een mooie stadskern. De laatste met een bijzondere Stiftskirche Sankt Peter. Bij Xanten is een voormalig Romeins fort nagebouwd.
Vanaf Rheinberg tot Gellep Stratum fiets je voornamelijk door bebouwde kom en zie je de Rijn dan staat daar de ene fabriek naast de andere. Vanuit Millingen was het zo een redelijk saaie tocht. De lengte werd vooral bepaald door de eerst beschikbare camping. Als de route weer mooier wordt kan ik het een dagje rustig aan doen. Overigens vonden de benen die 115 kilometer best en daar ben ik blij mee.
In Xanten was ik even terug op mijn fietstocht naar Assisi twee jaar geleden toen ik langs het Franziscus Haus fietste met in het logo de Tau, het Fransciscus-kruis.
Spectaculair was de roofvogel die met z’n prooi in de klauwen vlak over m’n hoofd scheerde. Volgens mij was een jong konijntje het slachtoffer.
Naast mij kampeert een echtpaar die ook langs de Limes fietsen. Zij hebben Regensburg als eindbestemming.
Dag 3 – Meerbusch – Keulen (75 km.)

Redelijk geslapen op mijn nieuwe slaapmat in mijn nieuwe slaapzak. Voor m’n vertrek van de camping nog even wat ervaringen uitgewisseld met de andere Limes-fietsers. Zij maken minder kilometers op een dag omdat ze ook veel dingen willen bezichtigen.
De route ging veelal langs de Rijndijk maar ook wel door bebouwd gebied. Je kon merken dat het zaterdag was en mooi weer. Veel fietsers en wandelaars op de dijk. Van Düsseldorf alleen de skyline gezien. Ik wilde een beetje op tijd in Keulen aankomen. Op het Domplein daar was het een drukte van belang. Daar vooral naartoe gefietst voor de foto… De Dom heb ik eerder met Hanna bezocht. Ook langs de Rijnoever heel veel mensen die daar gezellig hun zaterdagmiddag doorbrengen. Over de Rijn voeren plezierboten met luide muziek.
De camping ligt zes kilometer voorbij Keulen. Helaas geen picknickbank op het tentenveldje. Dan maar weer ergens een stoeltje ‘lenen’. De pizza bij het restaurant smaakte goed. Evenals het biertje.
Dag 4 – Keulen – Bad Breisig (65 km.)

Vandaag bewust een rustig dagje genomen. In de route/overnachtingplanning kwam dat ook wel goed uit. Ik zou in Koblenz kunnen kamperen, maar dat trok me niet. Heb daar eerder gekampeerd. Een drukke, onrustige camping. Hier in Bad Breisig, in een zijdal bij de Rijn is het heerlijk rustig. Een kabbelend beekje en goede kampeerfaciliteiten: een overdekte eetplek met stroom. Daarnaast natuurlijk mijn tent opgezet.
Het was prachtig weer vandaag. En echt een zondagse sfeer. Veel gezinnen met kindjes op hun fietsjes, voetballende mannen en oudjes die flaneren langs de oever. Bonn heb ik rechts laten liggen. Ik heb nog weinig behoefte om halverwege de dag een stad te bezoeken. Eenmaal een kerkje willen bezoeken, maar die bleek gesloten. Al met al een ontspannen dag.
Op de camping wordt ik heel vriendelijk ontvangen door een oude campingbaas met pretoogjes. Twee dames van in de zeventig komen ook aan. Allebei een eigen tentje die ze opzetten aan de andere kant van het veldje. Ze gaan richting Rome maar ze twijfelen of ze het gaan halen. Ik ook.
Na de macaroni met verse groenten nog even naar beneden gefietst voor een ijsje aan de oever van de Rijn. Voor vannacht en morgen spannend wat het weer gaat doen. Een regengebied trekt net ten zuiden van de Rijn over Duitsland. Misschien heb ik geluk.
Dag 5 – Bad Breisig – Bingen (102 km.)

De regen kwam dus wel., om 23.00 uur al. Ik kon er slecht van slapen. En de regen hield aan tot twee uur vanmiddag. Gelukkig had ik veel overdekte ruimte vlakbij mijn tent. Dat maakt het inpakken gemakkelijk. Even na negenen vertrok ik met als doel: Bingen. Het zou dus weer iets meer dan honderd kilometer worden. Regenpak aan, handshoenen aan, want het was ook vanmorgen nog best fris.
De grote meevaller was vandaag de straffe wind die ik bijna de hele rit volop in mijn rug had. Met weinig moeite had ik goed de vaart erin zonder dat ik er hard voor moest werken. Moet je dat wel dan wordt niet alleen aan de buitenkant maar ook aan de binnenkant kletsnat.
Pauzes genomen in Koblenz (op advies van Heleen in Bakery Nineteen nine) en Boppard.
In Koblenz een kamer in een jeugdherberg geboekt waar ik bij aankomst de natte tent uit het raam kon hangen. De hete douche was heerlijk. In Bingen een hapje gegeten en zo dan op tijd naar bed. Morgen bereik ik de Main. Alvast een hotel in Frankfurt geboekt want is de komende dagen best koud en ik ben niet op survivaltocht.
Dag 6 – Bingen – Frankfurt (78 km.)

Het zijn koude, regenachtige dagen en dat hoort niet half mei. Ik kreeg warempel twee hagelbuien over me heen! Maar goed. Stoïcijns langs de Rijn gefietst richting Mainz. Daar de St. Stephanskirche bezocht vanwege de ramen van Marc Chagall. Dat was zeker het omfietsen waard. Bij Mainz gaat de tocht verder langs de Main. Een rustige rivier waar ik geen scheepvaart ben tegengekomen. Halverwege de middag brak voorzichtig het zonnetje door. Inmiddels had ik al een hotel in Frankfurt geboekt vlakbij het station. Hotel Square. Een levendig gebied waar je zo’n beetje de hele wereld – arm en rijk – tegenkomt.
Ik bleek een flinke eenpersoonskamer te hebben waar ik ook m’n fiets kon neerzetten.
Na zes dagen fietsen voelde ik me moe. Ook vanwege het matige fietsweer en het feit dat ik al flink voor lag op schema besloten hier twee nachten te blijven en morgen Frankfurt een beetje te leren kennen.
Dag 7 – Frankfurt (0 km.)

Städel museum, Dom, Katharinakirche, Willy Brandtplatz, Altstadt, Sankt Paulskirche.
Dag 8 – Frankfurt – Niedernberg (63 km)

Vandaag is het Hemelvaartsdag. De straten in Frankfurt zijn om half negen verlaten. Alles zit dicht. Voor m’n ontbijt op het station een broodje wezen halen en tegelijk wat voor de lunch meegenomen. Ik heb berekend dat al ik gemiddeld elke dag zo’n 65 kilometer fiets ik op 1 juni in Budapest kan aankomen. Dat is namelijk de bedoeling. Ik hoef dus geen 80, 90 kilometer op een dag te fietsen. Rustdagen hoeven van mij niet.
Langs de Main zijn er veel hardlopers en op de Main sportieve roeiers.
Het blijft fris deze dagen. Ik vertrek nog steeds met handschoenen aan. De lucht veranderd continue. Dan weer dreigende wolken maar daarna komt de zon er weer door en wordt de lucht stak blauw. Twee regenbuitjes waarbij ik gelukkig allebei snel een schuilplek kon vinden. In het historische stadje Steinheim m’n koffie gedronken in een ijsboetiek. Ik was de enige gast.
Rond het middaguur kwam ik aan bij Seligenstadt waar ik met de pont naar de overkant moest varen. De pont legde juist aan. Een gelukkie dacht ik. Maar toen alle passagiers van de boot waren verliet ook de schipper zijn vaartuig. ‘Mittagspause’ riep hij. Het was zonnig, dus op een bankje m’n broodje genuttigd. Na twintig minuten kwam ik erachter dat de pauze van de schipper een uur duurde. Daarom maar langs deze kant van de Rijn verder gefietst en zes kilometer verderop over een brug naar de andere zijde.
De burcht van Aschaffenburg is imposant. Het laatste stuk tot Niedernburg gaat vlak langs de oever van de Main. Leuk.
In pension Reinhard heb ik een mooi kamertje bij een afstandelijke gastvrouw. In het dorpje is alleen een Kebab zaak open. De vriendelijke Turk viert geen Hemelvaartsdag.
Dag 9 – Niedernburg – Tauberbischofsheim (72 km.)

Een lekker fietsdagje. Eerst nog bewolkt, maar gestaag brak de zon door tussen de wolken. Op het laatst toch weer een regenbui.
Bij Worth worden de heuvels langs de Main allengs hoger. Tegen de hellingen zijn wijngaarden aangelegd. Langs de Main liggen kilometerslange kampeerterreinen met voornamelijk stacaravans en vakantiehuisjes. Het fietspad loopt er achterlangs. Nogal saai dus. Na het schilderachtige Miltenburg (koffie met koek) wissel ik het Maintal in voor het Erftal. Hier is het een oase va rust. Voor het eerst op de Limes zijn er wat langere beklimmingen. Bij Schweinberg moet het dal verlaten worden en is er een serieuzere klim maar die gaat me verrassend makkelijk af. Dan weer een lange afdaling naar Tauberbischofsheim. Lekker. M’n jasje moest toen wel weer aan want het is nog steeds fris, zeker als de zon weer achter de wolken is verdwenen.
In Tauberbischofsheim ingecheckt in een eenvoudig pension gerund door Aziaten. De kerk is naast de deur. De orgelgalerij bereikbaar. Het sleuteltje zit in het contact, dus even orgel gespeeld. Drie klavieren!
Dag 10 – Tauberbischofsheim – Rothenburg (68 km).

De hele rit ging door het Taubertal. Veelal langs het riviertje zelf, maar soms ook hogerop zodat het af en toe klimmen en dalen was. Mooie uitzichten, weilanden met geel koolzaad, uitgebloeide appelbomen, hopgaarden maar vooral veel graslanden en akkers waar de mais uit omhoog schiet. De stadjes zijn schilderachtig. Ik pauzeer in Bad Bergentheim. Helaas ging het daarna regenen, dus de regenkleding weer aangetrokken. En later nog weer uit, aan en weer uit.
Zo moest ook steeds de Tauber overgestoken worden. Dan fietsen aan de ene kant en dan weer aan de andere. Op alle bruggen hield gelukkig de Heilige Christoffel de wacht.
Ik help een Duits echtpaar die een lekke band hebben. Ze hebben een elektrische fiets maar geen pomp. Tien kilometer verderop staan ze weer op me te wachten. Dan begeeft het ventiel het en moet meneer nog acht kilometer lopen naar Rothenburg.
Het laatste stuk gaat omhoog naar deze oude volledig ommuurde stad. In de Jeugdherberg deel ik een kamer met Carl uit Finland. Net afgestuurd in de historische politicologie, maar hij weet niet wat hij er mee gaat doen. Hij doorkruist Europa op zijn motor.
Wat later op de avonds bezoek ik de gotische Jacobskirche waar een rondleiding is bij kaarslicht. De organist speelt prachtige muziek.
Dag 11 – Rothenburg – Gunzenhauzen (63 km.)

Eindelijk het zonnetje mee met het vertrek. En geen handschoenen aan. Ik verlaat Rothenburg door één van de oude poorten en daal af naar het stroomgebied van de Altmuhl. Glooiend landschap met grote grasvlakten waar de boeren eindelijk hun gras kunnen maaien. Het gele koolzaad heeft zijn mooiste tijd gehad. Zeker in de ochtend was het heel rustig op de wegen. Een enkele keer was er een verstoring door een club motorrijders. Zondag… Ik wordt verrast door een ree die een stukje met me mee springt door het hoge gras. De kerk in Groβeried is open en het orgel toegankelijk. Dus even een koraal gespeeld: ‘Von Gott will ich nicht lassen’.
Het laatste deel van de etappe gaat langs de Altmuhlsee.
Via de mail heb ik een code gekregen om de Jeugdherberg van Gunzenhausen binnen te gaan. Er zijn geen gasten en er is geen personeel! Een jeugdherberg voor mezelf. Heel apart.
In een typisch Beiers restaurant eet ik een vegetarische schotel.
Dag 12 – Gunzenhausen – Eichstatt (73 km)

Redelijk geslapen in de Jeugdherberg waar ik in m’n eentje verbleef. Ik ben al een paar dagen verkouden. Vooral ’s nachts heb ik daar last van. Om 8.00 uur arriveerde het personeel (het is vandaag maandag en er komt weer een groep) en die verzorgden voor mij een uitgebreid ontbijt.
De fietstocht ging vandaag door het Altmuhldal. Eerst een klim naar een fietspad wat exact over de Limes loopt. Ik kom langs een restant van een oude Romeinse wachttoren. Dit pad is ook een deel van de zogenaamde Europese waterscheiding: aan de ene kant stroomt het regenwater naar de Rijn en aan de andere kant naar de Donau.
De tocht gaat verder door heuvelachtig landschap en dan bij Teutingen het Altmuhldal in. Kenmerkend zijn de hoge rotspartijen langs de route. De stadjes zijn allemaal nog gedeeltelijk ommuurd en hebben monumentale poorten. Pappenheim bestaat echt. Een paar kilometer voor Eichstatt rust ik nog even uit op grote S-stoel voor een imposante rotspartij. Achteraf gezien kwam die rust goed uit want mijn pension (weer Airbnb) bleek hoog boven Eichstatt te liggen. Daar had ik niet op gerekend… Fijn was dat Mona me vriendelijk ontving en me trakteerde op een Radler.
Ik had weinig zin om in de avond nog weer neer en op te gaan voor een maaltijd in de stad. Van Mona kreeg ik een internetadres voor maaltijdbezorging: lieferando.de. Dat werkte prima. Heerlijke Indiase pot.
Dag 13 – Eichstatt – Prunn (80 km.)

Na een ontbijtje met eigen reserve spulletjes uit de tas verlaat ik Eichstatt-hoog. Met 50 kilometer per uur duik ik het Altmuhltal weer in. Het weer is goed, de route mooi. Soms is het dal heel wijd, dan neemt het weer een s-bocht en is er weer een versmalling. Oude stadjes ontbreken op dit traject. De dorpjes zien er verlaten uit.
Het laatste gaat langs het Main-Donaukanaal wat naast de Altmuhl is gegraven. Bijzonder. In een Konditorei ontmoet ik de twee fietsers van dag 2. Ze hebben tweemaal een gedeelte met de trein gereisd. Morgen is hun laatste fietsdag.
Even voorbij Riedernburg betrek ik een mooie kamer in een appartementencomplex bij een restaurant in Prunn met een ouderwetse Beierse keuken. Vanuit de gang op mijn tweede verdieping loop ik via de nooduitgang over een bruggetje naar een hoger gelegen wandelpad dat langs hoge rots massieven gaat. Ik spot een boomklever die heen en weer vliegt om haar jongen in het nestkastje te voeren.
Dag 14 – Prunn – Regensburg (50 km).

Na een uitgebreid ontbijt de fiets weer bepakt en opgestapt. Er was een flinke bui gevallen maar het was weer droog bij vertrek. Het Main-Donaukanaal verder gevolgd. Vrachtschepen varen niet iets langzamer dan ik fiets maar zij varen steady door terwijl ik zo nu en dan stop voor een plasje of een kerkje. Zo was een schip uit Aschaffenburg heel lang mijn metgezel.
In Kellheim monden het kanaal en de Altmuhl uit in de Donau. Vanaf nu ga ik deze rivier tot aan het eindpunt volgen.
In Regensburg heb ik een kamer op een pleintje met uitzicht op de Domtoren. De stad is gezellig. Veel jongeren, verschillende ook in Beierse kledendracht. De Dom is prachtig. Helaas pas volgende week orgelconcerten. Het majestueuze orgel werd gestemd. Dat was wel onrustig. Verder wat gewandeld, vanaf de overkant van de Donau (mooie wandelbrug) een foto gemaakt van de stad en op een pleintje een koffie gedronken. Ik voelde me prima. Tenslotte lekker vega gegeten bij een Thai.
En voor het slapen een bad genomen in het appartement!
Dag 15 – Regensburg – Deggendorf (85km.)

Een langere rit dan voorzien vandaag. Dat kwam omdat de camping in Maria Possching niet meer bestaat. (En dat vond ik ook jammer omdat ik het zo’n leuke plaatsnaam vond). Maar goed, dan is de rit morgen korter en dat komt ook weer goed uit omdat ik Passau wil bezoeken. Het fietsen ging heerlijk. De Donau is een rustige rivier met nauwelijks scheepvaart. Op de akkers komt de mais op en ik zie veel voor mij onbekende plantjes. Ook vandaag hoor ik de koekoek weer, heel veel andere vogels en kwakende kikkers. Ik vind een heerlijk plekje aan de Donau om mijn broodje op te eten. De zon is dan eindelijk doorgekomen. De mooi-weerdagen gaan nu echt komen. Op een klein trekkersveldje direct aan de Donau kampeer ik met een Française, een Zwitserse en twee Duitse stellen. Allemaal op de fiets. Na tien nachten op ‘kamers’ nu weer echt kamperen en dus mijn eigen potje weer gekookt.
Later nog genoten van een mooi zonsondergang bij de Donau.
Dag 16 – Deggendorf – Irring / Passau (50 en tweemaal 10 km.)

Passau leek me de moeite waard wat langer te bezichtigen, maar er was geen camping en met dit mooie weer ga ik niet op een kamer. Dan maar 10 kilometer voor Passau mijn tent opgezet op camping Drei Flüβen en zonder bagage door gefietst naar Passau.
De eerste 50 kilometer waren fijn. Lekker zonnig weer, rustige natuurlijke en landelijke omgevingen. Ik was al op tijd op de camping. Een mooi veldje maar geen picknicktafels. Die stonden wel bij de receptie.
Passau viel me wat tegen. Erg toeristisch, veel Amerikanen. Ik miste jongeren, maar misschien was ik wel in het verkeerde deel van de oude stad. De Stephansdom was mooi. Echte katholieke barok met veel goud wat er blinkt. Het orgel – het grootste ter wereld wordt gezegd – stond in de steigers. Dat was jammer, maar toch ook weer grappig om zo’n grote lege orgelkast te zien.
In de stad was het heet. Maar gauw weer terug naar de camping gefietst en daar lekker reerug gegeten. Wat mij betreft te weinig.
Dag 17 – Passau – Aschach (67 km.)

Het was zonnig en warm. Uitstekend fietsweer. Eerst weer naar en door Passau en vervolgens tot Aschach langs de Donau. Het eerste stuk op fietspaden langs een niet al te drukke autoweg en het tweede stuk alleen maar over rustige fietspaden. Dat was prachtig. De Donau is een stille rivier. Bij de dorpjes (geen stad doorgekomen) scheert er soms een speedboot langs en vanavond zag ik twee cruiseschepen. Ik zit namelijk weer op een
camping pal aan de Donau. Na het opzetten van de tent boodschappen gedaan en ook een voorraadje ingeslagen want vanwege Pinksteren zullen de winkels dicht zijn.
Het was een heerlijk dag. Makkelijk gefietst door prachtige natuur. Hagedissen en slangen schieten voor je weg op de warme fietspaden. Langs de kant woekert de Japanse duizendknoop. De camping bij hotel-restaurant Kaisershof is heel rustig. In dit stuk van de Donau (met heel veel zwanen) geen autoweg of spoor.
Dag 18 – Aschach – Mauthausen (74 km.)

Eerste Pinsterdag. Een hele volle dag. Mooi weer en wind in de rug. Om 9.00 uur zat ik al op de fiets. Anderhalf uur later stond ik al op 24 kilometer bij het veer van Ottensheim. Maar die voer deze dag niet. Dus drie kilometer terugrijden om over de stuw de Donau over te steken. Zo kwam ik wel door het centrum van het dorp te fietsen en bleek daar in de dorpskerk het orgel bespeelbaar. Het Pinksterkoraal ‘Komm Schöpfer Geist’ gespeeld. In een zijstraatje was een winkel te openen met je pinpas. Je kon boodschappen doen en afrekenen met je pinpas. Er was geen personeel!
Bij Linz de Donau weer overgestoken om iets van de stad te zien en een broodje te eten. Een mooi, wat mondaine stad. In de Dom is Brückner organist geweest. Deze kerk niet bezocht. Ik had mijn orgelmoment als gehad.
Vanuit Linz ging het als een speel naar Au an der Donau, een kilometer of vier voorbij Mauthausen waar hoger op de heuvel het concentratiekamp was. Nadat ik de tent had opgezet en even wat rust had genomen daar heen gefietst. Vanuit Mauthausen nog een flinke klim. Het concentratiekamp is bewaard en erom staan herdenkingsmonumenten uit vele landen. Ook een Nederlands monument voor 1749 Joden die hier zijn omgekomen (van de in totaal 95.000 slachtoffers). Indrukwekkend, onbegrijpelijk en afschuwelijk. Maar wat goed dat dit allemaal in stand wordt gehouden.
Bij terugkomst gezwommen in de Donau. Die verfrissing had ik echt nodig.
Dag 19 – Au an der Donau – Melk (75 km.)

Een fijne tweede Pinksterdag. Met veel andere fietsers. (oudere stellen met e-bikes, gezinnen met kleine kinderen op de fiets, racefietsers en bikers zoals ik). De tocht gaat verder langs de Donau. Vooral rustige, autoloze fietspaden. Langs de rivier liggen Naturschütz gebieden met veel waterpoelen. Ik zie veel vogels. De rode Wouw cirkelt hoog boven m’n hoofd.
In het kleine stadje Ybs lunch ik. Gezellig. Ik moet lang wachten op mijn ‘Toast’. Maar de stevige getatoeëerde man die aan de zelfde hoge tafel zit en waar ik al een tijdje mee in gesprek ben maant het personeel op te schieten met mijn bestelling. ‘Deze man moet nog helemaal naar Budapest’.
In Melk is een prachtige camping met uitstekende faciliteiten en een zeer vriendelijke eigenaar. Ik ben er op tijd en kan een was draaien in de wasmachine en de droger.
Aan het eind van de middag bezoek ik het stadje waarbij vooral de Abdij het bezichtigen waard is. Barokke pracht uit 1702. Het blijkt dat er deze dagen een Barokfestival is en vanavond het slotconcert wat al om 19.30 uur begint. Dus snel terug naar de camping gefietst om te eten en de was uit de droger te halen. Toen gauw weer terug naar de Abdij. De Academia Mellicencis uit Wenen voerde een oratorium uit van Johan Joseph Fux: Il Fonte della salute, met de adembenemend mooie aria ‘Vedi che il Redemtor’.
Dag 20 – Melk – Zwentendorf (68 km.)

Weer een hete dag! Ik werd uit m’n tent gebrand. Geprobeerd zo rustig mogelijk te doen en dat ging prima. De route was ook rustig en ging niet door oude stadjes. Gelukkig waren er wel enkele plekken aan de Donau waar je wat kon nuttigen.
’s Ochtends drink ik toch heel graag koffie. Wat ik nu ontdekt heb is dat een blikje koude koffie, bijv. latte Machiato uit de koeling van de supermarkt een prima alternatief is.
De gemeentelijke camping in Zwentendorf is niet meer dan een veldje met eenvoudige voorzieningen aan de rand van het dorp. Om 20.00 uur komt er iemand langs om €15,- te innen. Er staan verschillende fietsreizigers. Een jonge meid uit Slovenië, een Oostenrijker waarmee ik voor de derde keer op rij op de camping sta en twee jongens die in hangmatten slapen. Later op de avond arriveren nog drie Fransen.
Met Thomas en Irena delen we ons eten aan een mooi picknicktafel.
Dag 21 – Zwentendorf – Wenen (58 km.)

Vanochtend ook met Thomas en Irena ontbeten. We vertrekken gelijk richting Wenen. Thomas naar dezelfde camping als ik, Irena naar een ander adres. De twee pakken een hogere snelheid en ik laat ze gaan. Ik start altijd rustig. Na 13 kilometer Tulls bezocht, het enige stadje wat ik voor Wenen tegen zou komen. Zoals meestal koffie met een lekkere koek en foto’s gemaakt van een beeldengroep van de Nibelungen saga en van een Romeinse keizer. Het blijft de Limes. Op een gegeven moment de Donau overgestoken en aan de noordkant richting Wenen gefietst en het laatste deel over het Donau-eiland. Veel dagjesmensen aan het water. Veel vrouwen ook topless. Dat zie je in Nederland niet meer.
Ik was al voor drieën op de camping. Na een koele Radler de tent opgezet en toen naar de Donau voor een duik. Via de supermarkt terug naar de camping. Paella gegeten en nog een tijd met Thomas gebabbeld die later uit het centrum van Wenen kwam. Ik laat de binnenstad zitten want ik kom daar over anderhalve week vanuit Budapest om met Marcella daar een paar dagen door te brengen.
Dag 22 – Wenen – Bratislava (65 km.)

Vanochtend ontbeten met Thomas (55 jr. zoon 10, dochter 13). We stonden drie dagen samen op een camping. Hij reist per trein weer terug naar Neurenberg waar hij woont. Hij is geïnspireerd om ook meerweekse tochten te gaan maken.
De tocht ging voor een belangrijk deel door Nationaal park Donau-Auen, maar van het natuurschoon was weinig te beleven. Het was een lang fietspad over de Hochwasserschütz (winterdijk). Bijzonder was de wouw die zich boven op een zwerm zwaluwen stortte en er daan achterheen ging. Maar de zwaluwen zijn snel en wendbaar. Het lukte de wouw niet er één te pakken. Ook had ik tweemaal een botsing met een grote blauwe libelle.
Om 14.00 uur kwam Bratislava in zicht. Eenmaal in de stad moest ik me door drommen toeristen wurmen om he hotel te bereiken. Na een douche terug naar de binnenstad. Gezellig, sfeervol en schoon. De groepen toeristen waren verdwenen. Nu vooral veel jongeren op de terrassen. En veel muziek. Wat opviel waren de vele zaakjes met Thaise massage. Maar dat is niks voor mij. Dan heb ik liever een orgelconcert. En dat kwam. Ik liep langs de kathedraal en hoorde het orgel spelen. Er bleek net een concert van allemaal talentvolle leerlingen begonnen. Mooi hoor. Bach, Boëlman, Reger, Franck en voor mij onbekende componisten, wellicht Slowaakse: Miserachs, Hakim. Na afloop van het concert lekker gegeten in een Indisch tentje met yoghurt-mango drank als toetje.
Dag 23 – Bratislava – Gyor (79 km.)

Goed fietsweer vandaag. Warm, maar niet te. Lekker windje in de rug. Jammer genoeg was het traject weinig inspirerend. Vanuit Bratislava rij de stroomopwaarts na een paar kilometer Hongarije binnen. De route gaat eerst een lang stuk langs en dan over de dijk van de Donau zonder dat je de rivier te zien kreeg. Bij Dunakliti wijkt de route wat van de Donau af en gaat afwisselend door agrarisch gebied en langgerekte dorpjes zonder veel uitstraling. Opvallend is de akkerbouw die zeer intensief is. Tarwe, gerst, zonnebloemen (nog niet heel hoog) en papavers, waar er wel verschillende al in bloei staan. Verder natuurlijk mais, maar ik zag ook lavendel. Prachtige paarse velden. Op één ervan stond een ree. Maar op de foto gaan, ho maar…
Ik was om half vier in Gyor. De naam ‘City-camping’ dekte niet de lading die je er bij bedenkt. Het was eigenlijk een diepe tuin achter een huis in een doorgaande straat naar het centrum. De eenvoudigheid zelve. Maar alles deed het en bij de ‘receptie’ was er zelfs wifi. En ik kon met euro’s betalen (er was geen pin).
Gyor is een mooie oude stad. Opgeruimd, sfeervol en modern ogend. Veel mensen op straat en op de terrassen. De Dom is Romaans van bouw. Erg mooi, zeker van binnen.
Als ik terugkom op de camping hebben de drie Fransen van dag 20 zich ook geinstaleerd. Leuke babbel gemaakt.
Dag 24 – Gyor – Tata (78 km.)

Qua fietsen geen geweldige dag. Een paar keer verkeerd gereden vanwege (volgens mij) niet kloppende route. Dreigende donkere wolken (gelukkig bleef het toch droog). Saaie route, veel kilometers gingen langs autowegen. Hongarije is toch anders dan Duitsland of Oostenrijk wat dat betreft. En tenslotte: alle kerken zijn dicht.
En toch blijf ik het lekker vinden om te fietsen en geniet ik van de rustmomenten met ice-koffie en koek. Een lege kerststal voor een kerk vond ik grappig. Teveel moeite blijkbaar om af te breken en in december weer op te bouwen.
De camping bevindt zich op een groot recreatiegebied een paar kilometer buiten Tata. Er is een heerlijke zwemplas. Na een duik Tata nog bezocht. De kasteelruïne, de gesloten kerk voor het grote ronde plein en het Holocaustmonument bij de voormalige synagoge. Dat was indrukwekkend.
Op het tentenveld sta ik alleen. Er is een overdekt keukentje met een eettafel. Ook nog weer handig om wat te schrijven.
Budapest: nog 126 kilometer volgens het boekje.
Dag 25 – Tata – Dömüs (68 km.)

In Tata was ik de enige kampeerder en ook in Dömüs ben ik de enige trekker. Hier zitten alleen ‘oude’ mensen met een caravan.
Het was een fijne tocht. Vandaag met meevallers! De twee klimmen gingen goed en de afdalingen ook. Volgens de routegids zou het wegdek slecht zijn maar het was helemaal nieuw geasfalteerd. De derde klim heb ik overgeslagen. Ik begreep die omweg niet goed. Er was een mooi fietspad naast een autoweg. Wellicht was deze recent aangelegd.
De uitzichten waren mooi en het was ook leuk om bij Esztergom weer terug bij de Donau te zijn. Ook op zondag geen enkele kerk open. De grote koepelkerk in Esztergom ook. Maar daar ontmoet ik Nilan die eieren aan het bakken was. Een bijzondere maar aardige jongen die zijn ‘clean’ zijn vierde met een fietstocht door Europa. Hij wilde mijn boekje kopen maar die wil ik niet kwijt.
Lekker veel rust genomen. Om half vijf was ik bij de camping. Er was een zwembad, dus even lekker gezwommen (later bleek dat dit nog helemaal niet mocht, het chloorgehalte was nog niet op peil).
Vanaf de camping kon je naar de oever van de Donau lopen. Een mooi uitzichtpunt.
Morgen een rit van 60 kilometer. Naar Budapest. Dan ben ik er!
Dag 26 – Dömüs – Budapest (58 km.)

Om 14.30 uur kon ik een selfie maken op de Margaretha brug over de Donau. Met op de achtergrond het monumentale Parlementsgebouw. Ik ben er!
Vannacht regende het een beetje maar bij het opstaan en inpakken was het alweer droog. De tent zo goed als droog ingepakt.
Het traject ging eerst langs een drukke weg. Bij Kisoroszi moest je met het veer naar de overkant om de route te vervolgen. Een klein bootje waar mijn fiets door de schipper in werd gedragen. Helaas vertrok hij pas na een half uur.
Het laatste stuk ging langs de oever van de Donau door een bos. Hele oude vergroeide wilgen zorgden voor een sprookjesachtige sfeer. Daarna kilometers door een recreatiegebied langs de Donau. Veel pleziervaart. Toen de buitenwijken van Budapest. Dat was nog wel opletten geblazen. Veel zigzag door straten. Maar om half drie stond ik op de brug. Moment van euforie. Mezelf natuurlijk ook laten fotograferen. Een half uur later het appartementencomplex gevonden waar ik vier nachten een kamer heb gehuurd. Tegenover de monumentale synagoge. Mijn kamer is precies achter de Mercedesster van de grote banner die voor het complex hangt. Ik kan dus niet goed naar buiten kijken. Het zit er op!
De Limes gaat nog verder tot Zwarte zee. Maar ik heb mijn grens bereikt.
