Francesco Bartolomeo Conti en Bach

Een veelzijdig musicus was Conti, met een bijzonder instrument. Over zijn afkomst is niet veel bekend. Hij werd geboren op 20 januari 1682 in Florence. Hij maakte in Ferrara en Milaan furore als bespeler van de theorbe[1] en de mandoline, en kon vanwege deze roem in 1701 enige tijd meespelen in de keizerlijke hofkapel in Wenen. Na enige omzwervingen door Europa keerde hij weer terug naar het hof van de Habsburgers, waar hij vanaf 1708 de functie van eerste luitist kreeg. Hij is de eerste geweest die sonates componeerde voor de mandoline, maar helaas zijn deze niet bewaard gebleven. Vanaf 1706 ging Conti opera’s schrijven. De sinfonia’s hiervan geven een goede indruk hoe zijn sonates geklonken moeten hebben. Het bekendst waren zijn opera’s die hij voor het carnaval schreef. Met deze ‘komische’ opera’s boekte hij veel succes en dat maakte dat hij in 1713 tot hofcomponist werd benoemd. Conti huwde drie maal in verband met het vroegtijdig overlijden van zijn echtgenotes. Zijn tweede vrouw was de beroemde sopraan Maria Landini, toentertijd de best betaalde zangeres van Wenen. Ook zijn derde vrouw, Anna Maria Lorenzana was prima donna in Wenen. Vanzelfsprekend zongen zijn echtgenotes veelvuldig mee in zijn opera’s. Conti overleed in 17 juli 1732.
Naast sonates en opera’s componeerde Conti ook religieus werk: oratoria en cantates. In elk geval van één van zijn cantates was het manuscript in het bezit van Bach. Het betreft hier een solocantate voor de sopraan Languet anima mea amore tu[2]geschreven voor in de goede week voor Pasen. Bach moet erg op dit werk gesteld zijn, want volgens de overlevering heeft hij het in elk geval drie maal uitgevoerd, voor het eerst in Weimar, 1716. Later, voor een uitvoering in Köthen voegde Bach twee hobo’s toe, en voor een kerkuitvoering in Leipzig, 1724, schreef hij een basso-continuopartij voor orgel er bij uit. Languet anima mea amore tu van Francesco Bartolomeo Conti is een schoolvoorbeeld van de Italiaanse solocantate met een mengeling van dramatische expressie en virtuositeit. In een kleine dertien minuten, waarin de lijdende Jezus de liefde wordt verklaard, horen we drie aria’s voorafgegaan door korte recitatieven. Centraal staat de ingetogen aria ‘Tu lumen mentis es’ met een prachtige obligate vioolpartij. Bach moet gedacht hebben: deze aria had ik zelf kunnen componeren. Het werk eindigt zoals een Italiaanse solocantate behoort te eindigen: virtuoos; in dit geval met een uitbundig gezongen ‘Halleluja’.

(De tekst is eerder gepubliceerd in ‘Johann Sebastian Bach en de Italiaanse barok’, Wim Faas, 2016)


[1] Een snaarinstrument uit de luitfamilie, eind zestiende eeuw in Noord-Italië ontwikkeld.  Kenmerkend is de lange hals met bassnaren. De theorbe had de functie van continuo instrument.

[2] Mijn ziel verkwijnt van liefde voor u.

Plaats een reactie