Tönet ihr Pauken 

Inleiding bij het Weihnachts-Oratorium uitgevoerd door Passieprojecten op 21 december 2024 in de Dominicuskerk te Amsterdam.

Opgedragen aan paukenist Tom Ruigrok die 63 jaar geleden al meespeelde in het Weihnachts-Oratorium.

Het is woensdagmorgen, 25 december 1734. Eerste kerstdag.
De Nicolaikirche in Leipzig zit tjokvol. Op de galerij zit Thomas Zimmerman links van het orkest achter zijn twee pauken. Prachtige messing ketels overspannen met een vel van heel dun bewerkt kalfsleer. De dienst is al een tijd bezig. Om zeven uur begon hij al! Erg vroeg, zeker als je slecht hebt geslapen door de spanning die hij toch altijd heeft voor een uitvoering. Straks zal de cantate uitgevoerd worden en hij zal die openen met paukenslagen! Hoe bijzonder is dat. Nog nooit vertoond in de kerk. Vanmiddag zal de muziek ook nog klinken in de Thomaskirche.
Thomas hoort beneden predikant Deyling het evangelie voorlezen. Hij kan het nauwelijks verstaan. Het geeft niet. Hij kent het verhaal. Maria en Jozef op weg naar Bethlehem. De geboorte in een stal. Na de lezing zal het orgel spelen en hebben de musici de tijd om hun instrumenten te stemmen en nemen de koorleden hun plaatsen in. Dan zal hij ook klaar zitten voor zijn prominente openingsroffel!

Thomas droomt nog even weg. Vorig jaar speelde hij met Bach bijna dezelfde muziek. Dat was in zijn vaders Café Zimmerman aan de Katharinastrasse. Het was ter gelegenheid van de verjaardag van Keurvorstin Maria Josepha von Sachsen waarvoor Bach feestmuziek had geschreven. ‘Tönet ihr Pauken!’. En hij mocht hij de trommels bespelen. Voor deze kerst heeft Bach de muziek opnieuw gebruikt. En nog meer: Hij heeft een hele cyclus van cantates samengesteld voor zes kerkdiensten op een rij. Tot en met Driekoningen op 6 januari. Hij gaf het zelf de titel: Weihnachts-Oratorium. Veel van die muziek had ook al met andere teksten geklonken in het café waar Bach met zijn Collegium Musicum wekelijks concerten gaf. Veelal feestcantates voor leden van het hof in Dresden. Overmorgen, op Derde Kerstdag, en bij Driekoningen heeft Bach ook weer pauken voorgeschreven. Dan zal hij weer van de partij zijn al zullen zijn bijdrages daar minder toonaangevend zijn dan vandaag.

Ergens ver weg hoort Thomas het orgel preluderen. Zijn gedachten gaan nog even terug naar vroeger toen hij als kleine jongen ’s ochtends in het café, als er nog geen gasten waren, op de pauken speelde die opgesteld stonden op het podium. Zijn vader was daar altijd wat huiverig voor, bang dat hij er doorheen zou slaan. Sinds hij studeert aan de universiteit in Leipzig is hij Bachs vaste paukenist geworden. Gisteren heeft hij nog even in het café gerepeteerd, met  de paukenstokken uit de Nicolaikerk die hij straks zal gebruiken. Mooie stokken van pruimenhout die heel goed in de hand liggen.
Hij zoekt met zijn rechterhand naar de stokken in de leren koker die aan de kleine pauk hangt. En dan gaat er een schok door hem heen. De stokken zitten er niet in! En hij realiseert zich op het zelfde moment dat hij de stokken in het café heeft laten liggen. Het zweet breekt hem uit. Wat stom! Wat moet hij doen! Hij kijkt angstig om zich heen. Bach heeft zich al opgesteld voor het koor en orkest. Moet hij met zijn vuisten op de pauken slaan? Dat is toch geen geluid. Moet hij Bach informeren? Snel twee pollepels uit de keuken van de kerk halen?

Het orgelspel is gestopt. Thomas’ hartslagen gaan als paukenslagen door zijn lijf.
Dan voelt hij een ferme prik in zijn zij. Het is de strijkstok van de cellist die naast hem zit. ‘Thomas! Wakker worden. Je zit te slapen. We gaan beginnen!’.
In een schok realiseert Thomas zich dat hij in slaap was gevallen en aan het dromen was. Hij kijkt naar de koker. Zijn paukenstokken zitten er gewoon in. Godzijdank.
Hij kijkt naar Bach, die hem vragend en streng aankijkt. Had hij het door?
Thomas pakt zijn paukenstokken en toont ze aan Bach. Met een opgaand handgebaar laat Bach de koorleden staan. Even is er dan de spanning. Het is muisstil in de kerk. Bach gaat met zijn ogen het orkest rond. De strijkers, de fluitisten, de hoboïsten, de trompettisten, het continuo en hij eindigt bij Thomas.
‘Ja?’, vraagt Bach met zijn ogen.
Thomas geeft een nederig knikje.
Met zijn rechterarm slaat Bach dan een drieslag waarop de eerste paukenslagen van Thomas volgen:  Pom-pom-pom-pom-POM .
Fluiten en hobo’s reageren om de beurt met een versiering op de paukenslagen waarna direct een korte wervelwind volgt van de strijkers. Als ook de trompetten zich hier in mengen kan het orkest op volle sterkte het zangthema inzetten.
En dan: ’Jauchzet, Frohlocket’, direct ritmisch herhaald door Thomas zijn paukenslagen.
‘Auf, preiset die Tage’.
Bij Thomas is de ontspanning terug. Hij gaat op in het grote feest.

Een gedachte over “Tönet ihr Pauken 

Plaats een reactie